Big Government leads to
Serfdom an
d Poverty

      ►  English Newsletter  
        Nederlandstalige Nieuwsbrief
        French, Italian and other languages 
        Statistics portal - Data from around the Globe
        Freedom Video Library: Economics made easy
        Library - Books, Links, Free Market Institutes, Downloads

   Mission Statement
 
The WebThis Site


24-10-2007

The best Social
Program
is a Job
( Ronald Reagan )
news home news contact
francais English
EU: Is Europa's sociale zekerheid nog betaalbaar in 2010 ?
  Iers groeimodel best voorbereid op Vergrijzing en Globalisering.
De wereldeconomie is de laatste dertig jaar nooit zo sterk gegroeid als in 2004, namelijk met ongeveer 5 pct. China's en Indie's groei zijn fenomenaal. De VS en Japan zetten hun heropstanding verder.

Intussen glijdt Europa af naar stagnatie, mogelijks zelfs recessie. De zwakke groei zet Europa's sociaal stelsel onder toenemende druk. Europa's demotiverend fiscaal stelsel is de fundamentele oorzaak. De globale belastigdruk ligt in Europa 15% hoger dan de VS en Japan, en 9% hoger dan het OESO gemiddelde. Dit overheidsbeslag werkt demotiverend, en leidt de onontbeerlijke werkmiddelen af van de private sector naar een steeds inefficienter wordend overheidapparaat.

 
Toch kent ook Europa enkele merkwaardige uitzonderingen: Luxemburg, Portugal en Ierland. Vooral Ierland kende een ware welvaartsexplosie met een gemiddelde groei van 5,6% in de laatste 20 jaar, en dankt zijn succes aan zijn afwijkend belastingsstelsel. Ierland's FAIR-TAX stelsel kent een significant lagere globale belastingsdruk en een evenwichtige verdeling van de fiscaliteit over directe en indirecte belastingen. Ierland toont aan dat hun alternatief model leidt tot economisch en sociaal succes. Het Iers model is realistisch en ook in Belgie toepasbaar. Waar wacht men op ? 

Luc Van braeckel interviewt Workforall

over hun opmerkelijk onderzoek.








Inderdaad indrukwekkende prestaties. Hoe verloopt zo'n ommezwaai naar een productie-stimulerend beleid in de praktijk?
In essentie gaat zo'n productiebeleid over een substantiële verlaging van de belastingen op arbeid en op winst; maw. een vermindering van de directe belastingen. Dat motiveert de mensen aan om terug aan de slag te gaan: terug ondernemend te worden, risico te nemen, om een overuur te presteren of om wat langer aan het werk te blijven.  

Dat werkt natuurlijk niet met een vage belofte op een minimale belastingsvermindering ergens ver in de toekomst, zoals in ons land gebruikelijk is. Het moet onmiddellijk en substantiëel voelbaar zijn. Tussen 1985 en 2001 verlaagde Ierland de belastingsdruk op lonen van 37% in 1985 tot 19,3% in 2001, zowat een halvering dus van de belastingsdruk. In België bleef de belastingsdruk op arbeid zelfs licht stijgen: van 46% in 1985 tot 47,9% in 2001. Vandaag is de Belgische belastingsdruk op lonen zowal dus 2,5 maal zo hoog als in Ierland. Verwondert het nog iemand dat niemand nog een overuur wil presteren en de bedrijven hier in steeds razender tempo weglopen ?  

Maar vooral de drastische verlaging van de vennootschapsbelasting zorgde voor een verbetering van het ondernemingsklimaat. Toen Ierland in 1985 in het dieptepunt van zijn crisis verkeerde bedroeg de belasting op winst er niet minder dan 50%. In 2002 had Ierland die herleid tot 16%. Bij ons was die vermindering marginaal, en duidelijk onvoldoende om enig effect te ressorteren. De recente vermindering van onze vennootschapsbelasting moest zelfs "budgettair neutraal" zijn en werd gecompenseerd door de vermindering van allerlei aftrekken. In feite ging het om een opsmukoperatie van de tarieven die geen enkel effect ressorteert.

Maar een belastingsverlaging... Daar worden toch enkel de rijken beter van ?
Daar ligt juist het grote misverstand bij de afgunstideologen! Onder een productiestimulerend beleid wordt iedereen beter, en zeker niet in het minst de arbeider, werkzoekende of de kansarmen. Kijk naar de jobcreatie. Sedert 1985 kon Ierland 31,2% nieuwe jobs creëren. In ons "sociaal" België met zijn talloze steun- en dure tewerkstellingsmaatregeltjes kwamen er amper 7,6% bij en dan nog voor een groot deel bij de overheid. 
  
