Big Government leads to
Serfdom an
d Poverty

      ►  English Newsletter  
        Nederlandstalige Nieuwsbrief
        French, Italian and other languages 
        Statistics portal - Data from around the Globe
        Freedom Video Library: Economics made easy
        Library - Books, Links, Free Market Institutes, Downloads

   Mission Statement
 
The WebThis Site


Update 24-12-2007

The best Social
Program
is a Job
( Ronald Reagan )
news home news contact
francais English

5% Welgaartsgroei is geen Utopie

Studie van WorkForAll levert Doorbraak in de Analyse van Europese Stagnatie.
In de laatste decennia kende België zoals trouwens de meeste Europese landen meer periodes van stagnatie dan van stevige groei. Nochtans zijn er binnen Europa ook merkwaardige uitzonderingen. Ierland maar ook Luxemburg en Portugal kenden groeiritmes die men traditioneel associeert met de Aziatische tijgers zoals China. Waaraan zijn deze groeiverschillen toe te schrijven ? WorkForAll heeft de macro-economische cijfers van de 17 Europese landen onder de loep genomen en enkel markante oorzaken van groeiverschillen vastgesteld.
Ook Belgie kan een significante welvaartsgroei realiseren mits 3 maatregelen. Een vermindering van het relatief overheidsbeslag tot het welvaarts-"Armey" optimum, een verlaging van de loon- en inkomstenbelasting en tenslotte een substitutie van de loon- en inkomensbelasting door consumptiebelasting. Reeds na enkele jaren leidt tot een indrukwekkende groei waarbij de middelen ontstaan om de nu problematische welzijsbehoeften in te vullen.
tewerkstelling_welvaart
Een beknopte analyse van de Belgische economie

Dat de Belgische economie voor grote uitdagingen staat hoeft geen betoog. De werkloosheid, de vergrijzing, globalisering en tekorten in de Sociale Zekerheid en de Gezondheidssector zijn maar de meest markante ervan. Dat de Belgische economie momenteel weinig gewapend is voor deze uitdagingen blijkt uit het toenemend aantal delokalisaties, faillissementen, het gebrek aan starters en een toenemend pessimisme. De prive-sector verliest jobs bij de vleet.

Nochtans, in België wordt hard en efficient gewerkt. De Belgische productiviteit staat op de tweede plaats na de VS. Aan de inzet van de werknemers of het management van de bedrijven kunnen de slechte groeiprestatie niet geweten worden. Veeleer moet de oorzaak gezocht worden in een structureel macro-economisch mismanagement door de overheid.

Optimale belastingniveaus, welvaartsgeneratie en systeem efficientie
Een eerste vaststelling uit de macro-economische cijfers is dat sterk groeiende landen een kleine overheid hebben (Ierland 35,2% BNP, 2003) terwijl zwakke groeiers allen een hoog overheidsbeslag kennen (Denemarken 59,1;  Nederland 48,9 %, Zweden 58,2 %, Belgie 51,4 %, 2003).
 
Over de relatie tussen omvang van de overheid en de welvaartsgroei werd in het laatste decennium baanbrekend onderzoekswerk verricht. Het meest markante werk werd verricht door de econoom Armey die in 1995 de notie van optimale omvang van de overheid populariseerde. Zijn theorie sluit nauw aan bij de theorie van Laffer (1985) over de afnemende meeropbrengsten van belastings-ontvangsten naarmate de aanslagvoeten toenemen.




armey

Armey gaat verder,
en bestudeert vooral de impact op de groeiprestaties bij toenemende belastingsdruk en toenemende omvang van de overheid. Armey stelt vast dat bij totale ontstentenis van overheid een lage welvaartgroei wordt gerealiseerd, omdat essentiële collectieve infrastructuur ontbreekt, en de productiviteit bijgevolg bijzonder laag is. En ook omdat er zonder overheid anarchie heerst zonder recht of bescherming van eigendomsrechten. In zo'n gemeenschap zijn de burgers weinig gemotiveerd tot sparen, werken en investeren, omdat ze permanent bestolen of onteigend kunnen worden.

