|
|
|
|
|
|
| |
|
The Road to Serfdom
This
masterpiece of Nobel
Prize laureate Friedrich
Hayek is an eye-opener, strongly advocating the free market
principles.
In
this all-time classic Hayek persuasively warns against the
authoritarian utopias of central planning and the welfare state.
Fascism, communism and socialism share these utopias. For the
implementation of their plans these
authoritarian ideologies require government
power over the individual, inevitably leading to a totalitarian state.
Every step away from the free
market toward planning reduces people's freedom and is a step toward
tyranny.
Planning is also inefficient as it cannot accurately
assess consumer preferences to efficiently
co-ordinate production. In a free market "Price" is the all-inclusive source
of information,
guiding entrepreneurs to produce whatever is wanted and directing
workers wherever they are most needed. Free
markets also provide the
entrepreneurial climate for a thriving
economy and for releasing the creative energy
of its citizens. Free individuals in their
native strive to develop their
talents and to improve their fate produce spontaneous progress.
All public interference in the economic process disturbs the market
equilibrium, distorts the optimal allocation of resources and
consequently reduces the level of wealth. Where planning replaces free
markets people do not only loose their
freedom and individuality. Resulting slow growth also increases welfare
demands causing dependence similar to slavery. In the end people's
self-reliance and
self-respect is ruined, and citizens are degraded to a means to serve
the ends of the collective mass.
Free
condensed pdf version
Samenvatting (NL) Debat hier (NL)
Méér
over Hayek hier (NL)
Résumé Francais
Overview
Full
paperback version
Readers'
Digest
More Friedrich Hayek Books
here
What Has Government Done
to Our Money?
by
Murray Rothbard
After presenting the
basics of money and banking theory, Rothbard traces the decline of the
dollar from the 18th century to the present, and provides lucid
critiques of central banking, New Deal monetary policy, Nixonian fiat
money, and fixed exchange rates. He also provides a blueprint for a
return to a 100 percent reserve gold standard. The book made huge
theoretical advances. He was the first to prove that the government,
and only the government, can destroy money on a mass scale, and he
showed exactly how they go about this dirty deed. But just as
importantly, it is beautifully written. He tells a thrilling story
because he loves the subject so much. The passion that Murray feels for
the topic comes through in the prose and transfers to the reader.
Readers become excited about the subject, and tell others. Rothbard
shows precisely how banks create money out of thin air and how the
central bank, backed by government power, allows them to get away with
it. He shows how exchange rates and interest rates would work in a true
free market. When it comes to describing the end of the gold standard,
he is not content to describe the big trends. He names names and
ferrets out all the interest groups involved.
Nobel Prize
laureate Milton
Friedman discusses Big Government, Minimum Wages, High Taxes,
Trade Unions, Public Squander, Big Brother, Subsidies and other means
of destroying our Economy.
Milton
Friedman explains all the Basics of Economics in this exceptional 28 minutes YouTube Video.
# Statist Problems-
how government manipulation of the money supply around the world
results in inflation and destruction of wealth;
# Libertarian Solutions-
only a free-market in money (backed by precious metals)
has historically ensured stability and prosperity.
"Paper money has
had the effect in your state that it will ever have,
to ruin commerce, oppress the honest,
and open the door to every species of
fraud and injustice."
- George Washington, January 9, 1787,
in a letter to J. Bowen, Rhode Island

”The
substitution of paper money for
metallic
currency is a national gain:
any further
increase of paper
beyond this is but
a form of robbery
... all holders of
currency lose,
by the depreciation of its value,
the exact equivalent of
what the issuer
gains.”
John
Stuart Mill
|
|
|
|
|
|
Is de Kredietcrisis voorbij ?
De fundamentele analyse die bankiers liever verzwijgen.
De kredietcrisis is een schoolvoorbeeld van waninvesteringen
veroorzaakt door jarenlang laks monetair beleid, gekruid met politieke
peptalk, sterk onderschatte inflatie, en door bankiers gecamoufleerde
kredietrisico’s. De Europese Centrale Bank (ECB) speelt een centrale
rol in de ongebreidelde kredietexpansie. Ten behoeve van de
achterblijvers in het Europees peloton heeft de ECB te lang een
inflatoir lage rente gehandhaafd en geldgroei laten ontsporen. De ECB
heeft daarmee de wereldwijde kredietexplosie die was ingezet door de
FED nog zwaar versterkt.
