|
|
Wie
is Workforall eigenlijk ?
WorkForAll
is een pluralistische en politiek ongebonden denktank. We onderzoeken
maatschappelijke
modellen en structuren op hun efficiëntie in de realisatie van de
maatschappelijke doelstellingen. We
neigen noch naar
links noch naar
rechts. Los van ideologie onderzoeken we het succes van verschillende
beleidstypes
in hun realisatie van werkgelegenheid, welvaart, solidariteit en
individuele
vrijheid.
Waarom dat
initiatief ?
Burgers en zelfs
onze beleidslui
hebben weinig zicht op de efficiëntie van verschillende
beleidstypes.
Cijfers over welvaartsgroei of jobcreatie in landen waar een
alternatief
beleid gevoerd wordt zijn meestal onbekend. Men vormt zich veelal een
opinie
op basis van sentiment, vage intuïtie of een verstarrende
ideologie.
Zelfs onze beleidslui zetten de beleidslijnen uit op basis van
diezelfde
irrationele motieven, en niet op basis van wetenschap of empirische
waarneming.
Zo is er sedert de
ontluistering van het lang geprezen Poldermodel nu een nieuwe hype
ontstaan rond het Scandinavisch model. Nu
zouden de Scandinaven de
steen der wijzen in pacht hebben.
De Scandinavische landen scoren toch zwak ?
Uit cijfers blijkt inderdaad
dat
Denemarken, Zweden en Finland in de laatste decennia een uiterst zwakke
welvaartsgroei kenden, weinig nieuwe jobs creëerden, en ook weinig
nieuwe solidariteitsinitiatieven hebben ontwikkeld.
|
Dergelijke
irrationele hypes zijn
nefast. Je neemt toch geen voorbeeld aan de slechtste leerling van de
klas?
Beleidskeuzes op basis van ideologie, intuïtie of modieuze hypes,
leiden al te vaak tot politieke initiatieven die contraproductief zijn
voor onze welvaart, de vrijheid, de solidariteit of de
tewerkstelling.
Hoe zijn
julie daartoe gekomen?
Aanleiding was
de vaststelling van de opmerkelijke groeiverschillen in reëel
welvaartspeil
tussen de Europese landen; We hadden vastgesteld dat Denemarken In 18
jaar
tijd (1984-2002) een reële welvaartsgroei van slechts 35%
realiseerde,
en ook België zeer matig scoorde met een groei van nauwelijks 42%
in 18 jaar.
Ierland daarentegen
zag over dezelfde
periode zijn reële welvaart stijgen met niet minder dan 167%.
Ierland
evolueerde zo in amper een halve generatie tijd van het tweede armste
tot
het op één na welvarendste land van Europa (na
Luxemburg).
Gelijkaardige groeiverschillen vonden we ook in de jobcreatie
terug. Onze
vraag was waaraan deze merkwaardige
groeiverschillen te danken zijn. We vroegen ons af of België
wellicht
-mits gepaste economische beleid- de economische en sociale prestaties
kon evenaren van landen als Ierland of Luxemburg.
|
Waarop
is dat onderzoek gebaseerd?
Een
aantal factoren die de welvaartsgroei bepalen zijn
bekend uit de economische literatuur. Zo weet men al langer dat er een
negatief verband bestaat tussen belastingsdruk en welvaartsgroei.
Gwartney en ook Laffer en Armey hebben daarover baanbrekend onderzoek
verricht.
Gwartney onderzocht
de oorzaken van de verschillen in welvaartsgroei
tussen de OESO-landen over een lange periode van 1960 tot 1996. Hij
stelt vast dat In landen en periodes waar het overheidsbeslag kleiner
was dan 25% van het BNP de welvaart jaarlijks gemiddeld met 6,6%
toenam. Landen waar het overheidsbeslag op de welvaart
méér dan 60% bedroeg realiseerden een welvaartsgroei van
1,6%. Met zijn studie toont hij andermaal het negatief verband tussen
overheidsbestedingen -en dus onrechtstreeks ook de belastingsdruk- en
de welvaartsgroei aan.
Dit verband blijkt
ook evident uit
het spreidingsdiagram tussen groei en de omvang van de overheid in de
EU-landen.
Een nog sterker negatief verband ziet men op het spreidingsdiagram
tussen
welvaartsgroei en loonbelasting: hoe hoger de belastingsdruk hoe lager
de groei.
|
Maar
er spelen toch nog andere factoren die de welvaartsgroei bepalen dan
alleen
maar de belastingsdruk?
Ja
natuurlijk! Onze
werkgroep heeft
op dezelfde manier niet minder dan 25 mogelijke oorzaken van
groeiverschillen
onderzocht. Zo onder meer de invloed van de leeftijdsstructuur,
het
opleidingsniveau, de inflatie, de jaarlijkse
werkuren, de consumptiequote,
de intrestvoeten, de verhouding tussen directe en indirecte
belastingen,
de omvang van het overheidstekort, de invloed van de toetreding tot de
EU enz, enz...