Leidt een belastingsverlaging dan niet tot de afbouw van de  sociale zekerheid ?
Een eerste denkfout is dat belastingsontvangsten dalen als de belastingsdruk verlaagt. Niets is minder waar. Hier speelt het Laffer-effect. Elke tariefverlaging verbreedt de belastingsbasis omdat ontwijking en ontduiking minder interessant worden. Vlaanderen heeft trouwens al een voorsmaakje van dit Laffer-effect kunnen proeven: sedert het de successierechten verlaagde zijn de belastings-ontvangsten uit erfenissen wezenlijk gestegen.

Merk daarbij op dat lage erfenistarieven niet motiveren om vroeg te sterven. Als men een verlaging doorvoert in de inkomensbelasting krijgt men er wél nog een dubbele extra stimulans bovenop : De zogenaamde Armey-effecten: Lage inkomensbelastingen bevorderen de groei omdat ze motiveren om terug aan de slag te gaan: om een overuur te presteren, om een eigen zaak te beginnen, of wat langer te blijven werken. Bovendien worden de middelen die zo naar de privé terugvloeien daar véél productiever aangewend dan bij de overheid.

Ierland heeft de effectiviteit van de gecombineerde Laffer-Armey effecten voor directe belastingen aangetoond. Zijn belastings- ontvangsten zijn blijven stijgen naarmate de belastingsdruk daalde.

Tweede denkfout is dat men de dynamiek van de groei onderschat. In % van het BNP bleven de sociale uitgaven in Ierland ongeveer constant, net zoals in België, maar de dynamiek van de groei zorgde ervoor dat de sociale uitgaven in reële termen met 118% stegen tussen 1980 en 1998. In België was dat amper 43%. Zo'n verschil laat zich in de geldbeugel van de mensen maar al te goed voelen ! Ierland heeft aangetoond dat een productiebeleid in realiteit veel socialer is dan het Keynesiaans alternatief.


 
 

 









Vindt men die Ierse jobcreatie in alle sectoren terug?  
 
Over alle sectoren kon Ierland tussen 1985 en 2002 zo maar eventjes netto 31,2% jobs bij creëren. Bij ons was dat amper 7,6%. De belangrijkste stijging vindt men in de diensten: +106% tegenover +15,8 % bij ons. Maar opmerkelijk is dat zelfs in de industrie er tussen 1980 en 2003 nog 32% jobs bijkwamen. Bij ons was de industriële tewerkstelling in 1999 afgekalfd tot 75% van het niveau van 1980.

Sedertdien heeft België zijn cijfers blijkbaar uit schaamte niet meer meegedeeld aan de OESO. In de landbouw vond weliswaar dezelfde evolutie plaats als bij ons: een duidelijke vermindering van de tewerkstelling. Maar in het globaal speelt de landbouwtewerkstelling heden ten dage een geringere rol. 
 

Bij ons geloven velen dat desindustrialisatie een onafwendbaar fenomeen is. Ierland toont aan dat desindustrialisatie geen fataliteit is en dat ook een Europees land zijn industriële tewerkstelling nog kan opdrijven. Zelfs iemand als Professor De Grauwe legt zich bij de desindustrialisatie neer, en sust ons dat dit nauwelijks een probleem vormt omdat het jobverlies in de industrie wel in de dienstensector zal opgevangen worden. 

De vraag is natuurlijk aan wie de dienstensector zijn diensten zal slijten. Veel fabrieken zullen architecten niet moeten tekenen, nog weinig fabrieksramen zullen moeten gepoetst, fiscalisten zullen nog weinig bedrijven moeten adviseren en de fiscus zal nog op weinig plaatsen moeten contoleren... Diensten verkopen aan werklozen dan of aan het buitenland? Forget it !! Diensten zijn nog loonintensiever dan de industrie, en geloof niet dat wij méér hersencellen hebben dan een gemiddelde Indiër of Chinees.


Maar Belgïe zit natuurlijk met die erfzonde van onze staatsschuld... Ons beleid is aan handen en voeten gebonden.  
Die gigantische staatsschuld is het logisch gevolg van decennialang en vruchteloos Keynesiaans "deficit spending" met als hoogtepunt het desastreus beleid onder PS minister van begroting MATHOT. Natuurlijk was dergelijke schuldopbouw economische waanzin, en een moreel onrecht komende generaties daarmee op te zadelen. We moeten van die schuld af.