Is de
kredietcrisis nu afgewend of staat ons nog erger te wachten ? We gaan
na of
de diepere oorzaken die tot de inzinking hebben geleid zijn verholpen.
1.
Ontspoorde geldgroei in Europa en de VS.
Bij de lancering van de Euro zijn de Eurolanden een dubbel monetair
objectief overeengekomen om de financiële stabiliteit te
waarborgen: een inflatiestreefdoel van 2%, en een jaarlijkse groei van
de totale geldhoeveelheid M3 van ongeveer 4.5% als intermediaire
doelstelling om deze inflatienorm te kunnen halen. Uit wetenschappelijk
onderzoek blijkt namelijk dat de groei van de geldhoeveelheid een vrij
nauwkeurige voorspelling levert voor de inflatie drie jaar later, en
dat begrenzing van de geldgroei tot 4,5% de inflatie tot ca 2% kan
beperken. .
Over de acht
jaar haar bestaan komt de ECB in de praktijk uit op een gemiddelde
geldgroei op jaarbasis van 6.9%. Dit is méér dan de helft
boven de vooropgestelde groeinorm. Amper acht jaar na haar oprichting
bereikte de M3 geldgroei in Juli zelfs een voorlopige piek van 11,7% of
zowat 10% boven het groeiritme van de reële economie.
In
Euroland jaagt m.a.w. momenteel een 11,7% ruimere geldhoeveelheid
achter een hoeveelheid goederen en diensten die slechts met 1,7% is
gegroeid tegenover vorig jaar. De inflatoire druk op de prijzen laat
zich ook zonder complexe econometrische modellen op voorhand
voorspellen.
Het laatst gekende geldgroeicijfer van 11,7% (Bron:
ECB) dateert
daarbij nog van juli, juist vóór de massale
liquiditeitsinjectie die de ECB nodig achtte om het acuut
liquiditeitstekort tijdens de hefboomfondsencrisis te bezweren. Deze
liquiditeitsinjectie zal geldhoeveelheid in Augustus vermoedelijk een
flinke opstoot
geven zodat de geldgroei op jaarbasis mogelijks driemaal de
herhaaldelijk bevestigde groeinorm van 4,5% zal overtreffen. Blijkbaar
zit bij de ECB niemand nog om een procentje min of meer
verlegen, en volgt hoeveelheid Euro’s in omloop duidelijk een
exponentiele groei
sinds Trichet het roer overnam


2.
Inflatie schromelijk onderschat
Tegen alle
economische logica in blijft het ECB inflatiecijfer merkwaardig genoeg
rond de 2% hangen. Daarbij rijzen steeds meer twijfels over de
representativiteit de ECB inflatiemaatstaf. Algemeen wordt aangenomen
dat het ECB inflatiecijfer (HICP) grof en systematisch de reële
prijsstijgingen onderschat.
In Europa is
het altijd al een hekel punt geweest of het indexcijfer representatief
was voor de werkelijke kosten van levensonderhoud. De Europese
overheden vonden wel altijd een goede reden om de snelst stijgende
producten en “diensten” zoals olie, sigaretten en niet te vergeten
belastingen uit de index te weren.
Daarbij komt
dat het berekenen van een gemiddelde inflatie in Europa een bijna
onmogelijke taak is. Daarbij vormt het wegen van het toenemend aandeel
diensten in de familiebudgetten van differentieel verouderende
bevolkingen en de weging van veranderende consumptiepatronen in de nog
erg verschillend evoluerende economieën een quasi onoverkoombare
moeilijkheid. Als gemiddelde verbergt het per definitie sowieso al veel
grotere inflatiecijfers in enkele belangrijke Eurolanden.
Het ECB
inflatiecijfer houdt bovendien niet de minste
rekening met de dalende kwaliteit van haar goederenkorf. De prijzen van
de huidge laagkwalitatieve importartikelen worden vergeleken met
hoogkwalitatieve lokale productie van weleer.
Maar veruit
de belangrijkste kritiek op het ECB inflatiecijfer is dat het enkel
slaat op consumptieprijzen en geen rekening houdt met de explosieve
prijsstijging van vastgoed en van investeringsgoederen in het algemeen.