Al die gegevens
zijn bekend bij de OESO,
en werden verwerkt in een omvattend meervoudig regressiemodel, waarin
vertragingseffecten
van nul tot vier jaar werden verrekend.
Meervoudige
regressie is de wetenschappelijke
methode om de invloed van veel simultaan spelende factoren te bepalen.
Deze techniek laat toe met mathematische precisie het effect en het
relatief
belang van veel simultaan spelende factoren elk afzonderlijk te
berekenen.
Met dezelfde techniek onderzoekt de medische wetenschap of
leefgewoonten
of voedingsgewoonten invloed hebben op onze gezondheid,
levensverwachting
of ziekteverschijnselen. Op onze website kan men de resultaten van dit
onderzoek nagaan. http://www.workfo...
Met ons onderzoek vonden we een verklaring voor 93%
van de Europese groeiverschillen. De bijzonderste
conclusie uit dit onderzoek is dat twee hoofdoorzaken aan de basis
liggen van zwakke groeiprestaties. Een excessief overheidsbeslag
enerzijds en een demotiverende
belastingstructuur, met zware lasten op
arbeid, inkomen en winst anderzijds. Deze twee beleidsfactoren bleken
veruit de belangrijkste van de 25 onderzochte oorzaken die de
welvaartsgroei bepalen. Zo levert een vermindering het overheidsbeslag
met 1% al gauw een bijkomende jaarlijkse welvaartsgroei van 0,6%.
De resultaten van ons onderzoek worden trouwens in grote lijnen
bevestigd in een studie van het IMF van Juli 2004. Het IMF gebruikt
hierbij de identieke onderzoeksmethode, maar onderzocht een andere
landengroep over een andere periode. http://www.fma.gv...
Uit de cijfers blijkt ook dat "deficit spending" en renteverlaging geen
enkele positieve bijdrage levert tot de economische groei. Dit in
tegenstelling tot wat de "believers" in Keynesiaans beleid nog altijd
mogen beweren.
|
Dat
abstrakte cijferwerk zegt de burger natuurlijk niet veel...
Nochtans
is dat de geijkte wetenschappelijke methode om zo'n vraagstuk aan te
pakken.
Jammer genoeg kun je de resultaten daarvan niet grafisch illustreren
terwijl
grafieken juist wel tot de verbeelding spreken.
We hebben daarom
ook twee landen
vergeleken die een totaal tegengesteld economisch beleid voerden.
Ierland
dat sedert 1985 een expansief productie stimulerend beleid van
belastingsverlaging
voerde, en België dat bleef volharden in een politiek beleid met
hoge
belastingdruk
en een krimpscenario volgde met allerhande besparingen die onze burgers
maar al te goed kennen.
In 1985 stond
Ierland er slechter
voor dan België: uit de hand gelopen begrotingstekorten, zwakke
groeiprestaties,
een welvaart die slechts 65% bedroeg van de onze en een
werkeloosheidcijfer
dat met 17% veel hoger lag dan het Belgische met 10%. Beide landen
voerden
tot 1985 een gelijkaardig Keynesiaans beleid en lieten de
overheidsuitgaven
ontsporen. Daarbij werd in België in 1983 de psychologische kaap
van
50% van het BNP overschreden. Dit ging gepaard met een continue
stijging
van de belastingsdruk, staatschuld, en niet altijd even productieve
overheidsbestedingen.
De negatieve spiraal was geboren. Op de grafieken ziet men dat
Ierland's
overheidsbestedingen tot 1980 ongeveer gelijk tred hielden met de
Belgische,
en de groeiprestaties van beide landen ook parallel verliepen.
Ierland gooide evenwel
in 1985 het
roer radicaal om. Het verlaagde drastisch de belastingsdruk, schrapte
alle
overbodige overheidsuitgaven en verminderde zo in drie jaar tijd het
overheidsbeslag
met niet minder dan 20%. Ierland gaf zo de start tot een periode van
explosieve
welvaartsgroei van gemiddeld 5,6% in de periode 1985 tot 2002. Dit is
zowat
het driedubbele groeiritme van België.
België koos
voor een totaal
ander beleidstype. België verlaagde de belastingsdruk nauwelijks,
maar probeerde met allerlei micro-maatregeltjes om de economie te
stimuleren.
Zelfs onder gunstigste conjuncturele omstandigheden bleven de
overheidsbestedingen
hangen boven de 50% van het BNP. Onder dit beleidstype bleef onze groei
stagneren rond de 1,9%. In 2003 legde de Belgische overheid nog altijd
beslag op 51,4% van het BNP terwijl de Ierse Overheid zijn bestedingen
had teruggedrongen tot 35,2% van het BNP.
Daarmee is
de
Belgische overheid
op vandaag 46% groter dan de Ierse, en zijn de verschillen in
groeiprestaties
navenant. Alhoewel de Ierse welvaart in 1970 nauwelijks de helft
bedroeg
van de onze, is ze vandaag beduidend groter. Als gevolg van de
welvaartsgroei
beschikt de Ierse overheid op vandaag over een zeer ruime beleidsmarge
voor allerhande sociale, culturele en milieu-initiatieven.
