5% Welgaartsgroei
is geen Utopie
Studie van WorkForAll levert
Doorbraak in de Analyse van Europese Stagnatie.
In de laatste decennia
kende België zoals trouwens de meeste Europese landen meer
periodes van stagnatie dan van stevige groei. Nochtans zijn er binnen
Europa ook merkwaardige uitzonderingen. Ierland maar ook Luxemburg en
Portugal kenden groeiritmes die men traditioneel associeert met de
Aziatische tijgers zoals China. Waaraan zijn deze groeiverschillen toe
te schrijven ? WorkForAll heeft de macro-economische cijfers
van de 17 Europese landen onder de loep genomen en enkel markante
oorzaken van groeiverschillen vastgesteld.
|
Ook
Belgie kan een significante welvaartsgroei realiseren mits 3
maatregelen. Een vermindering van het relatief overheidsbeslag tot het
welvaarts-"Armey" optimum, een verlaging van de loon- en
inkomstenbelasting en tenslotte een substitutie van de loon- en
inkomensbelasting door consumptiebelasting. Reeds na enkele jaren leidt
tot een indrukwekkende groei waarbij de middelen ontstaan om de nu
problematische welzijsbehoeften in te vullen.
|
Een beknopte analyse
van de Belgische economie
Dat de Belgische economie voor grote uitdagingen
staat hoeft geen betoog. De werkloosheid, de vergrijzing, globalisering
en tekorten in de Sociale Zekerheid en de Gezondheidssector zijn maar
de meest markante ervan. Dat de Belgische economie momenteel weinig
gewapend is voor deze uitdagingen blijkt uit het toenemend aantal
delokalisaties, faillissementen, het gebrek aan starters en een
toenemend pessimisme. De prive-sector verliest jobs bij de vleet.
Nochtans, in België wordt hard en efficient gewerkt. De Belgische
productiviteit staat op de tweede plaats na de VS. Aan de inzet van de
werknemers of het management van de bedrijven kunnen de slechte
groeiprestatie niet geweten worden. Veeleer moet de oorzaak gezocht
worden in een structureel macro-economisch mismanagement door de
overheid.
Optimale
belastingniveaus, welvaartsgeneratie en systeem efficientie
Een eerste vaststelling uit de macro-economische cijfers is dat sterk
groeiende landen een kleine overheid hebben (Ierland 35,2% BNP, 2003)
terwijl zwakke groeiers allen een hoog overheidsbeslag kennen
(Denemarken 59,1; Nederland 48,9 %, Zweden 58,2 %, Belgie 51,4 %,
2003).
Over de relatie tussen omvang van de overheid en de welvaartsgroei werd
in het laatste decennium baanbrekend onderzoekswerk verricht. Het meest
markante werk werd verricht door de econoom Armey die in 1995 de notie
van optimale omvang van de overheid populariseerde. Zijn theorie sluit
nauw aan bij de theorie van Laffer (1985) over de afnemende
meeropbrengsten van belastings-ontvangsten naarmate de aanslagvoeten
toenemen.
|

|

Armey gaat verder, en bestudeert vooral de impact op de
groeiprestaties bij toenemende belastingsdruk en toenemende omvang van
de overheid. Armey stelt vast dat bij totale ontstentenis van overheid
een lage welvaartgroei wordt gerealiseerd, omdat essentiële
collectieve infrastructuur ontbreekt, en de productiviteit bijgevolg
bijzonder laag is. En ook omdat er zonder overheid anarchie heerst
zonder recht of bescherming van eigendomsrechten. In zo'n gemeenschap
zijn de burgers weinig gemotiveerd tot sparen, werken en investeren,
omdat ze permanent bestolen of onteigend kunnen worden.
In het tegengestelde geval, als de totale beschikking over de output
bij de overheid ligt, is de welvaartsgroei zeer gering. Zoals ook
Laffer opmerkte hebben de burgers dan zeer weinig motivatie tot een
productieve bijdrage, gezien de totale opbrengst van hun inspanningen
bij de overheid terecht komt.
Tussen de twee extremen bevinden zich landen waar een mix van privaat
en overheidsbeschikking op de allocatie van economische middelen
bestaat. Hier wordt de welvaartsgroei aanvankelijk groter naarmate de
overheidsbestedingen toenemen. De opbouw van infrastructuur en
rechtsstaat werkt als een katalysator voor de economie en draagt sterk
bij tot toename van productiviteit en welvaart. Op een gegeven moment
evenwel gaat de welvaartstoename minder snel stijgen dan de stijging
van het overheidsbeslag tot een maximum bereikt wordt. Voorbij dit
optimum leiden bijkomende overheidsbestedingen niet langer tot
welvaartsgroei, maar neemt de welvaartsgroei zelfs af. Dit is het
gevolg van het feit dat de overheid steeds meer schaarse hulpbronnen
aan de private sector onttrekt, waar ze productiever zouden kunnen
worden aangewend, bv. voor de creatie van innovatieve bedrijven. Ook
omdat voorbij dit maximum de fiscale druk een negatieve spiraal op gang
brengt waarbij niet alleen arbeid aan de officiële economie
ontrokken wordt, maar vooral de bereidheid tot productieve bijdrage
zelf afneemt naarmate het overheidsbeslag toeneemt.
