|
|
|
|
Staatshervorming Plan Z
Het succes
van
Het Zwitsers staatsmodel:
Bevoegdheden
en Fiscale Autonomie op Kantonnaal Niveau
Waalse en Vlaamse politici raken het maar niet eens
over een nieuwe financieringswet. De mate
van fiscale autonomie is de splijtzwam waarover beide partijen
lijnrecht
tegenover elkaar staan. De uitkomst van die twist wordt bepalend voor
de
welvaart van zowel het land als zijn deelstaten tijdens de komende
decennia.
Waalse leiders en sommige Vlaamse
politici ter
linkerzijde houden hun volk voor dat uitbreiding van de fiscale
autonomie zou
leiden tot belastingsconcurrentie en tot afbraak van de interregionale
solidariteit. Ze verbinden daaraan meteen ook massaal welvaartsverlies
voor
Wallonië. Die populistische voorstelling van feiten is o.i.
onjuist om twee
redenen:
1. De fiscale autonomie
van de regio's sluit niet
uit dat zoveel mechanismen van solidariteit tussen de regio's blijven
bestaan
als onderhandelaars die gerechtvaardigd achten.
2.
De creativiteit en verantwoordelijkheidzin die met fiscale autonomie
gepaard
gaan brengen een dynamiek op gang van rationalisering en vooruitgang
waarvan
beide regio's de vruchten plukken. De welvaartseffecten daarvan worden
autonoom
voortgebracht en gaan dus helemaal niet ten koste van de
andere
regio.
De bangmakerij dat fiscale autonomie en
belastingconcurrentie tussen regio's schadelijk zouden zijn is daarom
fundamenteel onjuist.
Voor
bestuurlijke autoriteiten zou fiscale concurrentie tussen regio’s
weliswaar het ongemak meebrengen minder kwistig met het belastinggeld
te kunnen
omspringen. Maar voor alle andere maatschappelijke geledingen en voor
de burgers die lager staan op de maatschappelijke ladder, Walen zowel
als Vlamingen, kan
fiscale
concurrentie alleen maar zegeningen meebrengen.
De voordelen voor de consument van een concurrentiële omgeving
zijn alom bekend
uit de privé sector. Concurrerende bedrijven zorgen voor lage
prijzen en
gunstige consumentenvoorwaarden. Op het macroniveau leidt de creatieve
kracht
achter concurrentie ook tot optimale allocatie van productiefactoren en
tot
hogere welvaart.
Diezelfde voordelen gelden evenzeer als ook de publieke dienstverleners
in een
concurrentiële omgeving zouden opereren. Concurrentie tussen
bestuurlijke
eenheden zou uiteindelijk uitmonden in betere publieke dienstverlening
tegen
gunstigere fiscale voorwaarden. Burgers moeten daarom fiscale
concurrentie en
fiscale autonomie toejuichen en helemaal niet vrezen.
Ook een "fiscale
responsabilisering" die het regionaal beleid met handen en voeten bindt
aan interregionale kartelafspraken over een
minimum belastingstarief of burgeronvriendelijke publieke
dienstverlening is de naam regionale autonomie niet waardig. Zo'n
verminkte staatshervorming zou onze vele inefficiënties en het
democratisch deficit alleen maar bestendigen.
Zwitsers Model
De fiscale autonomie is in
België uitermate beperkt. Het aandeel autonome middelen van de
regio’s bedraagt amper 5,8%. In andere federale staten loopt dat op tot
79%. Zwitserland met zijn 7,5 miljoen inwoners, zijn vier landstalen en
vier religies is een complex land net als het onze. Toch kent het dank
zij de decentrale structuur eeuwige communautaire vrede.
Het leeuwenaandeel van de budgetten,
bevoegdheden en de fiscale
politiek ligt
er bij de 26 autonome kantons. De marginale
belastingvoet
van de personenbelasting varieert tussen de kantons van 2 tot 20
procent.