Maar de
Ierse
welvaartsgroei laat
zich nog het best voelen in de geldbeurs van zijn burgers. De toename
van
het BNP/hoofd met 167% met daarbovenop een belastingsverlaging met
één
derde betekent in realiteit een vermenigvuldiging van het besteedbaar
inkomen
met een factor 3,5 in 17 jaar. Kan U zich voorstellen wat dat betekent?

|
Die
welvaartsexplosie ziet men ook als men Ierland bezoekt; men merkt het
ongeëvenaard
optimisme. Rond Dublin staat een woud van torenkranen, overal nieuwe
huizen,
de nieuwste auto's, moderne fabrieken en burelen. Dat ziet men ook in
de
sanering van volksbuurten, en in de zorg die ze besteden aan het
milieu.
Het welzijn merkt men ook in de afwezigheid van criminaliteit en aan de
onafgesloten autoportieren. Men leest ook geluksgevoel in de ogen van
mensen,
in het geboortecijfer, en in de welzijns-ranking waar Ierland nu is
opgeklommen
tot het aangenaamste land ter wereld.
|
|
|
Inderdaad
indrukwekkende prestaties. Hoe verloopt zo'n ommezwaai naar
een
productie-stimulerend
beleid in de praktijk?
In
essentie gaat zo'n productiebeleid over een substantiële verlaging
van de belastingen op arbeid en op winst; maw. een vermindering van de
directe belastingen. Dat motiveert de mensen aan om terug aan de slag
te
gaan: terug ondernemend te worden, risico te nemen, om een overuur te
presteren
of om wat langer aan het werk te blijven.
Dat
werkt
natuurlijk niet met een
vage belofte op een minimale belastingsvermindering ergens ver in de
toekomst, zoals in ons land gebruikelijk is. Het moet onmiddellijk en
substantiëel
voelbaar zijn. Tussen 1985 en 2001 verlaagde Ierland de belastingsdruk
op lonen van 37% in 1985 tot 19,3% in 2001, zowat een halvering dus van
de belastingsdruk. In België bleef de belastingsdruk op arbeid
zelfs
licht stijgen: van 46% in 1985 tot 47,9% in 2001. Vandaag is de
Belgische
belastingsdruk op lonen zowal dus 2,5 maal zo hoog als in Ierland.
Verwondert
het nog iemand dat niemand nog een overuur wil presteren en de
bedrijven
hier in steeds razender tempo weglopen ?
Maar vooral de
drastische verlaging
van de vennootschapsbelasting zorgde voor een verbetering van het
ondernemingsklimaat.
Toen Ierland in 1985 in het dieptepunt van zijn crisis verkeerde
bedroeg
de belasting op winst er niet minder dan 50%. In 2002 had Ierland die
herleid
tot 16%. Bij ons was die vermindering marginaal, en duidelijk
onvoldoende
om enig effect te ressorteren. De recente vermindering van onze
vennootschapsbelasting
moest zelfs "budgettair neutraal" zijn en werd gecompenseerd door de
vermindering
van allerlei aftrekken. In feite ging het om een opsmukoperatie van de
tarieven die geen enkel effect ressorteert.
|
Maar
een belastingsverlaging... Daar worden toch enkel de rijken beter van ?
Daar ligt juist het
grote misverstand bij de afgunstideologen! Onder een
productiestimulerend beleid wordt iedereen beter, en zeker niet in het
minst de arbeider, werkzoekende of de kansarmen. Kijk naar de
jobcreatie. Sedert 1985 kon Ierland 31,2% nieuwe jobs creëren. In
ons "sociaal" België met zijn talloze steun- en dure
tewerkstellingsmaatregeltjes kwamen er amper 7,6% bij en dan nog voor
een groot deel bij de overheid.
Leidt een
belastingsverlaging dan niet tot de afbouw van de sociale
zekerheid
?
Een
eerste denkfout is dat belastingsontvangsten dalen als de
belastingsdruk verlaagt. Niets is minder waar. Hier speelt het
Laffer-effect. Elke tariefverlaging verbreedt de belastingsbasis omdat
ontwijking en ontduiking minder interessant worden. Vlaanderen heeft
trouwens al een voorsmaakje van dit Laffer-effect kunnen proeven:
sedert het de successierechten verlaagde zijn de belastings-ontvangsten
uit erfenissen wezenlijk gestegen.
Merk daarbij op dat
lage erfenistarieven niet motiveren om vroeg te sterven. Als men een
verlaging doorvoert in de inkomensbelasting krijgt men er wél
nog een dubbele extra stimulans bovenop : De zogenaamde Armey-effecten:
Lage inkomensbelastingen bevorderen de groei omdat ze motiveren om
terug aan de slag te gaan: om een overuur te presteren, om een eigen
zaak te beginnen, of wat langer te blijven werken. Bovendien worden de
middelen die zo naar de privé terugvloeien daar
véél productiever aangewend dan bij de overheid.
