.
|
Begroting
2008: Werkloosheidsval dieper
dan ooit.
Het
overheidsbeslag is
onder acht jaar Paars blijven hangen rond 49% van ons BBP; 6% boven het
EU gemiddelde en ruim 10%
boven het OESO gemiddelde. Omdat de
rest van
Europa ondertussen wijselijk zijn belastingdruk terugschroeft is
België
onder paars
opgeklommen tot de top-5 van meest dirigistische landen in de
geïndustrialiseerde wereld.
Maar de Belgen trotseren een nog veel
pijnlijker
probleem: we hebben de meest demotiverende
belastingsstructuur
van Europa: niet
alleen een scherp progressive belastingsschaal, maar vooral aan een
uitzonderlijk hoog aandeel
directe belastingen.
Slechts 28,8% van onze taksen halen we uit verbruik. Dat is veruit de
laagste
proportie van de EU. Al de rest haalt onze fiscus uit inkomens.
Dat alles maakt onze marginale
aanslagvoeten zo buitensporig en ontmoedigt de productieve
bijdrage van onze werknemers en ondernemers. |
De fiscale pijn treft
daarbij
vooral de koopkracht in Vlaanderen waar de gemiddelde
belastingopbrengst per
inwoner nog 9,1% boven het
rijksgemiddelde ligt.
Komt
daar nog bij dat de meeste tegemoetkomingen inkomengebonden zijn. De
aanspraken
op een sociale woning, sociale tarieven voor tram, trein en bus,
geneesmiddelen,
kinderopvang, thuiszorg, bouw- en saneringspremies, stookoliefonds,
studiebeurzen
en zovele andere zijn allemaal afhankelijk van het inkomen.
Deze
nefaste
combinatie van scherp progressieve belastingen en regressieve
tegemoetkomingen
maakt dat mensen in de praktijk nauwelijks nog hun economische situatie
kunnen
verbeteren door (méér) te werken.
Soms gaan mensen er
netto letterlijk op
achteruit als hun bruto inkomen verhoogt. Dit is zelfs bijna altijd het
geval
zodra men àlle kosten rekent
en zéker als men de waarde van vrije tijd of
van de informele arbeid (zowel in het gezin of onder de vorm van
zwartwerk) in
rekening brengt.
Het mag dan
ook niemand verwonderen dat onze
productieve middenklasse van werknemers en werkgevers vroegtijdig
afhaakt of
hun productieve bijdrage terugschroeven. Dit is rampzalig voor onze
participatiegraad en ons ondernemerschap. Beiden zijn onder paars dan
ook
gezakt tot de laagste van Europa.
De
stopzetting van deze fiscale absurditeit is een absolute topprioriteit.
Willen
we voorkomen dat ons sociale zekerheidstelsel aan overexploitatie
bezwijkt moet
de participatiegraad omhoog en is de opruiming van de werkloosheidsval
prioritair.
Budgetstop,
saneren, en
consumptiebelasting.
We kunnen
de motivatie van onze productieven
maar herstellen en onze economie revitaliseren met een lagere
belastingdruk. Andere
landen hebben ons voorgedaan dat het kan en hoe het moet. Ierland
verminderde
zijn overheidsbeslag van 50% tot 33% en in amper 20 jaar tijd groeide
het uit
van tweede armste tot tweede welvarendste land van Europa en kon het
een
financieel duurzame basis uitbouwen voor zijn zeer efficiënt
sociaal vangnet.
De
broodnodige verlaging van ons overheidsbeslag
kan evenwel maar structureel én financieel duurzaam zijn als de
overheid haar
uitgaven saneert en efficiënt gaat werken. Een belastingverlaging
zonder
sanering betekent een afwenteling van de verspilling op volgende
generaties. De
massale verkwisting in overbodige en laagproductieve
overheidsinstellingen moet
stoppen. We hebben de verspilde middelen broodnodig voor productieve
investeringen, herstel van onze koopkracht en om de vergrijzing te
financieren.