De vraag is alleen hoe. Je kan natuurlijk proberen die zo snel mogelijk af te betalen. Als we alle spaarmiddelen aan schuldafbouw besteden zouden we daar met een spaarquote van 14% evenwel 8,85 jaar over doen, maar dan blijft niets over om te investeren. Geen enkele nieuwe machine, geen enkel nieuw huis..... Je zou het ook over 17,7 jaar kunnen spreiden, maar ook dan nog halveer je de investeringen met desastreuze gevolgen voor onze competitiviteit en voor de welvaartsgroei. Op die wijze de staatschuld afbetalen gaat veel te traag, en gaat altijd ten koste van investeringen.

Een andere manier om de verhouding Schulden/BNP af te bouwen is te focussen op de noemer van deze breuk, en niet op de teller. Men moet maw. een serieuze groei nastreven. Dit is net de politiek die Ierland gevolgd heeft.

In 1986 bedroeg de staatschuld in Ierland 111% van het BNP, bijna even erg als België met 124% van het BNP.  Door de belastingsverlaging kon Ierland een forse jaarlijkse groei realiseren van gemiddeld 5,6% in de periode 1985-2002. België focuste op de teller van de breuk: inleveren om de staatsschuld af te betalen. Die inleveringspolitiek werkte deflatoir zodat de groei stagneerde op 1,9%.  Na 17 jaar maakt dergelijk exponentieel groeiverschil wel een serieus verschil uit: Ierland kon zijn BNP met een factor2,67 verhogen; Belgie met een factor 1,42. Ierland verhoogde maw. de noemer van de breuk staatsschuld/BNP met die factor 2,67, Belgie met die factor 1,42 zodat Ierland in 2005 zijn schuld herleidt tot 30% BNP. Met grote moeite en ten koste van veel inlevering zal dit bij ons nog altijd 98% van het BNP bedragen.




En de werkeloosheid dan ? 

Bij ons leeft nog altijd het misverstand dat de beschikbare arbeid een beperkte statische hoeveelheid is die men solidair moet verdelen. Niets is minder waar. Belastingsverlaging is de motor tot creativiteit en tot nieuwe initiatieven en tot jobcreatie in de productieve sector. Je ziet dat ook in de statistiek van de Ierse werkeloosheid. In 1985 stond Ierland er met 17% werklozen veel slechter voor dan België met 10%. In 2003 was die in Ierland herleid tot 4,6%. In de praktijk betekent dit dat bedrijven er permanent op zoek zijn naar arbeiders, kaderleden, en bedienden, en niet omgekeerd zoals bij ons. 



Op hetzelfde misverstand rust de vrees dat lage winstbelasting en sociale bijdragen ondernemingen afsnoept van andere landen. Ook deze redenering gaat er van uit dat het aantal ondernemingen of hun omvang onveranderlijke grootheden zijn, die men solidair onder de naties zou moeten verdelen. Dit berust op de veronderstelling dat de werklust en ondernemingslust van de bevolking ongevoelig is voor het belastingsniveau. Men zou beter moeten weten; zodra je mensen een ruimer aandeel in de vrucht van hun arbeid laat, neemt hun bereidheid tot productieve bijdrage zienderogen toe. Lagere belastingen motiveren om aan de slag te gaan: om een overuur te presteren, om het risico van een eigen onderneming aan te durven, om wat langer aan het werk te blijven.... Wie dat niet wil inzien, dan wellicht eens naar het huidige China gaan kijken, en op de terugweg naar de economische en ecologische puinhopen die het Sovjet regime achterliet. 


Net zoals concurrentie tussen bedrijven leidt tot creativiteit en optimale aanwending van schaarse middelen, leidt ook belastingsconcurrentie tussen naties tot optimalisatie van het beleid. Elke vorm van belastingscartel tussen naties is even nefast voor de tewerkstelling en de welvaart als marktverdelende cartelafspraken tussen bedrijven nefast zijn voor omvang van hun afzetmarkt.

Er moet gevreesd worden dat onder toepassing van de voorgestelde Europese Grondwet minimale belastingtarieven bij meerderheidsbeslissing aan de lidstaten zullen worden opgelegd. Landen die een gelijkaardige groeibeleid willen voeren zoals Ierland zullen dan zeer beperkt zijn in hun nationale autonomie om het economisch beleid dat democratisch door hun bevolking werd beslist ten uitvoer te btrengen. Onder zo'n een Europese grondwet en zo'n een systeem van minimale belasting loopt Europa het risico zijn stagnerende groei zoals die nu al decennia aanhoudt, te vereeuwigen.