Ierland heeft de effectiviteit van de gecombineerde Laffer-Armey
effecten voor directe belastingen aangetoond. Zijn belastings-
ontvangsten zijn blijven stijgen naarmate de belastingsdruk daalde.
Tweede denkfout is
dat men de dynamiek
van de groei onderschat. In % van het BNP bleven de sociale uitgaven in
Ierland ongeveer constant, net zoals in België, maar de dynamiek
van
de groei zorgde ervoor dat de sociale uitgaven in reële termen met
118% stegen tussen 1980 en 1998. In België was dat amper 43%. Zo'n
verschil laat zich in de geldbeugel van de mensen maar al te goed
voelen
! Ierland heeft aangetoond dat een productiebeleid in realiteit veel
socialer
is dan het Keynesiaans alternatief.
|

Arthur Laffer
|
|
|
|
Vindt
men die Ierse jobcreatie in alle sectoren terug?
Over
alle sectoren kon Ierland tussen 1985 en 2002 zo maar eventjes netto
31,2%
jobs bij creëren. Bij ons was dat amper 7,6%. De belangrijkste
stijging
vindt men in de diensten: +106% tegenover +15,8 % bij ons. Maar
opmerkelijk
is dat zelfs in de industrie er tussen 1980 en 2003 nog 32% jobs
bijkwamen.
Bij ons was de industriële tewerkstelling in 1999 afgekalfd tot
75%
van het niveau van 1980.
Sedertdien heeft België zijn cijfers
blijkbaar
uit schaamte niet meer meegedeeld aan de OESO. In de landbouw vond
weliswaar
dezelfde evolutie plaats als bij ons: een duidelijke vermindering van
de
tewerkstelling. Maar in het globaal speelt de landbouwtewerkstelling
heden
ten dage een geringere rol.
Bij ons geloven
velen dat desindustrialisatie
een onafwendbaar fenomeen is. Ierland toont aan dat desindustrialisatie
geen fataliteit is en dat ook een Europees land zijn industriële
tewerkstelling
nog kan opdrijven. Zelfs iemand als Professor De Grauwe legt zich bij
de
desindustrialisatie neer, en sust ons dat dit nauwelijks een probleem
vormt
omdat het jobverlies in de industrie wel in de dienstensector zal
opgevangen
worden.
De vraag is
natuurlijk aan wie de
dienstensector zijn diensten zal slijten. Veel fabrieken zullen
architecten
niet moeten tekenen, nog weinig fabrieksramen zullen moeten gepoetst,
fiscalisten
zullen nog weinig bedrijven moeten adviseren en de fiscus zal nog op
weinig
plaatsen moeten contoleren... Diensten verkopen aan werklozen dan of
aan
het buitenland? Forget it !! Diensten zijn nog loonintensiever dan de
industrie,
en geloof niet dat wij méér hersencellen hebben dan een
gemiddelde
Indiër of Chinees.

|
Maar
Belgïe zit natuurlijk met die erfzonde van onze staatsschuld...
Ons
beleid is aan handen en voeten gebonden.
Die gigantische
staatsschuld is het logisch gevolg van decennialang en vruchteloos
Keynesiaans "deficit spending" met als hoogtepunt het desastreus beleid
onder PS minister van begroting MATHOT. Natuurlijk was dergelijke
schuldopbouw economische waanzin, en een moreel onrecht komende
generaties daarmee op te zadelen. We moeten van die schuld af.
De vraag is alleen hoe. Je kan natuurlijk proberen die zo snel mogelijk
af te betalen. Als we alle spaarmiddelen aan schuldafbouw besteden
zouden we daar met een spaarquote van 14% evenwel 8,85 jaar over doen,
maar dan blijft niets over om te investeren. Geen enkele nieuwe
machine, geen enkel nieuw huis..... Je zou het ook over 17,7 jaar
kunnen spreiden, maar ook dan nog halveer je de investeringen met
desastreuze gevolgen voor onze competitiviteit en voor de
welvaartsgroei. Op die wijze de staatschuld afbetalen gaat veel te
traag, en gaat altijd ten koste van investeringen.
Een andere manier om de verhouding Schulden/BNP af te bouwen is te
focussen op de noemer van deze breuk, en niet op de teller. Men moet
maw. een serieuze groei nastreven. Dit is net de politiek die Ierland
gevolgd heeft.
In 1986
bedroeg de
staatschuld
in Ierland 111% van het BNP, bijna even erg als België met 124%
van
het BNP. Door
de
belastingsverlaging kon Ierland
een forse jaarlijkse groei realiseren van gemiddeld 5,6% in de periode
1985-2002.
België focuste op de teller van de breuk: inleveren om de
staatsschuld
af te betalen. Die inleveringspolitiek werkte deflatoir zodat de groei
stagneerde op 1,9%. Na 17 jaar maakt dergelijk exponentieel
groeiverschil
wel een serieus verschil uit: Ierland kon zijn BNP met een factor2,67
verhogen; Belgie met een factor 1,42. Ierland verhoogde maw. de noemer
van de breuk staatsschuld/BNP met die factor 2,67, Belgie met die
factor
1,42 zodat Ierland in 2005 zijn schuld herleidt tot 30% BNP. Met grote
moeite en ten koste van veel inlevering zal dit bij ons nog altijd 98%
van het BNP bedragen. |
|
| En de
werkeloosheid dan ?