Alhoewel het overheidsbeslag
tot 33% beperkt blijft (België 54% BBP), kent het land
uitstekende
medische en sociale voorzieningen. Het staat aan de top in
verschillende
industriële sectoren en aan de spits van technologische, ecologische
en
medische vooruitgang. In nauwelijks twee generaties heeft Zwitserland
zich
ontwikkeld van een landbouwland tot één van de
vooruitstrevendste en
welvarendste naties ter wereld. In enquêtes verklaren Zwitsers zich zeer
tevreden over hun
leven, en behoren tot de gelukkigste ter wereld.
Gedecentraliseerd bestuur en fiscale concurrentie hebben in Zwitserland
duidelijk hun vruchten afgeworpen. Ook België kan maar beter
belastingsconcurrentie stimuleren eerder dan ze te verijdelen in een
unitair belastingsstelsel. Dat kan als ook België de fiscale en
sociale bevoegdheden, net zoals in Zwitserland, maximaal
decentraliseert naar een bestuursniveau dicht bij de burger. De
provincies lijken daartoe geschikt. Ze beschikken over de democratische
structuren en hebben zowel historische als sociale legitimiteit. Het
zijn bestuurseenheden waarbinnen nog voldoende eensgezindheid en
spontane solidariteit heerst. 
Het grote voordeel van kleine
bestuurseenheden zoals onze Belgische
Provincies
of de Zwitserse Kantons is dat het bestuur dicht bij de burgers staat.
Lokale
overheden kunnen hun sociaaleconomisch beleid aanpassen aan de lokale
omstandigheden en behoeften, en meteen ook hun burgers nauw bij het
bestuur
betrekken via referenda.
Bijkomend profijt is dat het Zwitsers
staatsmodel twee bestuursniveaus minder telt dan België. De
decentrale kantonstructuur maakt het tussenniveau van Regio’s en
Gemeenschappen totaal overbodig. De Zwitserse beleidsruimte wordt ook
niet beperkt door de alomtegenwoordige bevoogding van de
EU-superstructuur noch door de beleidsrestricties van een monetaire unie
Zo’n eenvoudige bestuurlijke structuur houdt de beleidsvoering
eenvoudig, de communicatielijnen kort, de bevoegdheden gescheiden, en
beperkt daarenboven ook de parasitaire overheidssector tot het minimum.
Maar veruit het belangrijkste voordeel van kleine bestuurseenheden is
dat burgers en bedrijven vrij makkelijk kunnen verhuizen als blijkt dat
een naburig kanton merkelijk betere publieke dienstverlening levert
tegen gunstigere belastingsvoorwaarden. Deze ultieme democratische
controle door de gemeenschap houdt de groei van het staatsapparaat
binnen redelijke perken en werkt zorgvuldig bestuur in de hand. Zelfs
zonder noemenswaardige natuurlijke rijkdommen is Zwitserland zo kunnen
uitgroeien tot de vierde welvarendste natie ter wereld.
Belgisch
bevoegdheidskluwen
Conservatisme en kortzichtige politieke belangen hebben voorgaande
Belgische
staatshervormingen herleid tot halfslachtige herstructureringen en ons
opgezadeld met het minst
efficiënte staatsapparaat van Europa. Onze dure structuren
zijn veel te centralistisch. Structurele hervormingen
volgens de moderne beginselen van subsidiariteit
zijn eigenlijk al decennia over tijd.
Onze vijf bestuursniveaus met hun overlappende bevoegdheden veroorzaken steevast bevoegdheidsconflicten en
verlammen ons
land. Aan dit centralistisch en complex staatsapparaat is het
immobilisme te wijten waarbij politici twee jaar vruchteloos redetwisten over de kleur
van onze
nummerplaten en minstens tien jaar over de aanleg van een tunnel.