Toch lijkt het tegenstrijdig dat sociale uitgaven kunnen stijgen bij een vermindering van de belastingsdruk. 

De cijfers zijn bekend! Je kan ze nagaan op OESO website !   Eerste denkfout is dat de belastingsontvangsten dalen bij dalende belastingsdruk. Het Laffer-effect, het terugverdieneffect speelt hier, en Ierland bewijst dat dit reëel is. De belastingsontvangsten stegen naarmate de belastingsdruk daalde.  

Tweede denkfout is te kijken naar het relatief aandeel van de sociale uitgaven als een % van het BNP; Bekijk de absolute cijfers. Hoeveel ontvangen de mensen werkelijk aan uitkeringen? Dat is wat de burger interesseert! In alle grote sectoren zijn de reële sociale uitkeringen in Ierland méér gestegen in Ierland dan in België, behalve in de werkeloosheid, maar dat is te danken aan het feit dat Ierland zijn werkeloosheid er tot één derde kon herleiden. Per werkloze geeft Ierland wel ook méér steun dan België.  

Absolute kampioenen zijn de Ieren in de gezinstoelagen waarin de kinderbijslagen de voornaamste post zijn. Die stegen in 18 jaar met niet minder dan 262 %; bij ons zijn de gezinstoelagen zelfs lichtjes gedaald. Bij ons focust altijd op een krimpscenario; besparingen op uitkeringen: we zitten  op de snelweg naar de afbouw van de sociale zekerheid.

  
Wil men bij ons de sociale zekerheid in stand houden en de vergrijzing financieren en dan kan dat enkel door groei, groei, en nog eens groei.

Dat heeft zelfs Vandelanotte nu al ingezien. Wat hij nog niet begrijpt is dat groei enkel kan door vermindering van de belastingsdruk. Hij wil de groei forceren: de economie aanzwengelen door de participatiegraad te verhogen; in mensentaal door de pensioenleeftijd te verhogen. Dus eigenlijk weer een afbouw van de sociale verworvenheden, en pure symptoombestrijding. Wil men Belgie van zijn ziekte val een te lage participatiegraad genezen dan moet men de oorzaak van de lage participatiegraad wegnemen, en dat is de totale demotivatie door de verlammende belastingsdruk.







Vandelanotte vraagt zicht niet af wie de arbeidsplaatsen zal creëren om de hogere participatiegraad en het hoger arbeidsaanbod op te vangen. Ziet hij dan niet dat er geen starters meer zijn en dat dit ligt aan ons archi-slecht ondernemingsklimaat en de generositeit van de risicoloze alternatieven? Ziet hij niet dat bestaande bedrijven delocaliseren aan een tempo zoals nooit tevoren? België -en Europa- lopen leeg. Onder zijn partijgenoot Schroeder is in Duitsland de werkeloosheid opgelopen tot 5 miljoen; evenveel als in de crisisjaren 1929.
Met zo'n krimpscenario stevenen we af op de totale ineenstorting.

 

Een andere denkpiste die Jullie volgen is een vershuiving van de belastingsdruk van directe belastingen naar consumptie.  
  
Dit is niet zomaar een denkpiste; ook dat is een van de hoofdconclusies uit ons regressie-onderzoek. We hebben vastgesteld dat landen met een hogere consumptie-belasting veel sneller groeien dan landen met een hoger aandeel aan directe belastingen. We moeten hierover dan ook volledig de stelling van Vivant en het recente Europees initiatief terzake van Verhofstadt bijtreden.  

Probleem is dat ons overheidsapparaat explosief gegroeid is sedert 1965. De directe belastingen en belastingen op bedrijven hebben deze groei volledig gefinancierd. De inkomensbelastingen zijn sedert 1965 verdubbeld; de consumptiebelastingen daartegenover zijn nauwelijks veranderd. 

Bij het ontwerp van ons sociale zekerheidsstelsel, was de verhouding tussen directe en indirecte belastingen evenwichtig. Maar in de loop van de tijd is de structuur van onze belastingsontvangsten volledig scheefgegroeid. Deze scheefgroei tussen directe en consumptiebelasting draagt wezenlijk bij tot de demotivatie van de aktieven en tot stimulering van de consumptie ten nadele van investeringen. Bijkomend voordeel van een consumptiebelasting is dat de financiering van de sociale zekerheid niet langer uitsluitend op de binnenlandse productie rust, maar dat ook buitenlandse producten hierin meebetalen.  