In het tegengestelde geval, als de totale beschikking over de output bij de overheid ligt, is de welvaartsgroei zeer gering. Zoals ook Laffer opmerkte hebben de burgers dan zeer weinig motivatie tot een productieve bijdrage, gezien de totale opbrengst van hun inspanningen bij de overheid terecht komt.

Tussen de twee extremen bevinden zich landen waar een mix van privaat en overheidsbeschikking op de allocatie van economische middelen bestaat. Hier wordt de welvaartsgroei aanvankelijk groter naarmate de overheidsbestedingen toenemen. De opbouw van infrastructuur en rechtsstaat werkt als een katalysator voor de economie en draagt sterk bij tot toename van productiviteit en welvaart. Op een gegeven moment evenwel gaat de welvaartstoename minder snel stijgen dan de stijging van het overheidsbeslag tot een maximum bereikt wordt. Voorbij dit optimum leiden bijkomende overheidsbestedingen niet langer tot welvaartsgroei, maar neemt de welvaartsgroei zelfs af. Dit is het gevolg van het feit dat de overheid steeds meer schaarse hulpbronnen aan de private sector onttrekt, waar ze productiever zouden kunnen worden aangewend, bv. voor de creatie van innovatieve bedrijven. Ook omdat voorbij dit maximum de fiscale druk een negatieve spiraal op gang brengt waarbij niet alleen arbeid aan de officiële economie ontrokken wordt, maar vooral de bereidheid tot productieve bijdrage zelf afneemt naarmate het overheidsbeslag toeneemt.


Deze afnemende bereidheid tot productieve bijdrage blijkt o.m. uit een empirisch onderzoek van de OESO, dat de significante negatieve relatie tussen aantal gewerkte uren en ook de toename van de grijze economie bij stijgende belastingsdruk aantoont.
Een vergelijking van tussen Ierland en België

Een vergelijking van het historisch verloop van de overheidsbestedingen Ierland met Belgie illustreert de werking van het Armey-effect. Tot 1980 hielden Ierland's overheidsbestedingen ongeveer gelijk tred met de Belgische, en verliepen ook de groeiprestaties van beide landen paralel. Tussen 1980 en 1985 liet de regering Martens-Mathot met een Keynesiaans beleid de overheidsuitgaven ontsporen, en  Rond 1983 werd de kaap van 50% van het BNP overschreden. Dit resulteerde in een continue stijging van belastingsdruk,  staatschuld, en onproduktieve overheidsbestedingen. De negatieve spiraal was geboren.

Ierland daarentegen gooide  in 1985 het roer radicaal om. In drie jaar tijd verminderde het zijn overheidsbestedingen met niet minder dan 20%, en gaf zo de start tot een periode van ongekende welvaartsgroei (gemiddeld 5,6% van  1985 tot 2002.)

Intussen hield België vast aan een beleid van op de economie, met stagnerdende groei voor gevolg. Zelfs onder gunstigste conjuncturele omstandigheden werden de overheidsbestedingen  nauwelijks teruggedrongen. In 2003 bedroegen ze 51,4% van het BNP tegenoger 35,2% in Ierland. Daarmee is de Belgische overheid op vandaag 46% groter dan de Ierse.

Ierland-Belgie


De analyse van Armey is kwalitatief, en vertolkt wat velen intuitief aanvoelen Vijftien jaar na de eerste ramingen in de VS was het  Primoz Pevcin, (University of Ljubljana) die in 2004 als eerste het Armey-optimum empirisch vaststelde voor de Europese landen. Voor België berekende Primoz de optimale omvang van de overheid op 42% hetgeen inhoudt dat de Belgische overheid ongeveer 21% moet afslanken om een optimale welvaart aan zijn burgers te garanderen.