In onze geglobaliseerde wereld kan België zich niet langer de
verspilling van
verlammende en parasitaire overheidsorganen veroorloven. Als onze
politici
daadwerkelijk begaan zijn om het welzijn van het land en zijn burgers,
méér dan
om de lucratieve mandaten die de huidige Belgische structuur hen biedt,
dan kunnen ze zich maar beter inspireren op het Zwitsers staatsmodel. 
Een gedecentraliseerde Bondsstructuur op basis van 10, 11 of 12
provincies is
ook denkbaar in België. Evenmin als in Zwitserland biedt het
regionaal
bestuursniveau in zo'n decentrale structuur geen enkele meerwaarde en
wordt
totaal overbodig. Tenzij politici zouden verkiezen de bevoegdheden van
het
unitaire België over te hevelen naar de regio's, en het Belgisch
bestuursniveau
op te heffen.
Maar zelfs de totale
overheveling
van bevoegdheden van het Belgisch niveau naar het sub-centraal niveau
van de
Vlaamse en Waalse Regio's is in feite maar een bescheiden stap op de
weg naar subsidiariteit.
Ook dat biedt nauwelijks garanties op ontvoogding, deugdelijk bestuur
en tegen
bureaucratie.
Nemen we het voorbeeld
van de
federalisering van de Ruimtelijk Ordening. Die bevoegdheidsoverdracht
heeft
Vlaanderen toen opgezadeld met een ruimtelijk beleid dat nòg
bureaucratischer en
nòg centralistischer was dan voorheen. Onder impuls van
toenmalig minister
Steve
Stevaert (SPa), die zijn bewondering voor het
totalitaire Cuba
trouwens niet wegstak, vaardigde het Vlaams Gewest toen het "Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen"
uit. Het plan was
bedilzuchtig,
centralistisch en nog volledig geconcipieerd op Sovjet recepten van centrale
planning. Niet alleen de ruimtelijke
voorschriften maar zelfs de ruimtelijke behoeften van mensen en
bedrijven
werden
centraal gedecreteerd in vijfjarenplannen. Verkavelingen, winkel- en
bedrijfsvestigingen en zelfs het lokaal ruimtelijk beleid van gemeenten
en
provincies werden onderworpen aan goedkeuring van de minister naar
het aloude autocratisch principe dat het lokale volk onbekwaam
verklaart. Een megabureaucratie en de welvaartvernietigende verdriedubbeling van de Vlaamse bouwgrondprijzen
in tien jaar waren het
noodlottig gevolg.
|
Bouwgrondprijzen
in België (
€/m²)
|
| W.Vlaanderen |
143,05 |
|
Luik |
39,69 |
| O.Vlaanderen |
147,89 |
|
Henegouwen |
42,45 |
| Antwerpen |
148,40 |
|
Namen |
41,17 |
| Limburg |
111,59 |
|
Luxemburg |
31,98 |
| Vl. Brabant |
174,38 |
|
W.
Brabant |
78,22 |
| Vlaanderen |
145,06 |
|
Wallonië |
46,70 |
|
Decentralisatie
naar Provinciaal Niveau
De unanieme klachten van Gemeentebesturen, VOKA
, boeren , ondernemers
, Kamers
van
Koophandel , zelfstandigen en burgers over de
regelneverij en de administratieve overlast vanuit het Vlaams Gewest
zijn terecht en vragen een structurele oplossing.
Gemeten naar de graad van fiscale autonomie is België is zowat het
meest centralistisch bestuurd land ter wereld (IMF). De afschaffing of
de beperking van provinciale bevoegdheden zoals velen bepleiten zou dit
centralisme nog versterken. Elke verzwakking van de decentrale
bestuursniveaus betekent immers de facto een grotere
machtsconcentratie bij het centraal beleidsniveau.