Bij ons leeft nog
altijd het misverstand
dat de beschikbare arbeid een beperkte statische hoeveelheid is die men
solidair moet verdelen. Niets is minder waar. Belastingsverlaging is de
motor tot creativiteit en tot nieuwe initiatieven en tot jobcreatie in
de productieve sector. Je ziet dat ook in de statistiek van de Ierse
werkeloosheid.
In 1985 stond Ierland er met 17% werklozen veel slechter voor dan
België
met 10%. In 2003 was die in Ierland herleid tot 4,6%. In de praktijk
betekent
dit dat bedrijven er permanent op zoek zijn naar arbeiders, kaderleden,
en bedienden, en niet omgekeerd zoals bij ons.
Op hetzelfde
misverstand rust de
vrees dat lage winstbelasting en sociale bijdragen ondernemingen
afsnoept
van andere landen. Ook deze redenering gaat er van uit dat het aantal
ondernemingen
of hun omvang onveranderlijke grootheden zijn, die men solidair onder
de
naties zou moeten verdelen. Dit berust op de veronderstelling dat de
werklust
en ondernemingslust van de bevolking ongevoelig is voor het
belastingsniveau.
Men zou beter moeten weten; zodra je mensen een ruimer aandeel in de
vrucht
van hun arbeid laat, neemt hun bereidheid tot productieve bijdrage
zienderogen
toe. Lagere belastingen motiveren om aan de slag te gaan: om een
overuur
te presteren, om het risico van een eigen onderneming aan te durven, om
wat langer aan het werk te blijven.... Wie dat niet wil inzien, dan
wellicht
eens naar het huidige China gaan kijken, en op de terugweg naar de
economische
en ecologische puinhopen die het Sovjet regime achterliet.
|
Net zoals
concurrentie tussen bedrijven
leidt tot creativiteit en optimale aanwending van schaarse middelen,
leidt
ook belastingsconcurrentie tussen naties tot optimalisatie van het
beleid.
Elke vorm van belastingscartel tussen naties is even nefast voor de
tewerkstelling
en de welvaart als marktverdelende cartelafspraken tussen bedrijven
nefast
zijn voor omvang van hun afzetmarkt.
Er moet gevreesd worden dat onder
toepassing van de voorgestelde Europese Grondwet minimale
belastingtarieven bij meerderheidsbeslissing aan
de lidstaten zullen worden opgelegd. Landen die een gelijkaardige
groeibeleid willen voeren zoals Ierland zullen dan zeer beperkt zijn in
hun nationale autonomie om het economisch beleid dat democratisch door
hun bevolking werd beslist ten uitvoer te btrengen. Onder zo'n een
Europese grondwet en zo'n een systeem van minimale belasting loopt
Europa het risico zijn stagnerende groei zoals die nu al decennia
aanhoudt, te vereeuwigen.
|
Toch
lijkt het tegenstrijdig dat sociale uitgaven kunnen stijgen bij een
vermindering
van de belastingsdruk.
De
cijfers zijn bekend! Je kan ze nagaan op OESO
website ! Eerste denkfout is
dat
de belastingsontvangsten
dalen bij dalende belastingsdruk. Het Laffer-effect, het
terugverdieneffect
speelt hier, en Ierland bewijst dat dit reëel is. De
belastingsontvangsten
stegen naarmate de belastingsdruk daalde.
Tweede denkfout is te
kijken naar
het relatief aandeel van de sociale uitgaven als een % van het BNP;
Bekijk
de absolute cijfers. Hoeveel ontvangen de mensen werkelijk aan
uitkeringen?
Dat is wat de burger interesseert! In alle grote sectoren zijn de
reële
sociale uitkeringen in Ierland méér gestegen in Ierland
dan
in België, behalve in de werkeloosheid, maar dat is te danken aan
het feit dat Ierland zijn werkeloosheid er tot één derde
kon herleiden. Per werkloze geeft Ierland wel ook méér
steun
dan België.
Absolute kampioenen
zijn de Ieren
in de gezinstoelagen waarin de kinderbijslagen de voornaamste post
zijn.
Die stegen in 18 jaar met niet minder dan 262 %; bij ons zijn de
gezinstoelagen
zelfs lichtjes gedaald. Bij ons focust altijd op een krimpscenario;
besparingen
op uitkeringen: we zitten op de snelweg naar de afbouw van de
sociale
zekerheid.
Wil men bij ons de
sociale zekerheid
in stand houden en de vergrijzing financieren en dan kan dat enkel door
groei, groei, en nog eens groei.
Dat
heeft zelfs Vandelanotte nu al
ingezien.