We moeten dringend de groeiremmende staatsbetutteling
heroriënteren tot groeibevorderende
dienstverlening. Maar vooral moet de wildgroei stoppen van
corruptiegevoelige
verzelfstandigde staatsagentschappen die aan democratische controle
ontsnappen.
Intercommunales en parasitaire structuren die méér aan de
gemeenschap kosten
dan ze opbrengen moeten worden opgedoekt of grondig gesaneerd. Ook
kunnen we
nog gigantische productiviteitswinsten boeken door talloze
overheidstaken aan
de veel efficiëntere privé sector toe te vertrouwen. Door
middel van een
formele budgetstop kunnen we net als Denemarken ook onze staat
ontvetten en het
overheidsbeslag in 5 jaar met minstens 5% terugdringen via de gematigde
weg van
geleidelijkheid
Om de
werkloosheidsval te dempen dan kan België
in ondergeschikte orde ook de belastingdruk verschuiven van inkomen op
consumptie, minstens tot het Europees gemiddelde. Met zijn overmatig
aandeel
directe belastingen is de manoeuvreerruimte in België nog ruim.
Duitsland dat ook
met een demotiverende belastingsstructuur geplaagd zat is al met zo’n
operatie
begonnen, en zelfs Sarkozy maakt werk van zijn plannen voor een
“sociale BTW”. Als
België inderdaad zó nodig zijn ecologische voetafdruk moet
terugdringen dan is
een selectieve keuze van consumptiebelastingen daartoe bovendien het
enige
efficiënte middel.
Begroting 2008 vervolgt
paars
dwaalspoor
Het
overheidsbeslag is onder paars allerminst
gedaald, integendeel. De primaire uitgaven (uitgaven zonder rente) zijn
sedert
1999 zelfs nog met 2 procentpunt gestegen. Paars heeft zich beperkt tot
een
verschuiving van de belastingdruk en de kost van vergrijzing andermaal
voor
zich uitgeschoven. Zo werd met veel bravoure een verlaging van de
patronale
bijdragen op ploegenarbeid aangekondigd. Maar omdat socialisten
weigeren de
uitgaven te saneren en hun bestuurlijke vetpotten op te geven werd ter
compensatie
de nieuwe spaarbelasting op obligatiefondsen uitgevonden.
Dit paars
compromis is zowat de meest onzinnige
fiscale maatregel ooit in België ingevoerd, omdat deze maatregel
de werkloosheidsval
nog heeft verdiept. De zeer selectieve lastenverlaging op ploegwerk
heeft immers
vooral de winsten gespekt van een select clubje grootindustriëlen
en de
delocalisatie van een handvol veroordeelde industriële jobs
hoogstens wat
kunnen uitstellen. De nefaste keerzijde van deze marktverstorende
maatregel is
dat ze de natuurlijke arbeidsmobiliteit van oude industriële jobs
naar
toekomstsectoren afremt, zodat het tekort aan arbeidskrachten in de
dienstensector en technische knelpuntberoepen alsmaar acuter wordt. In
sommige
regio’s raken dakgoten niet meer hersteld of is s’ zondags geen brood
meer te
krijgen. Dienstverlenende en distributiebedrijven kampen met zo’n
tekort aan werkkrachten
dat ze tijdelijk moeten sluiten en dure capaciteit onbenut blijft,
terwijl de
gepamperde auto-industrie haar overcapaciteit eindeloos in stand houdt
en overbodige
werkkrachten structureel op deeltijdse werkloosheid zet. Dergelijke
selectieve gunstmaatregelen verstoren
de arbeidsmarkt en remmen de productiviteit- en koopkrachtwinst van de
natuurlijke arbeidsmobiliteit af.
| De nieuwe spaarbelasting verdiept bovendien
de werkloosheidsval omdat ze zeer specifiek het loon van de marginale
inspanning treft; met name de laatste fractie van het inkomen dat
overblijft om te sparen nadat de gezinslasten zijn betaald. Deze
aanslag op de spaarpot van modale gezinnen vertegenwoordigt voor velen
juist de doorslaggevende ontmoediging om aan de slag te gaan of wat
langer aan de slag te blijven. Deze paarse verschuiving van de
belastingdruk betekent ten gronde een nefaste verhoging van de cruciale
marginale aanslagvoeten en verdiept de werkloosheidsval nog op een
ogenblik dat steeds méér vacatures oningevuld raken. |
Sluipende confiscaties
stoppen.