De vertekening daarvan is belangrijk omdat alleen al de hypothecaire
afkorting voor het woonhuis veelal één derde van het
Europees gezinsbudget opslorpt.
Daarnaast heeft het toenemend gebruik in de industrie van
termijncontracten en optiecontracten de op ons afkomende schaarste aan
grondstoffen lang verholen en prijsstijgingen uitgesteld. Al die
financiële constructies hebben gemeen dat ze een virtueel aanbod
van goederen creëren dat in realiteit (nog) niet bestaat, en
waarvan de effectieve levering door geen enkele materiele waarborg is
gegarandeerd. Daarbij zijn de tegenpartijen veelal dubieuze onbekenden
die niet zelden opereren vanuit een of ander zolderkamertje. Dit
virtueel aanbod heeft de prijzen lang kunnen drukken, en de op ons
afkomende reële tekorten aan landbouwgrondstoffen, metalen en
energie lang verborgen en de inflatiesprongen uitgesteld maar zeker
niet afgelast.
3. M3
Geldgroeinorm overbodig ?
Toch grijpt de banksector dit verdacht laag inflatiecijfer aan om de
zin van M3 geldgroeinorm te betwisten. Zo vraagt de doorgaans
respectabele studiedienst van Goldman Sachs zich in een recente analyse
ronduit af waarom de banksector zich nog langer door die hinderlijke M3
grens zou laten beperken als de inflatie toch laag blijft. Laat de
banksector toch vrij geld te drukken zoveel ze nodig achten, en ja,
waarom niet in de drukpersen niet wat sneller laten draaien? De
economie kan er maar wel mee varen, zo beweren althans nog altijd
sommige Keynesiaanse economisten. Zelfs de meest notoire
Belgische economist en ooit nog ECB presidentskandidaat De Grauwe durft
aan
de meerwaarde van de M3 geldgroeinorm te twijfelen .
Uit de historiek van de herfinancieringrente blijkt trouwens dat de ECB
de facto in haar rentebeleid sowieso toch al geen rekening meer houdt
met de ontsporende geldgroei al evenmin trouwens als de Amerikaanse
FED.

|
”The substitution of paper
money
for
metallic currency is
a national gain:
any further increase of paper
beyond
this is but a form of robbery ...
All holders of currency lose by
the
depreciation of its value the exact
equivalent of what the issuer
gains.”
John
Stuart Mill
|
|
 |
4. Virtuele
Alchemie maakt banken rijk en burgers arm
Bankiers
schrikken er blijkbaar niet meer voor terug de oude economische
wetmatigheden en zelfs het universele verband tussen prijspeil en
geldhoeveelheid in vraag te stellen.
Dat de
banksector maar al te graag die “hinderlijke” geldgroeinorm zou
afschaffen is begrijpelijk. De virtuele alchemie van geldschepping
waarbij ze papier tot goud omtoveren of ten minste tot reële
koopkracht is voor hen immers een uitermate lucratieve bezigheid. Voor
de productieve burger is het plaatje van een afschaffing van de
groeinorm evenwel minder rooskleurig. Al de koopkracht die banken zich
door het drukken van geld toe-eigenen, is immers koopkracht die
geniepig is afgelengd van de reële koopkracht waarvoor burgers zo
hard voor moeten werken.
Als
burgers al
iets hardnekkig moeten verdedigen in ons huidig monetair stelsel zonder
de minste gouddekking is het wel die groeinorm. Ook al is de huidige
ECB norm met 4,5% ontegensprekelijk veel te hoog, het is de enige nog
resterende rem op onbeperkte geldschepping en hyperinflatie. Het is
onze enige garantie op een minimum aan monetaire stabiliteit.
Tot de
gouddekking is hersteld kan alleen een gemiddeld geldgroeiritme dat het
groeiritme van de reële economie benadert voor prijsstabiliteit
zorgen. Een geldhoeveelheid die sneller toeneemt dan de groei van de
reële economie is per definitie inflatoir en brengt de economie in
gevaar.
Nee, niet de geldgroeinorm, maar de inflatienorm is een conceptuele
misvatting. Het nefaste gevolg van een (hoge) inflatienorm is namelijk
dat het gemiddeld prijspeil nooit meer kan dalen, waardoor het
zelfhelend effect van het prijsmechanisme is ontkracht, en
prijsdalingen in tijden van economische teruggang de reële vraag
niet meer kunnen aantrekken en zo de economie uit het slop halen.