Wat hij nog niet begrijpt is dat groei enkel kan door vermindering van
de belastingsdruk. Hij wil de groei forceren: de economie aanzwengelen
door de participatiegraad te verhogen; in mensentaal door de
pensioenleeftijd
te verhogen. Dus eigenlijk weer een afbouw van de sociale
verworvenheden, en pure symptoombestrijding. Wil men Belgie van zijn
ziekte val een te lage participatiegraad genezen dan moet men de
oorzaak van de lage participatiegraad wegnemen, en dat is de totale
demotivatie door de verlammende belastingsdruk.
|
Vandelanotte vraagt
zicht niet af wie de arbeidsplaatsen zal creëren om de hogere
participatiegraad en het hoger arbeidsaanbod op te vangen. Ziet hij dan
niet dat er geen starters meer zijn en dat dit ligt aan ons
archi-slecht ondernemingsklimaat en de generositeit van de risicoloze
alternatieven? Ziet hij niet dat bestaande bedrijven delocaliseren aan
een tempo zoals nooit tevoren? België -en Europa- lopen leeg.
Onder zijn partijgenoot Schroeder is in Duitsland de werkeloosheid
opgelopen tot 5 miljoen; evenveel als in de crisisjaren 1929. Met zo'n krimpscenario stevenen we af op de totale
ineenstorting.
|
|
|
Een
andere denkpiste die Jullie volgen is een vershuiving van de
belastingsdruk
van directe belastingen naar consumptie.
Dit
is niet zomaar een denkpiste; ook dat is een van de hoofdconclusies uit
ons regressie-onderzoek. We hebben vastgesteld dat landen met een
hogere
consumptie-belasting veel sneller groeien dan landen met een hoger
aandeel
aan directe belastingen. We moeten hierover dan ook volledig de
stelling
van Vivant en het recente Europees initiatief terzake van Verhofstadt
bijtreden.
Probleem is dat ons
overheidsapparaat
explosief gegroeid is sedert 1965. De directe belastingen en
belastingen
op bedrijven hebben deze groei volledig gefinancierd. De
inkomensbelastingen
zijn sedert 1965 verdubbeld; de consumptiebelastingen daartegenover
zijn
nauwelijks veranderd.
Bij het ontwerp van
ons sociale zekerheidsstelsel,
was de verhouding tussen directe en indirecte belastingen evenwichtig.
Maar in de loop van de tijd is de structuur van onze
belastingsontvangsten
volledig scheefgegroeid. Deze scheefgroei tussen directe en
consumptiebelasting
draagt wezenlijk bij tot de demotivatie van de aktieven en tot
stimulering
van de consumptie ten nadele van investeringen. Bijkomend voordeel van
een consumptiebelasting is dat de financiering van de sociale zekerheid
niet langer uitsluitend op de binnenlandse productie rust, maar dat ook
buitenlandse producten hierin meebetalen.
Ook een
verschuiving van de belastingen
kan inderdaad zeer wezenlijk helpen om de groei te bevorderen, maar het
hoofdobjectief moet een verlaging van de globale belastingsdruk
blijven.
Het IMF komt in haar studie van Juli 2004 trouwens het zelfde
besluit.
http://www.fma.gv...
|

Bij
ons is men toch goed bezig ?
De
Belgische overheid legt nog altijd beslag op 50% van onze
welvaartscreatie. Dat behoort nog altijd tot de allerhoogste ter
wereld. Verontrustend is dat de overheidsbestedingen exclusief
intresten op de staatsschuld sedert 2000 nog zijn gestegen van 42,9%
tot 46,1% BNP in 2005.
Het voordeel van lage intrestvoeten werd m.a.w. volledig opgesoupeerd
aan allerlei nieuwe uitgaven. Men had zonder snoeien in de begroting de
evolutie op de rentemarkt kunnen gebruiken om het overheidsbeslag met
méér dan 3% te verminderen. Maar men heeft opnieuw
gekozen voor nieuwe uitgaven.
Je kunt elke Euro maar
één keer uitgeven natuurlijk. Als
de overheid dat doet aan allerlei leuke maar improductieve projecten,
onttrekt ze daarmee middelen aan de privé sector, waar de
middelen veel productiever zouden kunnen worden aangewend, in
investeringen in nieuwe machines, fabrieken, energiezuinige
huizen of onderzoek bijvoorbeeld. Als de overheid steeds meer
middelen naar zich wil toetrekken kan men natuurlijk de belastingsdruk
nooit verlagen.
|
Een wel
erg controversieel resultaat uit jullie onderzoek is dat een lage
rentes
niet helpen om de groei te stimuleren.
Eigenlijk waren we
zelf geschrokken
van dit regressieresultaat, en dachten dat we ergens fout zaten. In die
mate zelfs dat we het onderzoek vanaf nul op een andere computer en met
andere regressiessoftware hebben overgedaan. Toch
bleek opnieuw dat
lage
rentepolitiek in de onderzochte EU-landen inderdaad geen enkel positief
effect heeft op de groei.