Onder druk
van de ACW fractie is ook Verhofstadt III verdergegaan op dit
paars dwaalspoor. Nochtans treft nieuwe belasting op obligatiefondsen
helemaal niet “het grootkapitaal” zoals vakbonden zo luid roepen.
Meerwaarden op aandelen die het grootkapitaal verdient dank zij
voorkennis, beursspeculatie, opties en inflatie blijven immers juist
buiten schot. Men treft wél de favoriete spaarvorm van
één miljoen modale gezinnen die het zonder voorkennis
moeten stellen en voor wiens bescheiden beurs een agressief
beleggerprofiel onverantwoorde roekeloosheid zou betekenen. Dat
vakbonden op deze ongerijmde belasting hebben aangedrongen is slechts
verklaarbaar vanuit gebrek aan fiscaal inzicht of vanuit hun
collectivistische illusie van een renteloze maatschappij. Het resultaat
is alleszins dat men daarmee de populaire spaarvorm en de belangen van
modale gezinnen bijzonder selectief treft. De slachtoffer zijn niet het
grootkapitaal maar wél de Vlaamse spaarder die een veilig
pensioenpijlertje willen opbouwen en die wijselijk de lusten en de
lasten van beursspeculaties aan beter geïnformeerde
durfkapitalisten overlaat. De preferentiële behandeling
risicovolle beleggingen verstoort daarmee ook ernstig de werking van
financiële markten
Liever dan zich met beursspeculaties in te laten, haken
steeds meer van de zeer geplaagde spaarders af. In feite is de
reële rente nu al jaren negatief. De officiële inflatie is
intussen opgelopen tot 3,1% terwijl de ECB met haar buitensporige
geldschepping de interestvoeten kunstmatig omlaag duwt beneden
4%. De Reële rente bedraagt dus hooguit 0,9%. Dat is evenwel
gerekend zonder bankkosten en taksen allerhande en vooral met een
vervalst inflatiecijfer dat is gezuiverd van de snelst duurder wordende
producten zoals brandstoffen, tabak, alcohol, bouwgrond, en niet te
vergeten superboetes en belastingen. Ten gronde komt een belasting op
de geïflateerde bruto rente neer op een sluipende confiscatie van
de spaarcenten van Jan modaal.
Nu de
eerste pensioenpijler
afstevent op
onbetaalbaarheid moeten we vooral niet het sparen nog
méér ontmoedigen dan het
al was. We moeten de catastrofale inzinking van onze spaarquote
omkeren.
Parlementairen die écht met het lot van hun kiezers begaan zijn
moeten daarom de
geniepige confiscatie en de fiscale uitbuiting van onze Vlaamse
productieven
stoppen. De overmaat aan belastingen mag niet langer dienen om een
socialistische
maatschappijvisie te subsidiëren. En zeker niet om de Waalse
bestuurlijke
vetpotten en de uitzichtloze sociale hangmat voor uitkeringsverslaafden
te
bestendigen.
Solidariteit gaat over vrijwillige lotsverbondenheid in
het
beijveren van een gemeenschappelijke doel. Solidariteit kan niet
gaan over de gedwongen participatie in zelfvernietiging. De promotie de
verlammende socialistische maatschappijvisie en de overexploitatie van
ons
sociaal systeem mag niet langer ten koste gaan van Vlamingen die er een
totaal
ander wereldbeeld op na houden en wél nog bereid zijn hun
aandeel in de
productieve bijdrage tot het collectief goed te leveren als ze daarvoor
niet al
te zeer worden afgestraft.
Paul Vreymans
|
.
|
|