5.
Valsmunterij
Prijzen
kunnen ook niet meer dalen in tijden van uitzonderlijke
productiviteitssprongen zoals we die nu meemaken. Zowat
vijftien jaar al genieten we van een uitzonderlijke periode van
productiviteitswinsten dank zij de globalisering, liberalisering en
privatisering die zowel handelsbarrières hebben neergehaald als
massaproductie mogelijk gemaakt. Ook de sneltrein van technologische
innovaties heeft sterk bijgedragen tot de verhoging van de
productiviteit. Denken we maar aan de robotisering, internet, GPS,
mobiele communicatie, digitalisering, nano en biotechnologie enz.
Aan deze
uitzonderlijke economische en technologische vooruitgang is het te
danken dat we voor veel goederen zoals elektrische en
huishoudtoestellen, textielwaren en vakantiekiekjes veelal nog slechts
de helft betalen van de prijs van 20 jaar terug, en zelfs nog slechts
één tiende voor mobilofoons, vliegtuigreizen, computers
en printers.
Dat ondanks
die massale prijsdalingen het
gemiddeld prijspijl is blijven stijgen is juist is aan die inflatienorm
te wijten. De inflatienorm verhindert immers dat de welvaartsgroei
voortvloeiend uit de productiviteitswinst bij de consument terecht
komt. Een inflatienorm van 2% komt in de praktijk neer op een
geïnstitutionaliseerde confiscatie van de welvaartsgroei
voortvloeiend uit de vooruitgang. Wanneer een centrale Bank een
inflatiedoelstelling van 2% wil bereiken, zal ze haar intrestvoeten
verlagen en krediet makkelijk
maken tot de vraag naar leningen toeneemt.
Door geld
uit te lenen dat nergens werd ontleend, komt zodoende koopkracht in
omloop waartegenover in de reële economie geen productie van
goederen of diensten staat. Ten gronde heeft zulke geldschepping net
hetzelfde effect als valsmunterij want daarmee ontfutselt de banksector
een fractie van de koopkracht van het geld in omloop. De overmatige
geldschepping ontwaardt immers beetje bij beetje en bijna onvoelbaar
voortdurend zuurverdiende koopkracht aan de productieve bevolking

6.
Vastgoedzeepbel
Juist omdat gigantische hoeveelheden geld in omloop zijn die geen
evenredige hoeveelheid nieuwe goederen en diensten aantreffen in de
reële economie, kan het excessieve geld maar besteed worden aan de
bestaande voorraad consumptiegoederen of reeds bestaande
investeringsobjecten. Dit brengt ons tot het tweede nefast gevolg van
de buitensporige geldschepping, namelijk dat we net zoals in de VS
regelrecht op een barstenklare vastgoedzeepbel afstevenen.
In tijden van inflatie aanziet het grote publiek vastgoed als de beste
investering. Daardoor is de vraag naar vastgoed in het laatste decenium
sterk toegenomen en zijn de Europese prijzen veel sneller gaan stijgen
dan de salarissen, veelal met stijgingspercentages boven de 10% per
jaar. Gemakkelijke krediet, inflatoire lage rente en verlengde
terugbetalingperiode tot 40 jaar hebben de maandelijkse afbetalingen
voor een eigendomswoning evenwel kunstmatig laag gehouden. Niet veel
boven de huurprijs zelfs, zeker als onervaren nieuwkomers op de
woningmarkt ook nog eens eeuwig verder stijgende vastgoedprijzen en
eeuwigdurende lage rente in hun raming verdisconteren.
In een vicieuze cirkel hebben zo inflatie, gemakkelijke krediet en
stijgende woningprijzen geresulteerd in het huidige exorbitant
prijsniveau dat Europa vandaag kent. Naar koopkracht gemeten ligt het
Europees prijspeil nu al tussen 30% en 50% in rurale gebieden boven het
Amerikaanse prijspeil dat een jaar terug al de eerste barsten vertoonde.