Deze afnemende bereidheid tot productieve
bijdrage blijkt o.m. uit een empirisch onderzoek van de OESO, dat de
significante negatieve relatie tussen aantal gewerkte uren en ook de
toename van de grijze economie bij stijgende belastingsdruk aantoont.
|
Een vergelijking van
tussen Ierland en België
Een vergelijking van het historisch verloop van de overheidsbestedingen
Ierland met Belgie illustreert de werking van het Armey-effect. Tot
1980 hielden Ierland's overheidsbestedingen ongeveer gelijk tred met de
Belgische, en verliepen ook de groeiprestaties van beide landen
paralel. Tussen 1980 en 1985 liet de regering Martens-Mathot met een
Keynesiaans beleid de overheidsuitgaven ontsporen, en Rond 1983
werd de kaap van 50% van het BNP overschreden. Dit resulteerde in een
continue stijging van belastingsdruk, staatschuld, en
onproduktieve overheidsbestedingen. De negatieve spiraal was geboren.
Ierland daarentegen gooide in 1985 het roer radicaal om. In drie
jaar tijd verminderde het zijn overheidsbestedingen met niet minder dan
20%, en gaf zo de start tot een periode van ongekende welvaartsgroei
(gemiddeld 5,6% van 1985 tot 2002.)
Intussen hield België vast aan een beleid van op de economie, met
stagnerdende groei voor gevolg. Zelfs onder gunstigste conjuncturele
omstandigheden werden de overheidsbestedingen nauwelijks
teruggedrongen. In 2003 bedroegen ze 51,4% van het BNP tegenoger 35,2%
in Ierland. Daarmee is de Belgische overheid op vandaag 46% groter dan
de Ierse.

|
De analyse van Armey is kwalitatief, en
vertolkt wat velen intuitief aanvoelen Vijftien jaar na de eerste
ramingen in de VS was het Primoz Pevcin, (University of
Ljubljana) die in 2004 als eerste het Armey-optimum empirisch
vaststelde voor de Europese landen. Voor België berekende Primoz
de optimale omvang van de overheid op 42% hetgeen inhoudt dat de
Belgische overheid ongeveer 21% moet afslanken om een optimale welvaart
aan zijn burgers te garanderen.
Vasststellen dat zich aanzienlijke verschillen in welvaartsgroei
voordoen tussen de Europese landen, is meteen ook de vraag stellen naar
de oorzaak van die groeiverschillen. De voor de hand liggende techniek
op dit uit te zoeken is een meervoudige regressie.
Regressie analyse legt de pijnpunten
bloot
Voortgaande
op de economische theorie nam WorkforAll aan dat de welvaartsgroei in
een land bepaald wordt door uiteenlopende factoren. Dit kunnen zowel
specifieke landeigen kenmerken zijn (leeftijdsstructuur, aantal
gepresteerde uren per werknemer, spaarquote...), als externe
omgevingsfactoren (olieprijs, wisselkoersschommelingen...), of ingrepen
van de overheid. De aandacht ging daarbij evenwel vooral naar de
beleidsfactoren, waaraan de overheid effectief iets zou kunnen
veranderen om de welvaartsgroei te stimuleren; met name de omvang van
de overheidsbestedingen; de structuur van de belastingsontvangsten, het
budgettair deficit en de korte termijn intrestvoeten. Na eliminatie van
de co-lineaire variabelen werden tenslotte 25 variabelen weerhouden.

De
groeiprestaties van 17 Europese landen werden afgemeten aan deze 25
factoren in een globale regressieanalyse die zicht uitstrekte over de
periode 1985-2002. We konden dus beschikken over 306 waarnemingen (17
landen x 18 jaar). De regressies werden berekend met timelags van
0, 1, 2, 3 en 4 jaar. Hierbij werden in hoofdzaak data gebruikt van de
OESO. Een
pas gepubliceerd onderzoek van het IMF (2004) dat de identieke
onderzoeksmethode hanteert, maar een andere landengroep over een
langere periode onderzocht (1970-2002), kwam tot dezelfde significante
resultaten.
|
Toch bereikte de IMF studie een geringere
regressiecoefficient en kleinere waarden van de
richtingscoëfficiënten. Dit was niet alleen te wijten aan het
geringer aantal determinerende factoren, maar vooral aan het feit dat
de groep onderzochte landen heterogener was. het IMF nam met name in
zijn studie landen op die zich aan beide kanten van het Armey-optimum
bevinden, wat aan beide kanten in tegengestelde groeielasticiteiten
resulteert.
