|
|
|
|
| |
|
The Road to Serfdom
This
masterpiece of Nobel
Prize laureate Friedrich
Hayek is an eye-opener, strongly advocating the free market
principles.
In
this all-time classic Hayek persuasively warns against the
authoritarian utopias of central planning and the welfare state.
Fascism, communism and socialism share these utopias. For the
implementation of their plans these
authoritarian ideologies require government
power over the individual, inevitably leading to a totalitarian state.
Every step away from the free
market toward planning reduces people's freedom and is a step toward
tyranny.
Planning is also inefficient as it cannot accurately
assess consumer preferences to efficiently
co-ordinate production. In a free market "Price" is the all-inclusive source
of information,
guiding entrepreneurs to produce whatever is wanted and directing
workers wherever they are most needed. Free
markets also provide the
entrepreneurial climate for a thriving
economy and for releasing the creative energy
of its citizens. Free individuals in their
native strive to develop their
talents and to improve their fate produce spontaneous progress.
All public interference in the economic process disturbs the market
equilibrium, distorts the optimal allocation of resources and
consequently reduces the level of wealth. Where planning replaces free
markets people do not only loose their
freedom and individuality. Resulting slow growth also increases welfare
demands causing dependence similar to slavery. In the end people's
self-reliance and
self-respect is ruined, and citizens are degraded to a means to serve
the ends of the collective mass.
Free
condensed pdf version
Samenvatting (NL) Debat hier (NL)
Méér
over Hayek hier (NL)
Résumé Francais
Overview
Full
paperback version
Readers'
Digest
More Friedrich Hayek Books
here
What Has Government Done
to Our Money?
by
Murray Rothbard
After presenting the
basics of money and banking theory, Rothbard traces the decline of the
dollar from the 18th century to the present, and provides lucid
critiques of central banking, New Deal monetary policy, Nixonian fiat
money, and fixed exchange rates. He also provides a blueprint for a
return to a 100 percent reserve gold standard. The book made huge
theoretical advances. He was the first to prove that the government,
and only the government, can destroy money on a mass scale, and he
showed exactly how they go about this dirty deed. But just as
importantly, it is beautifully written. He tells a thrilling story
because he loves the subject so much. The passion that Murray feels for
the topic comes through in the prose and transfers to the reader.
Readers become excited about the subject, and tell others. Rothbard
shows precisely how banks create money out of thin air and how the
central bank, backed by government power, allows them to get away with
it. He shows how exchange rates and interest rates would work in a true
free market. When it comes to describing the end of the gold standard,
he is not content to describe the big trends. He names names and
ferrets out all the interest groups involved.
Nobel Prize
laureate Milton
Friedman discusses Big Government, Minimum Wages, High Taxes,
Trade Unions, Public Squander, Big Brother, Subsidies and other means
of destroying our Economy.
Milton
Friedman explains all the Basics of Economics in this exceptional 28 minutes YouTube Video.
# Statist Problems-
how government manipulation of the money supply around the world
results in inflation and destruction of wealth;
# Libertarian Solutions-
only a free-market in money (backed by precious metals)
has historically ensured stability and prosperity.
"Paper money has
had the effect in your state that it will ever have,
to ruin commerce, oppress the honest,
and open the door to every species of
fraud and injustice."
- George Washington, January 9, 1787,
in a letter to J. Bowen, Rhode Island

”The
substitution of paper money for
metallic
currency is a national gain:
any further
increase of paper
beyond this is but
a form of robbery
... all holders of
currency lose,
by the depreciation of its value,
the exact equivalent of
what the issuer
gains.”
John
Stuart Mill
|
|
|
|
|
|
Is de Kredietcrisis voorbij ?
De fundamentele analyse die bankiers liever verzwijgen.
De kredietcrisis is een schoolvoorbeeld van waninvesteringen
veroorzaakt door jarenlang laks monetair beleid, gekruid met politieke
peptalk, sterk onderschatte inflatie, en door bankiers gecamoufleerde
kredietrisico’s. De Europese Centrale Bank (ECB) speelt een centrale
rol in de ongebreidelde kredietexpansie. Ten behoeve van de
achterblijvers in het Europees peloton heeft de ECB te lang een
inflatoir lage rente gehandhaafd en geldgroei laten ontsporen. De ECB
heeft daarmee de wereldwijde kredietexplosie die was ingezet door de
FED nog zwaar versterkt.
Is de
kredietcrisis nu afgewend of staat ons nog erger te wachten ? We gaan
na of
de diepere oorzaken die tot de inzinking hebben geleid zijn verholpen.
1.
Ontspoorde geldgroei in Europa en de VS.