Dit piramidespel waarbij onervaren en goedgelovige
nieuwkomers op de
huizenmarkt de hete aardappel van een veel te dure gezinswoning en veel
te zware afbetalingslast toegeschoven krijgen is gedoemd vroeg of laat
te imploderen. Nu al worden beide gezinspartners voor de aankoop van
een gezinswoning veroordeeld tot een krenterig bestaan van dertig of
veertig jaar schuld-dwang-arbeid, daar waar vorige generatie de
echtelijke woning meestal nog met één enkel salaris kon
bijeensparen. En dat ondanks gigantische productiviteitswinst in de
bouwsector.
Dit is bijna
uitsluitend te wijten aan de buitensporige
geldgroei. Vroeg of laat moet ook de Europese vastgoedzeepbel barsten.
Bij de minste groeivertraging of stijging van de werkeloosheid dreigt
een domino-effect. Al bij geringe aarzeling zullen de laatste kopers,
die op het hoogste niveau hebben gekocht en veelal tot de limiet van
hun aflossingscapaciteit zijn gegaan in moeilijkheden komen. Veelal
hebben op aanraden van hun bank voor het goedkoopste alternatief van
een hypotheek met variabele rente gekozen. Zij zullen de eerste zijn in
afbetalingslast geraken en mogelijks tot verkoop worden gedwongen in
een negatief gestemde markt waar potentiële kopers liever verdere
prijsdalingen afwachten....
Spaartekort,
overconsumptie en waninvesteringen
...Het meest
nefaste gevolg van het laks monetair beleid van de ECB is evenwel dat
de Inflatoir lage rente het sparen ontmoedigt. In de meeste Eurolanden
is de netto reële rente na aftrek van kosten, spaarbelasting en
reële inflatie al enkele jaren quasi nul of zelfs negatief. Als
gevolg van de lage spaarvergoeding heeft de gezinsspaarquote in de
geïndustrialiseerde wereld een historisch minimum van 5% bereikt.
In 1992 was dit nog 12,3%. ( Bron :OECD ) Ten gronde
betekent de huidige lage spaarquote dat we de kosten van de vergrijzing
en de pensioenlasten volledig op onze kinderen afwentelen, en we hen
met een ondraagbare belastingdruk opzadelen. .
Dat de NBB
een nieuw laagtepunt van de Belgische spaarquote de week na de
recentste beurscrash nog positief bleef verwelkomen als een toename van
het consumenten-vertrouwen getuigt van cynisme en totaal gebrek aan
verantwoordelijkheidszin. Dergelijke hoerah-boodschappen versterken nog
de illusie van probleemloze welvaart die hun excessieve
kredietschepping al overmatig creëert.
8.
Oververschulding: Recept voor monetaire crisis.
Het laks
monetair beleid gekruid met politieke peptalk verhult systematisch de
monetaire instabiliteit en onevenwichten en genereert zo
overoptimistische verwachtingen en overconsumptie.
Zolang geleend geld nog wordt besteed aan productiviteitverhogende
investeringen, volstaat het inkomen uit die productieve investeringen
meestal wel om de afkortingen te financieren. Anders wordt het, zoals
veelal gebeurt op het einde van een periode van inflatoire euforie,
wanneer overoptimistische consumenten geleend geld besteden aan luxe
consumptie, alsmaar grotere auto’s, veel te grote huizen, yachten,
funcars,
vakantiereizen, champagnefestijnen, en vakantiehuizen.
Ook niet
wanneer gemakkelijk krediet dat niet op reële lonen huren en
dividenden is gebaseerd, maar op overoptimistische virtuele winsten op
aandelen en onroerend goed wordt geïnvesteerd in speculatieve
investeringen. Zoals zo vaak is gebeurd in geschiedenis, van de
Hollandse tulpen mania tot aan de Internet bubble, was het opnieuw
desinformatie en gemakkelijk krediet die tot de huidige
vastgoedluchtbel en verkeerde inschatting van kredietrisico’s en
overwaardering van de verraderlijke Amerikaanse CDO’S heeft geleid.
In
acht jaar tijd is de hypothekaire schuld in de EU méér
dan verdubbeld.