Ook een verschuiving van de belastingen kan inderdaad zeer wezenlijk helpen om de groei te bevorderen, maar het hoofdobjectief moet een verlaging van de globale belastingsdruk blijven. Het IMF komt in haar studie van Juli 2004 trouwens het zelfde besluit.  

http://www.fma.gv...

Bij ons is men toch goed bezig ?
 
De Belgische overheid legt nog altijd beslag op 50% van onze welvaartscreatie. Dat behoort nog altijd tot de allerhoogste ter wereld. Verontrustend is dat de overheidsbestedingen exclusief intresten op de staatsschuld sedert 2000 nog zijn gestegen van 42,9% tot 46,1% BNP in 2005.

Het voordeel van lage intrestvoeten werd m.a.w. volledig opgesoupeerd aan allerlei nieuwe uitgaven. Men had zonder snoeien in de begroting de evolutie op de rentemarkt kunnen gebruiken om het overheidsbeslag met méér dan 3% te verminderen. Maar men heeft opnieuw gekozen voor nieuwe uitgaven.

Je kunt elke Euro maar één keer uitgeven natuurlijk. Als de overheid dat doet aan allerlei leuke maar improductieve projecten, onttrekt ze daarmee middelen aan de privé sector, waar de middelen veel productiever zouden kunnen worden aangewend, in investeringen in  nieuwe machines, fabrieken, energiezuinige huizen of onderzoek  bijvoorbeeld. Als de overheid steeds meer middelen naar zich wil toetrekken kan men natuurlijk de belastingsdruk nooit verlagen.


Een wel erg controversieel resultaat uit jullie onderzoek is dat een lage rentes niet helpen om de groei te stimuleren.  

Eigenlijk waren we zelf geschrokken van dit regressieresultaat, en dachten dat we ergens fout zaten. In die mate zelfs dat we het onderzoek vanaf nul op een andere computer en met andere regressiessoftware hebben overgedaan. Toch bleek opnieuw dat lage rentepolitiek in de onderzochte EU-landen inderdaad geen enkel positief effect heeft op de groei.

Bij nader toezien staan we met deze waarneming niet alléén: Men moet vaststellen dat vijftien jaar bijna-zero rente in Japan niet in staat is gebleken enige stimulans te geven aan de slabakkende Japanse groei. Hetzelfde geldt voor Zwitserland, dat in de laatste 15 jaar de laagste groei van Europa optekende, ondanks zijn permanent lage rente.  De verklaring moet gezocht in het feit dat renteverlagingen behalve een positief effect op de bestedingen van consumenten en potentiële investeerders, in een land zoals België ook belangrijke negatieve effecten hebben.  

Zo doen lage rentes het besteedbaar inkomen van de spaarders dalen, maar ook onze betalingsbalans lijdt eronder, gezien landen zoals België veel meer rente ontvangen uit het buitenland dan ze moeten betalen. Goedkoop-geld-politiek leidt bovendien altijd tot toename van de welvaartsvretende inflatie. Ofwel de consumptieprijzen ofwel de asset prijzen moeten stijgen.

Onze inflatie is toch onder controle ? 

Het prijspeil van de consumptiegoederen blijft in Europa inderdaad voorlopig nog onder controle. Dat is uitsluitend te danken aan de zegeningen van de globalisering en de massale toevoer van goedkope consumptiegoederen uit lage-loonlanden. De prijzen van  lokaal geproduceerde goederen en vooral diensten lopen wel al aardig uit de hand: reparatiediensten, gezondheidszorg en bejaardenzorg vb.  

Maar men onderschat vooral de negatieve invloed op onze welvaart van de "asset inflatie". Die is ondertussen al behoorlijk op hol geslagen. Denken we maar aan de prijzen van bouwgrond, huizen en industriegrond. Die zaken slorpen een veel te groot deel van ons budget op, en dat vreet aan onze welvaart. Maar ook aandelen en obligaties hebben nu een prijspeil bereikt waarbij de returns op een historisch laag niveau zijn gevallen. Al die zaken vindt men natuurlijk niet terug in het indexcijfer van de consumptieprijzen, ook niet  in dat welk de ECB hanteert.