Let wel deze
bevindingen gelden voor het geheel van de onderzochte Europese landen
en gelden alleen indien alle andere variabelen, zoals de
consumptiequote, ongewijzigd blijven. Zoals Primoz aantoonde bevindt
Belgie zich behoorlijk rechts van het Armey optimum zodat voor dit land
de effecten wellicht nog groter zijn. Daarenboven moeten de wijzigingen
substantieel zijn om voldoende effect te resorteren en mogen ze niet
teniet gedaan worden door andere compenserende maatregelen, zoniet
riskeert zal het globale effect verwaarloosbaar te zijn (zoals men
onlangs in Duitsland kon vaststellen.


|
Het moge werkwaardig
lijken dat een verschuiving van de belasting op arbeid (een
conglomeraat van loonbelasting, inkomstenbelasting en sociale
bijdragen) naar consumptiebelasting tot zoveel extra groei aanleiding
geeft. De verklaring voor de aanzienlijke groeipotentiëel bij
wijzigende belastingsstructuur ligt in een driedubbel effect, die
elkaar in een positieve spiraal onderling versterken. Niet alleen
verhoogt een lagere loonbelasting de competitiviteit en kan men dus een
daling van de werkloosheid verwachten, het behoudt op zijn minst het
netto besteedbaar inkomen. Men kan tevens verwachten dat bij een forse
verlaging van de loonbelasting de prijzen zullen dalen en de
vrijgekomen winst zal verdeeld worden tussen extra werkgelegenheid,
verhoging van de nettolonen en betere bruto marges. Het tweede effect
is ook niet onbelangerijk. Een dat hogere consumptiebelasting burgers
aanzet en bedrijven ook aan een groter deel van hun inkomen te sparen
en te investeren, hetgeen uiteindelijk een positieve spiraal versterkt.
Tenslotte is het vrij
logisch dat een terugdringen van het overheidsbeslag gunstig werkt. De
uiteindelijke oorzaak van de hoge loonbelasting is niet zozeer de
herverdelingsfunktie van de overheid via de Sociale Zekerheid en andere
mechanismen, maar de inefficiente werking van de overheid zelf. Dit
bleek onder meer uit een recente studie van de ECB en ook uit de
grafiek van de evolutie van het overheidspersoneel. Ook dit is quasi
verdubbeld op 50 jaar met de grootste sprong in de jaren 80 en omvat nu
zo'n 27 % van de actieve bevolking
|
Rentebeleid niet
effectief
Een opmerkelijke conclusie uit het regressonderzoek is ook dat geen
eenduidig effect van het laag-rentebeleid op de welvaartsgroei
kon worden vastgesteld. Workforall komt tot de conclusie dat in landen
die een belangrijk netto tegoed tegenover het buitenland combineren met
een aanzienlijke overcapaciteit (zoals België vb.), het remmend
effect van gederfde rente-inkomsten zwaarder doorweegt dan het
stimulerend effect van goedkoper investerings- en consumptiekrediet. De
inefficiëntie van de jarenlang volgehouden bijna-zero rente in
Japan en Zwitserland, lijken deze conclusies te bevestigen. Workforall
concludeert dat Intrestverlaging vooral een stroom van artificiële
investerings- en consumptiebestedingen op gang brengt die niet duurzaam
kunnen zijn. Voor een duurzame groei te is méér nodig dan
artificiële pepmiddelen: In de eerste plaats een omgeving die de
lust om te ondernemen en te investeren herstelt. Belangrijk hierin zijn
onder meer het herstel van de rechtszekerheid, de afbouw van
bureaucratie en de excessieve winstbelasting en talloze
contraproductieve overheidsingrepen.
De algemene conclusie is dat elke overheidsmaatregel die enkel gericht
is op het in stand houden of aanwakkeren van de consumptie (zoals door
het aanwerven van extra overheidspersoneel) weinig groei zal teweeg
brengen, integendeel. Dit is ook logisch, want dit komt neer op
ontrekken van middelen aan de prive-sector. Elke maatregel die
daarentegen aanleiding geeft tot verhoogde investeringen en verhoging
van de economische output werkt versterkend door het
multiplicator-effect. In het volledige studie document worden deze
bevindingen bevestigd door verschillende andere studies. |
De kickstart: eerst
de economische output vergroten om dan de groei blijvend te verdubbelen
Als België straks nog wil meespelen in de globaliserende economie,
en de essentiële solidariteitsmechanismen wil in stand
houden is het hoog tijd af te stappen van zijn groeiremmende
structuren. De arbeidsonttradende fiscaliteit en het veel te hoog
overheidsbeslag op onze economie moet worden gestopt. Ierland gaf het
voorbeeld. 15 jaar geleden gooide Ierland het roer radicaal om.