De
buitensporige geldschepping tegen veel te verleidelijke
kredietvoorwaarden eindigt onvermijdbaar in een depressie, omdat zelfs
goedkoop krediet vroeg of laat moet worden afbetaald. Op het
einde van
elke euforisch periode zitten veel consumenten op de limiet van hun
afbetalingscapaciteit. Al bij geringe groeivertraging, bij stijgende
werkeloosheid of omslaan van de conjunctuur moeten velen met hun
afkortingen in gebreke blijven omdat bestedingen in vergankelijke
consumptie niet meer kan worden teruggedraaid of
onproductieve of laagproductieve investeringen bestedingen onvoldoende
renderen om de rentelast op te brengen.
Immers ook
de
liquiditeit van dure en laagproductieve investeringen die
in tijden van inflatoire boom onuitputtelijk lijkt, kan bij een
conjunctuuromslag terstond opdrogen. Dure overnames en investeringen
worden dan plots onverkoopbaar waardoor zich in een kettingreactie
massaal falingen kunnen voordoen. Want ook in de bedrijfswereld leidt
té lage rente, en veel te rooskleurige rentevooruitzichten tot
overoptimistische winstverwachtingen, vooral dan nog bij de
kwetsbaarste en zwaar verschuldigde bedrijven. Ook hier geldt dat de
productie van investeringsgoederen in tijden van euforie het snelle
krediet nauwelijks kan bijbenen. Nieuwe machines en fabrieken kunnen
niet snel genoeg worden geleverd zodat managers dan maar bestaande
bedrijven tegen steeds hogere prijzen en steeds lagere returns
overnemen.
Niet
zelden worden balansen op basis van veel te optimistische
vooruitzichten opgesmukt, weer doorverkocht, naar de beurs gebracht, of
dienen als waarborg voor weer nieuw krediet en overnames.
Zo draagt elke buitensporige kredietexpansie al van bij het beging de
kiem in zich van euforie en financiële crisis die de reële
economie aantast en kan uitmonden in een depressie..
9.
Crash
voorlopig afgewend.
Depressies
zij inderdaad geen geringe incidentjes uit een ver verleden. Denken we
maar aan de Japanse financiële crisis amper twintig jaar terug.
Deze crash herleidde er de beurkoersen en vastgoedprijzen tot
één kwart. Weinigen schijnen te beseffen hoe labiel ook
de huidige financiële situatie is geworden als gevolg van de
buitensporige geldschepping, en hoe dicht we begin Augustus bij een
reële instorting van het monetaire kaartenhuis stonden.
Toen op 9 augustus de gerenommeerde Franse grootbank BNP aankondigde
dat zij de transacties van drie hefboomfondsen moest opschorten schokte
het vertrouwen in het Europees banksysteem abrupt. Kort voordien hadden
Duitse banken al moeten ingrijpen om IKB Deutsche Industriebank te
redden en waren twee hefboomfondsen van de Amerikaanse
hypotheekspecialist Bear Stearns over de kop gegaan. Plots wantrouwde
iedereen iedereen, en durfde niemand nog aan niemand krediet verlenen.
In enkele uren droogden de liquiditeiten op de Europese geldmarkt
volledig op. Als de centrale banken niet massale liquiditeiten in de
markt hadden gegooid tegen een rente ver beneden de marktrente hadden
de zwaarst geëngageerde banken op de markt onmogelijk de nodige
liquiditeiten kunnen vinden en zouden over kop zijn gegaan. Zelfs de
grootste banken kenden de voorbije weken zware moeilijkheden. Ook zij
staan voor miljarden verliezen op de derivaten op basis van onaflosbare
rommelhypotheken en junkbonds.
Waarnemers
menen dat de ECB met haar massale liquiditeitsinjectie de
financiële wereld de verkeerde boodschap geeft dat ze bereid is
zelfs de meest roekloze speculanten ter hulp te snellen. Niet bepaald
een boodschap die beleggers en speculanten afschrikt zich te verder
verschulden of alsmaar grotere risico’s nemen. Onevenwichten blijven zo
bestaan en verergeren, en de 'creatieve vernietiging’ van speculatieve
excessen blijft uit.
Speculanten hebben met hun derivaten en financiële constructies
onbeheersbare hefbomen gehanteerd en buitensporige hausse posities
ingenomen. Ze hebben de markten met hun speculaties opgejut, en
ondoorzichtige financiële constructies opgezet waarmee ze niet
zelden bona fide beleggers onwetend in hun avonturen hebben betrokken.