We zijn nog met aanvullend onderzoek bezig. Dit  fascinerend resultaat van uit ons regressieonderzoek betekent immers nogal wat. Zo dit bevestigd wordt zou dit betekenen dat het laag-rentebeleid van de Europese Centrale Bank contraproductief werkt voor onze welvaartsgroei.

Jullie pleiten ook voor een decentralisatie van de beleidsstructuren. 

We hebben inderdaad ook nagegaan of de grootte van de onderzochte landen een rol speelt in de welvaartsgroei en de jobcreatie. We hebben vastgesteld dat staten met een kleiner bevolkingsaantal significant beter presteren dan grote landen. Er blijken dus zeker géén schaalvoordelen uit ons onderzoek. Deze conclusie ligt dan weer wél volledig in lijn met andere studies terzake.  "The Size of Nations" (PDF),


Het vermoeden rijst dat té centralistisch bestuur in grote landen leidt tot "one size fits all" maatregelen die negatieve effecten voor gevolg hebben voor bepaalde subregio's. Vandaar het grote belang van een gedecentraliseerde beleidsstructuur en onze diepe twijfels over de opportuniteit van het "uitdiepen" van EU.


Als zoveel feiten aantonen dat een productie-stimulerend beleid zowel de welvaart als de jobcreatie ten goede komt,  waarom doen de politici dat dan niet ?
 
 

Het historisch en wetenschappelijk bewijsmateriaal is inderdaad overweldigend. Zo'n productie-stimulerend beleid heeft gewoon overal gewerkt waar men het heeft toegepast. Dat was zo in de VS onder Reagan, dat was zo in Ijsland onder Oddson, dat is nu zo in Ierland, en ook het Wirtschaftswunder onder Erhard was een toonbeeld van productie-stimulerend beleid gekenmerkt door forse belastingsverlagingen.



Uiteindelijk berust het beginsel op het allereenvoudigste principes: Een gezin dat méér uitgeeft dan het verdient wordt arm. Dat is zo voor huishoudens en dat is zo voor staten. Een land dat méér produceert dan het consumeert wordt welvarend. Willen we welvaart dan moeten we de productie stimuleren en niet de consumptie. Zo eenvoudig is dat.

Waarom men dat niet overal toepast? Voor een fundamentele beleidswijziging is een politieke meerderheid nodig. Onze politici denken korte-termijn en  vaak nog in termen van ideologie en klassenstrijd. Ze denken te weinig aan het gemeenschappelijk belang, en nog minder aan het belang van de volgende generatie. Ze kennen de cijfers niet en zijn zich niet bewust van de impact van verkeerde beleidskeuzes. 
Hadden wij in 1985 de juiste weg gekozen die ook Ierland insloeg, dan waren wij op vandaag met zijn allen tweemaal zo welvarend, was onze staatschuld nu herleid tot 35% van ons BNP, en stonden onze bedrijven om werknemers te drummen.  Elke dag uitstel kost ons werkgelegenheid en welvaart. Daarvan een meerderheid  overtuigen vraagt een staatsman met visie en vooral daadkracht.




Jullie verwijten ook conservatisme aan de pers en het onderwijs.

De verantwoordelijkheid van het onderwijs en de pers is inderdaad verpletterend. Zelfs op vandaag doceert men aan onze universiteiten nog altijd de Keynes-doctrine als een geniale manier om de economie te stimuleren. Men vergeet dat die theorie intussen zeventig jaar oud is, en de ideologie eigenlijk nog stamt uit de hoogdagen van het planeconomisch denken. Kan U zich voorstellen dat onze dokters nu nog met de medische kennis en apparatuur van de jaren dertig zouden voortdoen?  

De huidige generatie journalisten en politici is met de Keynes-doctrine grootgebracht, en beseft niet dat er sindsdien een nieuwe generatie economisten is opgestaan. Deze hebben in veelvuldig empirisch onderzoek de Keynes-doctrine weerlegd. Politici en journalisten beseffen niet  dat  -sedert ze afstudeerden- de economie tot gans nieuwe inzichten is gekomen. Velen hebben wellicht nog nooit van Hayek, Laffer, Armey, Friedman of de Oostenrijkse school gehoord.  

Het zal wellicht nog een generatie duren tot dat tot op het beleidsniveau doordringt. Hopelijk leven we tegen die tijd niet  op een industrieel kerkhof onder een dictatuur.

Overname van onze teksten en illustraties is gaarne toegestaan. Wil de bron vermelden aub.