Bij de lancering van de Euro zijn de Eurolanden een dubbel monetair
objectief overeengekomen om de financiële stabiliteit te
waarborgen: een inflatiestreefdoel van 2%, en een jaarlijkse groei van
de totale geldhoeveelheid M3 van ongeveer 4.5% als intermediaire
doelstelling om deze inflatienorm te kunnen halen. Uit wetenschappelijk
onderzoek blijkt namelijk dat de groei van de geldhoeveelheid een vrij
nauwkeurige voorspelling levert voor de inflatie drie jaar later, en
dat begrenzing van de geldgroei tot 4,5% de inflatie tot ca 2% kan
beperken. .
Over de acht
jaar haar bestaan komt de ECB in de praktijk uit op een gemiddelde
geldgroei op jaarbasis van 6.9%. Dit is méér dan de helft
boven de vooropgestelde groeinorm. Amper acht jaar na haar oprichting
bereikte de M3 geldgroei in Juli zelfs een voorlopige piek van 11,7% of
zowat 10% boven het groeiritme van de reële economie.
In
Euroland jaagt m.a.w. momenteel een 11,7% ruimere geldhoeveelheid
achter een hoeveelheid goederen en diensten die slechts met 1,7% is
gegroeid tegenover vorig jaar. De inflatoire druk op de prijzen laat
zich ook zonder complexe econometrische modellen op voorhand
voorspellen.
Het laatst gekende geldgroeicijfer van 11,7% (Bron:
ECB) dateert
daarbij nog van juli, juist vóór de massale
liquiditeitsinjectie die de ECB nodig achtte om het acuut
liquiditeitstekort tijdens de hefboomfondsencrisis te bezweren. Deze
liquiditeitsinjectie zal geldhoeveelheid in Augustus vermoedelijk een
flinke opstoot
geven zodat de geldgroei op jaarbasis mogelijks driemaal de
herhaaldelijk bevestigde groeinorm van 4,5% zal overtreffen. Blijkbaar
zit bij de ECB niemand nog om een procentje min of meer
verlegen, en volgt hoeveelheid Euro’s in omloop duidelijk een
exponentiele groei
sinds Trichet het roer overnam


2.
Inflatie schromelijk onderschat
Tegen alle
economische logica in blijft het ECB inflatiecijfer merkwaardig genoeg
rond de 2% hangen. Daarbij rijzen steeds meer twijfels over de
representativiteit de ECB inflatiemaatstaf. Algemeen wordt aangenomen
dat het ECB inflatiecijfer (HICP) grof en systematisch de reële
prijsstijgingen onderschat.
In Europa is
het altijd al een hekel punt geweest of het indexcijfer representatief
was voor de werkelijke kosten van levensonderhoud. De Europese
overheden vonden wel altijd een goede reden om de snelst stijgende
producten en “diensten” zoals olie, sigaretten en niet te vergeten
belastingen uit de index te weren.
Daarbij komt
dat het berekenen van een gemiddelde inflatie in Europa een bijna
onmogelijke taak is. Daarbij vormt het wegen van het toenemend aandeel
diensten in de familiebudgetten van differentieel verouderende
bevolkingen en de weging van veranderende consumptiepatronen in de nog
erg verschillend evoluerende economieën een quasi onoverkoombare
moeilijkheid. Als gemiddelde verbergt het per definitie sowieso al veel
grotere inflatiecijfers in enkele belangrijke Eurolanden.
Het ECB
inflatiecijfer houdt bovendien niet de minste
rekening met de dalende kwaliteit van haar goederenkorf. De prijzen van
de huidge laagkwalitatieve importartikelen worden vergeleken met
hoogkwalitatieve lokale productie van weleer.
Maar veruit
de belangrijkste kritiek op het ECB inflatiecijfer is dat het enkel
slaat op consumptieprijzen en geen rekening houdt met de explosieve
prijsstijging van vastgoed en van investeringsgoederen in het algemeen.
De vertekening daarvan is belangrijk omdat alleen al de hypothecaire
afkorting voor het woonhuis veelal één derde van het
Europees gezinsbudget opslorpt.
Daarnaast heeft het toenemend gebruik in de industrie van
termijncontracten en optiecontracten de op ons afkomende schaarste aan
grondstoffen lang verholen en prijsstijgingen uitgesteld. Al die
financiële constructies hebben gemeen dat ze een virtueel aanbod
van goederen creëren dat in realiteit (nog) niet bestaat, en
waarvan de effectieve levering door geen enkele materiele waarborg is
gegarandeerd. Daarbij zijn de tegenpartijen veelal dubieuze onbekenden
die niet zelden opereren vanuit een of ander zolderkamertje. Dit
virtueel aanbod heeft de prijzen lang kunnen drukken, en de op ons
afkomende reële tekorten aan landbouwgrondstoffen, metalen en
energie lang verborgen en de inflatiesprongen uitgesteld maar zeker
niet afgelast.