Zolang alles goed ging hebben ze gigantische profijten binnengerijfd
voor hun fondsen zowel als hun beheerders. Nu het mis gaat moet de
centrale bank de speculanten geen tweede maal te hulp snellen met
nóg zwaarder inflatoire ingrepen. Gokkende beursgangers moeten
zelf de consequenties dragen van hun roekeloze inhaligheid. .
Tot slot.
Met haar
massale liquiditeitsinjectie heeft de ECB de onafwendbare en louterende
correctie alleen maar uitgesteld. Alleszins zijn de fundamentele
onevenwichten van het monetair kaartenhuis door de
liquiditeitskunstgrepen van de ECB niet hersteld. De geldhoeveelheid
groeit nog altijd aan hetzelfde helse ritme. De rente en spaarquote
blijft nog altijd onrustwekkend laag. Onze bevolking veroudert nog
altijd even snel. Euroland stevent nog altijd af op onbetaalbaarheid
van de vergrijzing en pensioenlast. De vastgoedmarkt is nog altijd even
overprijsd en nog altijd even ontoegankelijk voor het modale
arbeidersgezin. Miljoenen Amerikaanse woningen moeten nog altijd een
koper vinden.

http://www.telegraph.co.uk
Hoe langer
centrale banken de onafwendbare correctie uitstellen met hun
festijn van inflatoir lage rente, des te dieper zal de finale crisis
worden en des te groter de weerslag op ons aller welvaart. Centrale
banken moeten niet krampachtig de geringste correctie willen afwenden.
Milde
correcties zijn immers heilzaam omdat ze speculatieve excessen
wegwerken, en mogelijks een diepe depressie zoals in 1929 vooralsnog
kunnen voorkomen.
Goede
huisvaders doen er goed aan de komende weken en maanden het
rentebeleid en vooral de groei van de geldhoeveelheid van de ECB en de FED
nauwgezet op te
volgen. Verdere ontsporing van de geldgroei is de onmiskenbare voorbode
van zware inflatie of zelfs erger onheil en het sein om bewarende
schikkingen te treffen.
Vermoedelijk zullen Centrale Banken nog eens vuur met vuur bestrijden,
en de monetaire zeepbel verder opblazen met nog méér
inflatoire middelen. Zoals altijd zal de schade van hun monetair
wanbeleid uiteindelijk toch weer door de hardwerkende burger moeten
worden opgebracht.
Paul Vreymans.
Achtergrondinformatie
:
Remarks or suggestions ? please
contact us at
|
|
|
|
|
The Path To
Sustainable Growth
Lessons
From 20 Years Growth Differentials In Europe
Martin De Vlieghere
and Paul Vreymans
Abstract: While
the rest of the world is booming, Europe lags behind. Europe's
performance is weak in spite of high productivity and knowledge, high
level of development and good labour ethics. Growth is also remarkably
dissimular among regions. France, Germany and Italy are stagnating, and
so do Denmark, Sweden and Finland. All gained less than 44% prosperity
over the last 20 years. The Irish economy grew 4 times faster, gaining
169% wealth over the same period. In half a generation Ireland so
metamorphosed into Europe's second richest country creating jobs for
all.
" Big government " is the main cause of Europe's weak performance. The
oversized Public Sector lacks productivity and is undoing the entire
productivity gains of the Private Sector, eradicating all of its
outstanding performance and productiveness. Europe could improve its
overall performance by copying the Irish success formulas: Scaling down
Public Spending, downsizing bureaucracy, and shifting the tax burden
from income on consumption. This book demonstrates why the Lisbon
Agenda and decades of Keynesian inflationist demand stimulation have
failed. It devellops an alternative and workable supply-side strategy
as well as effective cures for a humane and financially sustainable
development.
This book reads as a step-by-step manual for economic
recovery. It is a data-reference for students and
politicians interested in growth, wellfare and in social
modelling. It is a classic for economists
concerned about Big Government, poor public sector
productivity and for parents worrying about their declining
standard of living and their children's future.
|
|
|

Big
Public Spending
means
poor Growth.
Slow
Growth
results in Poverty.
These
are the key findings from our research
confirming the results of earlier
studies such as this
which compared the growth differentials of 30 OECD countries
over 45 years (
over 1000 data-pairs !!! )
Do
You feel more people should know this? Please
link this page or mail it to a friend
|
|
|
|
|
|