Vasststellen dat zich aanzienlijke verschillen in welvaartsgroei voordoen tussen de Europese landen, is meteen ook de vraag stellen naar de oorzaak van die groeiverschillen. De voor de hand liggende techniek op dit uit te zoeken is een meervoudige regressie.

Regressie analyse legt de pijnpunten bloot

Voortgaande op de economische theorie nam WorkforAll aan dat de welvaartsgroei in een land bepaald wordt door uiteenlopende factoren. Dit kunnen zowel specifieke landeigen kenmerken zijn (leeftijdsstructuur, aantal gepresteerde uren per werknemer, spaarquote...), als externe omgevingsfactoren (olieprijs, wisselkoersschommelingen...), of ingrepen van de overheid. De aandacht ging daarbij evenwel vooral naar de beleidsfactoren, waaraan de overheid effectief iets zou kunnen veranderen om de welvaartsgroei te stimuleren; met name de omvang van de overheidsbestedingen; de structuur van de belastingsontvangsten, het budgettair deficit en de korte termijn intrestvoeten. Na eliminatie van de co-lineaire variabelen werden tenslotte 25 variabelen weerhouden.

correlatie

De groeiprestaties van 17 Europese landen werden afgemeten aan deze 25 factoren in een globale regressieanalyse die zicht uitstrekte over de periode 1985-2002. We konden dus beschikken over 306 waarnemingen (17 landen x 18 jaar). De regressies  werden berekend met timelags van 0, 1, 2, 3 en 4 jaar. Hierbij werden in hoofdzaak data gebruikt van de OESO.  Een pas gepubliceerd onderzoek van het IMF (2004) dat de identieke onderzoeksmethode hanteert, maar een andere landengroep over een langere periode onderzocht (1970-2002), kwam tot dezelfde significante resultaten.
Toch bereikte de IMF studie een geringere regressiecoefficient en kleinere waarden van de richtingscoëfficiënten. Dit was niet alleen te wijten aan het geringer aantal determinerende factoren, maar vooral aan het feit dat de groep onderzochte landen heterogener was. het IMF nam met name in zijn studie landen op die zich aan beide kanten van het Armey-optimum bevinden, wat aan beide kanten in tegengestelde groeielasticiteiten resulteert.

Let wel deze bevindingen gelden voor het geheel van de onderzochte Europese landen en gelden alleen indien alle andere variabelen, zoals de consumptiequote, ongewijzigd blijven. Zoals Primoz aantoonde bevindt Belgie zich behoorlijk rechts van het Armey optimum zodat voor dit land de effecten wellicht nog groter zijn. Daarenboven moeten de wijzigingen substantieel zijn om voldoende effect te resorteren en mogen ze niet teniet gedaan worden door andere compenserende maatregelen, zoniet riskeert zal het globale effect verwaarloosbaar te zijn (zoals men onlangs in Duitsland kon vaststellen.

consumptietax
taxes
Download hier het volledig studierapport

Het moge werkwaardig lijken dat een verschuiving van de belasting op arbeid (een conglomeraat van loonbelasting, inkomstenbelasting en sociale bijdragen) naar consumptiebelasting tot zoveel extra groei aanleiding geeft. De verklaring voor de aanzienlijke groeipotentiëel bij wijzigende belastingsstructuur ligt in een driedubbel effect, die elkaar in een positieve spiraal onderling versterken. Niet alleen verhoogt een lagere loonbelasting de competitiviteit en kan men dus een daling van de werkloosheid verwachten, het behoudt op zijn minst het netto besteedbaar inkomen. Men kan tevens verwachten dat bij een forse verlaging van de loonbelasting de prijzen zullen dalen en de vrijgekomen winst zal verdeeld worden tussen extra werkgelegenheid, verhoging van de nettolonen en betere bruto marges. Het tweede effect is ook niet onbelangerijk. Een dat hogere consumptiebelasting burgers aanzet en bedrijven ook aan een groter deel van hun inkomen te sparen en te investeren, hetgeen uiteindelijk een positieve spiraal versterkt.