De weg naar responsabilisering en deugdelijk
bestuur loopt
integendeel via een maximale verruiming van provinciale en
gemeentelijke
bevoegdheden. In feite kunnen provincies zelfs volledig autonome
bestuurseenheden worden. Zowel de nationale als de regionale
bovenstructuur
worden dan overbodig en kunnen worden opgedoekt. Wellicht kan
één ervan blijven
bestaan en afgeslankt tot overlegorgaan tussen soevereine provincies,
met nog
enkele autonome bevoegdheden zoals buitenlandse zaken, het luchtruim en
het
leger. De besparing op administratief personeel en bureaucratische
overlast
wordt dan gigantisch, en kansen op deugdelijk bestuur reëel.
Om
begrijpelijke redenen lachen de politici, syndicaten en de
honderdduizenden ambtenaren die de centrale bestuursniveaus bevolken
zo'n een
federaal model weg als zijnde een utopische fantasie. De realiteit is
dat
provincies zowat de optimale grootte hebben voor een deugdelijk
bestuur. Niet
alleen zijn ze economisch levensvatbare bestuurseenheden; onder een
autonoom
bestuur zijn ze voorbestemd om uit te groeien tot dynamische
groeipolen.
Het
Groothertogdom Luxemburg met een
bevolking van
slechts een halve provincie is daarvan levende bewijs. Amper 25 jaar
geleden had
ook Luxemburg, net als Wallonië, een overwegend zware industrie.
Ook Luxemburg
kreeg het alsmaar moeilijker in de globaliserende wereld. In
tegenstelling tot
Wallonië kon de kleine natie (zonder de bevoogding van overtollige
bovenstructuren) en gedecentraliseerde industriële politiek voeren
en zijn
economie in snelvaart herstructureren tot een moderne dienstverleningsindustrie.
Als kleine soevereine
natie presteert Luxemburg zelfs nog beter dan
Zwitserland. Zijn 490.000 inwoners genieten vandaag de allerhoogste
levensstandaard ter wereld; zowat tweemaal zo hoog als de Belgische.
Luxemburg bevestigt daarmee de algemene regel dat kleine staten
systematisch en significant betere sociaaleconomische prestaties
voorleggen. Ondertussen evolueerden de Waalse industriebekkens naar een
postindustriële maatschappij waar de overtallig geworden
vakbondsbazen hun verpauperende bevolking nog altijd aansporen tot
suïcidaal verzet tegen globalisering.
Kleine
naties zoals Zwitserland en Luxemburg bewijzen dat gedecentraliseerd
bestuur
uitstekend werkt, en zowel levenstevredenheid als welvaart brengt. De
doorgedreven autonomie van de Kantons staat in Zwitserland ook garant
voor
communautaire vrede. Met zo’n moderne decentrale staatsstructuur zou
ons land wel eens het Hongkong of het Singapore aan de Noordzee kunnen
worden.
Ten
gronde kan Vlaanderen’s gebrek aan deugdelijk bestuur worden herleid
tot vier structurele
onevenwichten: te veel
bestuursniveaus, buitensporig
centralisme,
de
welvaartsvernietigende ruimtelijke planning
en de wildgroei
van intercommunales die aan elke democratische controle
ontsnappen.
Die vier scheefgegroeide structuren ondermijnen Vlaanderen’s
competitiviteit en
kunnen geen tien jaar wachten op sanering. Bestuursstructuren
zijn er ten slotte voor de
mensen en niet
omgekeerd.
http://workforall.net
U kan hier deelnemen aan het
aansluitend debat
WWFA
is een
Belgische pluralistische en politiek ongebonden denktank. We
onderzoeken
maatschappelijke modellen en structuren op hun efficiëntie in de
realisatie van maatschappelijke doelstellingen. We neigen noch naar
links noch naar
rechts.
Los van ideologie onderzoeken we het succes van beleidsstructuren in
de realisatie van werkgelegenheid, welvaart, solidariteit en
individuele vrijheid
IMF bevestigt
België
als het minst gedecentraliseerde land ter wereld
Working Papers
|
Lees ook :
Zwitserse
medicijnen voor de Belgische ziekte.