Bij nader toezien
staan we met deze
waarneming niet alléén: Men moet vaststellen dat vijftien
jaar bijna-zero rente in Japan niet in staat is gebleken enige
stimulans
te geven aan de slabakkende Japanse groei. Hetzelfde geldt voor
Zwitserland,
dat in de laatste 15 jaar de laagste groei van Europa optekende,
ondanks
zijn permanent lage rente. De verklaring
moet
gezocht in het
feit dat renteverlagingen behalve een positief effect op de bestedingen
van consumenten en potentiële investeerders, in een land zoals
België
ook belangrijke negatieve effecten hebben.
Zo doen lage rentes
het besteedbaar
inkomen van de spaarders dalen, maar ook onze betalingsbalans lijdt
eronder,
gezien landen zoals België veel meer rente ontvangen uit het
buitenland
dan ze moeten betalen. Goedkoop-geld-politiek leidt bovendien altijd
tot
toename van de welvaartsvretende inflatie. Ofwel de consumptieprijzen
ofwel
de asset prijzen moeten stijgen.
Onze inflatie
is toch onder controle ?
Het prijspeil van
de consumptiegoederen
blijft in Europa inderdaad voorlopig nog onder controle. Dat is
uitsluitend
te danken aan de zegeningen van de globalisering en de massale toevoer
van goedkope consumptiegoederen uit lage-loonlanden. De prijzen
van
lokaal geproduceerde goederen en vooral diensten lopen wel al aardig
uit
de hand: reparatiediensten, gezondheidszorg en bejaardenzorg vb.
Maar men onderschat
vooral de negatieve
invloed op onze welvaart van de "asset inflatie". Die is ondertussen al
behoorlijk op hol geslagen. Denken we maar aan de prijzen van
bouwgrond,
huizen en industriegrond. Die zaken slorpen een veel te groot deel van
ons budget op, en dat vreet aan onze welvaart. Maar ook aandelen en
obligaties
hebben nu een prijspeil bereikt waarbij de returns op een historisch
laag
niveau zijn gevallen. Al die zaken vindt men natuurlijk niet terug in
het
indexcijfer van de consumptieprijzen, ook niet in dat welk de ECB
hanteert.
We zijn nog
met
aanvullend onderzoek bezig. Dit fascinerend resultaat van
uit ons regressieonderzoek betekent immers nogal wat. Zo dit bevestigd
wordt zou dit betekenen dat het laag-rentebeleid van de Europese
Centrale
Bank contraproductief werkt voor onze welvaartsgroei.
|
|
Jullie pleiten
ook voor een decentralisatie van de beleidsstructuren.
We hebben inderdaad
ook nagegaan
of de grootte van de onderzochte landen een rol speelt in de
welvaartsgroei
en de jobcreatie. We hebben vastgesteld dat staten met een kleiner
bevolkingsaantal
significant beter presteren dan grote landen. Er blijken dus zeker
géén
schaalvoordelen uit ons onderzoek. Deze conclusie ligt dan weer
wél
volledig in lijn met andere studies terzake. "The Size of Nations" (PDF),
Het vermoeden rijst
dat té
centralistisch bestuur in grote landen leidt tot "one size fits all"
maatregelen
die negatieve effecten voor gevolg hebben voor bepaalde subregio's.
Vandaar
het grote belang van een gedecentraliseerde beleidsstructuur en onze
diepe
twijfels over de opportuniteit van het "uitdiepen" van EU.
Als zoveel feiten aantonen dat een
productie-stimulerend beleid zowel de welvaart als de jobcreatie ten
goede komt, waarom doen de politici dat dan niet ?
Het historisch en
wetenschappelijk bewijsmateriaal is inderdaad overweldigend. Zo'n
productie-stimulerend beleid heeft gewoon overal gewerkt waar men het
heeft toegepast. Dat was zo in de VS onder Reagan, dat was zo in
Ijsland onder Oddson, dat is nu zo in Ierland, en ook het
Wirtschaftswunder onder Erhard was een toonbeeld van
productie-stimulerend beleid gekenmerkt door forse
belastingsverlagingen.
Uiteindelijk
berust
het beginsel op het allereenvoudigste principes: Een gezin dat
méér uitgeeft dan het verdient wordt arm. Dat is zo voor
huishoudens en dat is zo voor staten. Een land dat méér
produceert dan het consumeert wordt welvarend. Willen we welvaart dan
moeten we de productie stimuleren en niet de consumptie. Zo eenvoudig
is dat.
Waarom men dat niet overal toepast? Voor
een fundamentele
beleidswijziging is een politieke meerderheid nodig. Onze politici
denken korte-termijn en vaak nog in termen van ideologie en
klassenstrijd. Ze denken te weinig aan het gemeenschappelijk belang, en
nog minder aan het belang van de volgende generatie. Ze kennen de
cijfers niet en zijn zich niet bewust van de impact van verkeerde
beleidskeuzes.
|
Hadden wij in 1985 de juiste weg gekozen die ook Ierland
insloeg, dan
waren wij op vandaag met zijn allen tweemaal zo welvarend, was onze
staatschuld nu herleid tot 35% van ons BNP, en stonden onze bedrijven
om werknemers te drummen. Elke dag uitstel kost ons
werkgelegenheid en welvaart. Daarvan een meerderheid overtuigen
vraagt een staatsman met visie en vooral daadkracht.