Tenslotte is het vrij logisch dat een terugdringen van het overheidsbeslag gunstig werkt. De uiteindelijke oorzaak van de hoge loonbelasting is niet zozeer de herverdelingsfunktie van de overheid via de Sociale Zekerheid en andere mechanismen, maar de inefficiente werking van de overheid zelf. Dit bleek onder meer uit een recente studie van de ECB en ook uit de grafiek van de evolutie van het overheidspersoneel. Ook dit is quasi verdubbeld op 50 jaar met de grootste sprong in de jaren 80 en omvat nu zo'n 27 % van de actieve bevolking
Rentebeleid niet effectief

Een opmerkelijke conclusie uit het regressonderzoek is ook dat geen eenduidig effect van het laag-rentebeleid  op de welvaartsgroei kon worden vastgesteld. Workforall komt tot de conclusie dat in landen die een belangrijk netto tegoed tegenover het buitenland combineren met een aanzienlijke overcapaciteit (zoals België vb.), het remmend effect van gederfde rente-inkomsten zwaarder doorweegt dan het stimulerend effect van goedkoper investerings- en consumptiekrediet. De inefficiëntie van de jarenlang volgehouden bijna-zero rente in Japan en Zwitserland, lijken deze conclusies te bevestigen. Workforall concludeert dat Intrestverlaging vooral een stroom van artificiële investerings- en consumptiebestedingen op gang brengt die niet duurzaam kunnen zijn. Voor een duurzame groei te is méér nodig dan artificiële pepmiddelen: In de eerste plaats een omgeving die de lust om te ondernemen en te investeren herstelt. Belangrijk hierin zijn onder meer het herstel van de rechtszekerheid,  de afbouw van bureaucratie en de excessieve winstbelasting en talloze contraproductieve overheidsingrepen.

De algemene conclusie is dat elke overheidsmaatregel die enkel gericht is op het in stand houden of aanwakkeren van de consumptie (zoals door het aanwerven van extra overheidspersoneel) weinig groei zal teweeg brengen, integendeel. Dit is ook logisch, want dit komt neer op ontrekken van middelen aan de prive-sector. Elke maatregel die daarentegen aanleiding geeft tot verhoogde investeringen en verhoging van de economische output werkt versterkend door het multiplicator-effect. In het volledige studie document worden deze bevindingen bevestigd door verschillende andere studies.
De kickstart: eerst de economische output vergroten om dan de groei blijvend te verdubbelen

Als België straks nog wil meespelen in de globaliserende economie, en de essentiële  solidariteitsmechanismen wil in stand houden is het hoog tijd af te stappen van zijn groeiremmende structuren. De arbeidsonttradende fiscaliteit en het veel te hoog overheidsbeslag op onze economie moet worden gestopt. Ierland gaf het voorbeeld. 15 jaar geleden gooide Ierland het roer radicaal om. Sindsdien evolueerde het in amper 15 jaar van de zieke man van Europa tot de Celtic tiger. Het toont aan dat een drastische ommezwaai niet alleen mogelijk is, maar ook zorgt voor de noodzakelijke groei. Deze groei liet toe dat de reële sociale uitgaven er zelfs bij afnemend overheidsbeslag op de economie drastisch konden toenemen, en armoede werd gebannen. Alleen groei kan immers de ruimte scheppen voor een duurzame financiering van vergrijzing, en allerlei sociale, ecologische en culturele projecten waarvan de politici al zolang dromen.