Een
Zwitsers (confederaal) democratisch Model voor ons Land
De
Zwitserse meta-democratie als blueprint voor België
Het
Politiek Model in Zwitserland
From the CIA Factbook
: 7,581,520 inhabitants
Median age: : 40.7 years
Birth rate: 9.62 births/1,000 Death rate: 8.54 deaths/1,000 land:
39,770 sq km Coastline: 0 km - Maritime claims: none Natural
resources: hydropower potential, timber, salt, arable land:
9.91%
Religions:
Roman Catholic 41.8%, Protestant 35.3%, Muslim 4.3%, Orthodox 1.8%, Languages: German (official) 63.7%,
French (official) 20.4%, Italian (official) 6.5%, Romansch
(official) |
 |
The
smaller the states, the better !
Dr. Hans Herman
Hoppe
shows that small countries are
performing much better than large ones.
Prosperity, well being and democratic rule are better in small states.
He explains why the EU superstate is not about free trade and peace,
but about bureaucracy and about harmonising legislation and tax regimes
throuhout Europe to avoid
tax competition and enabling exploitation
of hard working European citizens by the political elites.
|
Belastingconcurrentie
Als bestuurlijke
entiteiten klein zijn dan kunnen burgers en bedrijven die ontevreden
zijn over hun bestuur, makkelijke
verhuizen naar een naburig gebied. Zo ontstaat er effectieve
concurrentie
tussen verschillende bestuurlijke gebieden en dat is juist zeer goed
voor een deugdelijk bestuur. Wanneer
overheden
moeten wedijveren om burgers en bedrijven
aan te trekken
of om de gunst van spaarders en
fabrieken dan zijn politieke
leiders gedwongen tot productiviteit en inventiviteit
en moeten publieke fondsen goed worden besteed. Dat bevortert deugdelijk bestuur en
efficiëntie van openbare
diensten. Dat vermindert
de
verkwisting en corruptie en bevordert
welvaart voor allen.
Wanneer
bestuurlijke entiteiten
té groot zijn of wanneer kleine
bestuurlijke entiteiten kartel-afspraken maken over hun belastingspolitiek schakelen zij die de
wedijver uit en dat is nefast voor deugdelijk bestuur. Daarom zijn internationale
fiscale cartelafsptraken of pogingen om belastingen te harmonsiseren
zoals in de EU verwerpelijk. Het staat trouwens statistisch vast dat
kleine landen veel
welvarender
zijn dan grote. Ook in de geschiedenis blijkt dat in tijden van kleine
bestuurseenheden de welvaart zeer hoog was. Naarmate steden in de
middeleeuwen een
grotere autonome zelfstandigheid verwierven, konden ze uitgroeien tot
welvarende en machtige stadstaten. De bekendste middeleeuwse
voorbeelden
daarvan zijn Genua,
Firenze, Bremen, Hamburg
,
Venetië .....
|
Secessie: het
Recht op Afscheiding
is essentiëel voor een Democratie
Willen
we revoluties en burgeroorlogen voorkomen dan moeten volkeren het recht op
zelfbeschikking hebben. Wanneer de bevolking niet
langer deel wenst uit te maken van de staat waartoe ze behoort, of zelf
een
onafhankelijke staat willen vormen of zich bij een andere staat wil
aansluiten, moet hun wens gerespecteerd worden. Kleine staten met
gedecentraliseerd bestuur kennen niet alleen een grotere vrijheid; ze
zijn economisch ook veel succesvoller dan centralistische
superstaten.
Radio Vrijheid
interviewt Paul
Belien over het recht op afscheiding.
Belien onderscheidt territoriale secessie:
het recht van een deelstaat om uit een unie van staten te treden en
institutionele
afscheiding: het recht
van individuen en groepen zich aan ongewenste publieke
dienstverlening te onttrekken. Hij
beschrijft voorbeelden en de voordelen van secessie en kleine
bestuursentiteiten.
|
|
|
|