3. M3
Geldgroeinorm overbodig ?
Toch grijpt de banksector dit verdacht laag inflatiecijfer aan om de
zin van M3 geldgroeinorm te betwisten. Zo vraagt de doorgaans
respectabele studiedienst van Goldman Sachs zich in een recente analyse
ronduit af waarom de banksector zich nog langer door die hinderlijke M3
grens zou laten beperken als de inflatie toch laag blijft. Laat de
banksector toch vrij geld te drukken zoveel ze nodig achten, en ja,
waarom niet in de drukpersen niet wat sneller laten draaien? De
economie kan er maar wel mee varen, zo beweren althans nog altijd
sommige Keynesiaanse economisten. Zelfs de meest notoire
Belgische economist en ooit nog ECB presidentskandidaat De Grauwe durft
aan
de meerwaarde van de M3 geldgroeinorm te twijfelen .
Uit de historiek van de herfinancieringrente blijkt trouwens dat de ECB
de facto in haar rentebeleid sowieso toch al geen rekening meer houdt
met de ontsporende geldgroei al evenmin trouwens als de Amerikaanse
FED.

|
”The substitution of paper
money
for
metallic currency is
a national gain:
any further increase of paper
beyond
this is but a form of robbery ...
All holders of currency lose by
the
depreciation of its value the exact
equivalent of what the issuer
gains.”
John
Stuart Mill
|
|
 |
4. Virtuele
Alchemie maakt banken rijk en burgers arm
Bankiers
schrikken er blijkbaar niet meer voor terug de oude economische
wetmatigheden en zelfs het universele verband tussen prijspeil en
geldhoeveelheid in vraag te stellen.
Dat de
banksector maar al te graag die “hinderlijke” geldgroeinorm zou
afschaffen is begrijpelijk. De virtuele alchemie van geldschepping
waarbij ze papier tot goud omtoveren of ten minste tot reële
koopkracht is voor hen immers een uitermate lucratieve bezigheid. Voor
de productieve burger is het plaatje van een afschaffing van de
groeinorm evenwel minder rooskleurig. Al de koopkracht die banken zich
door het drukken van geld toe-eigenen, is immers koopkracht die
geniepig is afgelengd van de reële koopkracht waarvoor burgers zo
hard voor moeten werken.
Als
burgers al
iets hardnekkig moeten verdedigen in ons huidig monetair stelsel zonder
de minste gouddekking is het wel die groeinorm. Ook al is de huidige
ECB norm met 4,5% ontegensprekelijk veel te hoog, het is de enige nog
resterende rem op onbeperkte geldschepping en hyperinflatie. Het is
onze enige garantie op een minimum aan monetaire stabiliteit.
Tot de
gouddekking is hersteld kan alleen een gemiddeld geldgroeiritme dat het
groeiritme van de reële economie benadert voor prijsstabiliteit
zorgen. Een geldhoeveelheid die sneller toeneemt dan de groei van de
reële economie is per definitie inflatoir en brengt de economie in
gevaar.
Nee, niet de geldgroeinorm, maar de inflatienorm is een conceptuele
misvatting. Het nefaste gevolg van een (hoge) inflatienorm is namelijk
dat het gemiddeld prijspeil nooit meer kan dalen, waardoor het
zelfhelend effect van het prijsmechanisme is ontkracht, en
prijsdalingen in tijden van economische teruggang de reële vraag
niet meer kunnen aantrekken en zo de economie uit het slop halen.
5.
Valsmunterij
Prijzen
kunnen ook niet meer dalen in tijden van uitzonderlijke
productiviteitssprongen zoals we die nu meemaken. Zowat
vijftien jaar al genieten we van een uitzonderlijke periode van
productiviteitswinsten dank zij de globalisering, liberalisering en
privatisering die zowel handelsbarrières hebben neergehaald als
massaproductie mogelijk gemaakt. Ook de sneltrein van technologische
innovaties heeft sterk bijgedragen tot de verhoging van de
productiviteit. Denken we maar aan de robotisering, internet, GPS,
mobiele communicatie, digitalisering, nano en biotechnologie enz.
Aan deze
uitzonderlijke economische en technologische vooruitgang is het te
danken dat we voor veel goederen zoals elektrische en
huishoudtoestellen, textielwaren en vakantiekiekjes veelal nog slechts
de helft betalen van de prijs van 20 jaar terug, en zelfs nog slechts
één tiende voor mobilofoons, vliegtuigreizen, comput | |