De sleutel ligt in het opbouwen van een budgetaire ruimte door gebruik te maken van de nu onbenutte arbeid. Op een beroepsbevolking (15 - 65 jaar) van 6 miljoen zijn er nu grosso modo meer dan 2 miljoen mensen 'inactief'. Wellicht is de helft hiervan niet direkt inzetbaar voor allerlei redenen. Ongeveer een miljoen mensen evenwel is nu werkloos of werd vervroegd uit het arbeidscircuit genomen of leeft van een af andere vorm van vervangsinkomen. Dit terwijl de actieve bevolking in de prive sector (zo'n 2.7 miljoen) steeds meer onder druk komt te staan om nog meer te werken voor een lager netto besteedbaar inkomen. M.a.w. afgerond kan de inschakeling van deze arbeidsreserve voor een toename van 37 % van de economische output zorgen.
Download hier het volledig studierapport
Het voorstel is om deze arbeidsreserve in te schakelen via aanwervingen aan nettoloon, met initieel behoud van hun vervanginsinkomen (of op zijn minst een forfaitair minimum) en de Sociale Zekerheid. Dit levert voor de bedrijven een substantiele verlaging op van de gemiddelde loonkost, een forse toename van de bruto marge en produktiecapaciteit en zal aldus de export stimuleren en de delokalisatie afremmen. De maatregel is zelfs, wat de overheid betreft, 'gratis' en budgettair neutraal. Integendeel, de Sociale Zekerheidsuitgaven zullen snel dalen en de verhoogde belastingsontvangsten zullen de nodige budgetaire ruimte scheppen om terug een actief beleid te voeren.

Natuurlijk dient over een periode van 3 tot 5 jaar de loonbelasting voor alle werknemers gelijkgeschakeld en zullen maatregelen nodig zijn om alles in goede banen te leiden. Terzelfdertijd kan ook de consumptiebelasting aangepast worden, wellicht minder dan men soms vreest omdat de economische output sterk zal toenemen. Die consumptiebelasting kan dan wel meer gehanteerd worden om bepaalde maatschappelijke doelstellingen te bereiken, bv. energie besparing en competitiever openbaar vervoer.


Ten slotte moet ook de overheidssector zichzelf in vraag durven stellen en moet ze haar eigen organisatie ontdoen van alle gevestigde belangen en overtollig geworden regels, wetten en administratie. Zij ook moet zich net zoals de industrie terug focussen op haar kerntaak en conform met de bedrijfswetgeving binnen het nieuwe Europa dezelfde regels van corporate governance and transparantie aanmeten die van iedereen verwacht worden. In de 21ste eeuw zijn er geen echte klassen meer en wordt het onderscheid tussen de burgers groot en klein, arm en rijk vooral in stand gehouden door misgroeide erfenissen uit het verleden. De huidige (r)evolutie naar een welzijnsstaat hoeft niet gewelddadig te verlopen, men hoeft alleen de wetten van de economie te respecteren. Ook dit maakt deel uit van het democratische wordingsproces.

eric.verhulst@lancelot.be
paul.vreymans@workforall.net

The famous  TV Series  on free Market Economics
by Nobel Prize laureate  Milton Friedman 
rose friedman In this great series Milton Friedman explains his inspiring ideas on liberty, on free market economics, on limited government, limited public spending and low taxes.  The TV series is a complement to his masterpiece book of the same name co-authored with his economist wife, Rose Friedman. The series includes debates with dissenting economists.  It’s a fantastic lesson in forensics, very instructive, and a lasting source of inspiration. Comments by Arnold Schwarzenegger, Ronald Reagan, George Schultz, David Friedman and many others.

The Power of Choice
the full TV Series free online here:
free to choose milton friedman TV series

Free Downloads :
 

 
willy.de.wit@pandora.be


WFA PUBLICATIONS


WFA PUBLICATIONS

MP3 : 45 min
debat
Link: LVB NET
Hebt u opmerkingen of suggesties ?

Of mail ons op:


paul.vreymans@workforall.net

Martin.De.Vlieghere@pandora.be

Thank You for Your visit  -   Don't  forget  to bookmark  -  Please link  http://workforall.net  on Your web Page
news media
news home contact
francais English