Jullie
verwijten ook conservatisme aan de pers en het
onderwijs.
De
verantwoordelijkheid
van het onderwijs en de pers is inderdaad verpletterend. Zelfs op
vandaag doceert men aan
onze universiteiten nog altijd de Keynes-doctrine als een geniale
manier
om de economie te stimuleren. Men vergeet dat die theorie intussen
zeventig
jaar oud is, en de ideologie eigenlijk nog stamt uit de hoogdagen van
het
planeconomisch denken. Kan U zich voorstellen dat onze dokters nu nog
met
de medische kennis en apparatuur van de jaren dertig zouden
voortdoen?
De huidige
generatie journalisten
en politici is met de Keynes-doctrine grootgebracht, en beseft niet dat
er sindsdien een nieuwe generatie economisten is opgestaan. Deze hebben
in veelvuldig empirisch
onderzoek de Keynes-doctrine weerlegd. Politici
en journalisten beseffen niet dat -sedert ze afstudeerden-
de economie tot gans nieuwe inzichten is gekomen. Velen hebben wellicht
nog nooit van Hayek, Laffer, Armey, Friedman of de Oostenrijkse school
gehoord.
Het zal wellicht
nog een generatie
duren tot dat tot op het beleidsniveau doordringt. Hopelijk leven we
tegen
die tijd niet op een industrieel kerkhof onder
een dictatuur.
|
| Update Dec. 2010 : Ierland
en de
Euro: De Muntcrisis Die
Milton Friedman Had Voorspeld
|
| Download
printerfriendly version of the interview her |
The famous TV
Series on free Market Economics
by Nobel Prize laureate Milton Friedman
|
In
this great
series Milton Friedman
explains his inspiring
ideas
on liberty, on free market economics, on limited government,
limited public spending and low taxes. The TV series
is a complement to his masterpiece book of the same name
co-authored with
his economist wife, Rose Friedman. The series
includes debates
with dissenting economists. It’s a fantastic lesson in forensics,
very
instructive, and a lasting source of inspiration. Comments by Arnold
Schwarzenegger, Ronald Reagan, George Schultz, David
Friedman and many others.
The
Power of
Choice
the
full TV
Series free online
here: |
|
 |
|
|
|
|
|
News from Brussels'
leading Think-Tank

Nu
laatste update GRATIS downloadbaar op
deze site : ..
|
|
|
|
The Path To
Sustainable Growth
Lessons From
20 Years Growth Differentials In Europe
Martin De Vlieghere, Paul Vreymans
Samenvatting:
Terwijl
de rest van de wereld floreert als zelden voorheen, hinkt de Europese
economie hopeloos achterop. Hoge productiviteit, technologisch niveau
en kennis en uitzonderlijke arbeidsethiek halen niks uit. De groei is
ook merkwaardig verschillend: Frankrijk, Duitsland en Italië
stagneren evengoed als de scandinavische landen Denemarken, Zweden en
Finland. Allen wonnen minder dan 44% voorspoed in de laatste 20 jaar.
Ierland groeide 4 keer sneller, en werd met 169% welvaartsdgroei in
diezelfde 20 jaar het 2° rijkste land van Europa, en slaagde erin
banen te creëren voor allen.
Buitensporige overheids-inmenging is de hoofdoorzaak van Europa's
zwakke prestaties. De overmaatse publieke sector is in hoge mate
onpoductief, en doet de volledige productiviteitswinsten van de
Privé-sector en zijn uitzonderlijke prestaties volledig te
niet. Europa kan zijn sociaal-economische prestaties verbeteren
door de Ierse succesformules over te nemen: Inkrimping van de
overheidsuitgaven, terugschroeven van de bureaucratie en verschuiving
van de belastingsdruk van inkomen op consumptie. Dit boek beschrijft
waarom de Lissabon-Agenda en decennia lang Keynesiaanse
vraagstimulering en inflatoire monetaire politiek hebben gefaald. Het
ontwikkelt een alternatief en haalbare aanbod-strategie en
doeltreffende methodes voor een menselijk en financieel duurzame groei.
Dit boek leest
als een
stap-voor-stap handleiding voor economische herstel. Het is een
data-referentie voor studenten en politici met interesse voor groei,
sociale zekerheid, en sociale modellen. Het is een klassieker voor
economisten die bezorgd zijn over de excesieve overheid, over de lage
productiviteit in de openbare sector, en voor ouders die zich zorgen
maken om hun dealende levensstandaard en om de toekomst van hun
kinderen. |

free download here
Do
You have remarks or suggestions ?
mail us at:

paul.vreymans@workforall.net
|
|
|
Vindt U deze
info belangrijk ? Link
ons op Uw web-site aub. Dank U
|
|
|