Sindsdien evolueerde het in amper 15 jaar van de zieke man van Europa
tot de Celtic tiger. Het toont aan dat een drastische ommezwaai niet
alleen mogelijk is, maar ook zorgt voor de noodzakelijke groei. Deze
groei liet toe dat de reële sociale uitgaven er zelfs bij afnemend
overheidsbeslag op de economie drastisch konden toenemen, en armoede
werd gebannen. Alleen groei kan immers de ruimte scheppen voor een
duurzame financiering van vergrijzing, en allerlei sociale, ecologische
en culturele projecten waarvan de politici al zolang dromen.
De sleutel ligt in het opbouwen van een budgetaire ruimte door gebruik
te maken van de nu onbenutte arbeid. Op een beroepsbevolking (15 - 65
jaar) van 6 miljoen zijn er nu grosso modo meer dan 2 miljoen mensen
'inactief'. Wellicht is de helft hiervan niet direkt inzetbaar voor
allerlei redenen. Ongeveer een miljoen mensen evenwel is nu werkloos of
werd vervroegd uit het arbeidscircuit genomen of leeft van een af
andere vorm van vervangsinkomen. Dit terwijl de actieve bevolking in de
prive sector (zo'n 2.7 miljoen) steeds meer onder druk komt te staan om
nog meer te werken voor een lager netto besteedbaar inkomen. M.a.w.
afgerond kan de inschakeling van deze arbeidsreserve voor een toename
van 37 % van de economische output zorgen.
|
Het voorstel is om deze arbeidsreserve in te
schakelen via aanwervingen aan nettoloon, met initieel behoud van hun
vervanginsinkomen (of op zijn minst een forfaitair minimum) en de
Sociale Zekerheid. Dit levert voor de bedrijven een substantiele
verlaging op van de gemiddelde loonkost, een forse toename van de bruto
marge en produktiecapaciteit en zal aldus de export stimuleren en de
delokalisatie afremmen. De maatregel is zelfs, wat de overheid betreft,
'gratis' en budgettair neutraal. Integendeel, de Sociale
Zekerheidsuitgaven zullen snel dalen en de verhoogde
belastingsontvangsten zullen de nodige budgetaire ruimte scheppen om
terug een actief beleid te voeren.
Natuurlijk dient over een periode van 3 tot 5 jaar de loonbelasting
voor alle werknemers gelijkgeschakeld en zullen maatregelen nodig zijn
om alles in goede banen te leiden. Terzelfdertijd kan ook de
consumptiebelasting aangepast worden, wellicht minder dan men soms
vreest omdat de economische output sterk zal toenemen. Die
consumptiebelasting kan dan wel meer gehanteerd worden om bepaalde
maatschappelijke doelstellingen te bereiken, bv. energie besparing en
competitiever openbaar vervoer.
|
Ten slotte moet ook de overheidssector
zichzelf in vraag durven stellen en moet ze haar eigen organisatie
ontdoen van alle gevestigde belangen en overtollig geworden regels,
wetten en administratie. Zij ook moet zich net zoals de industrie terug
focussen op haar kerntaak en conform met de bedrijfswetgeving binnen
het nieuwe Europa dezelfde regels van corporate governance and
transparantie aanmeten die van iedereen verwacht worden. In de 21ste
eeuw zijn er geen echte klassen meer en wordt het onderscheid tussen de
burgers groot en klein, arm en rijk vooral in stand gehouden door
misgroeide erfenissen uit het verleden. De huidige (r)evolutie naar een
welzijnsstaat hoeft niet gewelddadig te verlopen, men hoeft alleen de
wetten van de economie te respecteren. Ook dit maakt deel uit van het
democratische wordingsproces.
eric.verhulst@lancelot.be
paul.vreymans@workforall.net
|
The famous TV
Series on free Market Economics
by Nobel Prize laureate Milton Friedman
|
In
this great
series Milton Friedman
explains his inspiring
ideas
on liberty, on free market economics, on limited government,
limited public spending and low taxes. The TV series
is a complement to his masterpiece book of the same name
co-authored with
his economist wife, Rose Friedman. The series
includes debates
with dissenting economists. It’s a fantastic lesson in forensics,
very
instructive, and a lasting source of inspiration. Comments by Arnold
Schwarzenegger, Ronald Reagan, George Schultz, David
Friedman and many others.
The
Power of
Choice
the
full TV
Series free online
here: |
|
 |
|
|
|
|