Demotiverende
marginale
belastingtarieven.

Ons
huidig fiscaal stelsel combineert
de vijfde hoogste belastingdruk van de 30 OESO landen (bronverwijzing 1) met de allerhoogste porportie directe
belastingen (bronverwijzing2) en
daarbovenop ook een steil progressieve
belastingschaal.
Arbeidsontradende
marginale belastingtarieven zijn het
logisch gevolg. Juist deze
hoge marginale aanslagvoeten zijn erg schadelijk, omdat ze de
financiële
motivatie tot bijkomende inspanning ontnemen zowel voor de werkende
bevolking
als voor investeerders en dus de creatie van welvaart en nieuwe
werkgelegenheid
afremmen. Een verlaging van de marginale aanslagvoeten zou
investeringen en
extra prestaties terug interessant maken, die onder de huidige fiscale
structuur onrendabel zijn.
Open
VLD wil daarom vlaktaks
invoeren. Niet zozeer omdat progressiviteit onbillijk is, maar vooral
dus omdat
hoge marginale aanslagvoeten onze economie afremmen. Open VLD wil de broodnodige
verlaging van de marginale belastingtarieven dus realiseren door middel
van een
vlakkere progressiviteit en niet door een verlaging van de globale
directe belastingdruk
zoals de ons omringende landen.
Op termijn streeft VLD naar
één
uniform tarief voor alle inkomens. Omdat Open VLD de operatie budgettair
neutraal wil houden moeten in compensatie allerlei aftrekposten worden
geschrapt
en hoopt men zodoende meteen ook ons complex belastingstelsel te
vereenvoudigen. Vele, vooral recent ingevoerde, aftrekposten zijn
inderdaad
overbodig en marktverstorend kunst- en vliegwerk van een té
betuttelinggrage
overheid.
Vlaktax
schrapt aftrekposten en
sociale correcties
Nobele doelstellingen tot
daartoe, ware het niet dat de
meeste aftrekposten juist bijdragen om de belastingdruk billijk te
verdelen naar
werkelijke draagkracht en vooral naar de concrete sociale situatie
waarin de
belastingplichtigen zich bevinden. Andere aftrekposten slaan op
reële beroeps-
en financiële kosten die dienen om de belastbare materie te
genereren. Deze
laatste bewerkstelligen niets anders dan de bruto belastbare basis
herleiden
tot het waarachtig netto economische profijt, en helpen zo de marginale
belastingdruk
voor de werkenden nog enigszins te milderen. De belangrijkste
aftrekposten zijn
de aftrek voor hypotheekrente, voor kinderopvang, voor specifieke
beroepskosten, voor dienstencheques, alimentatievergoedingen,
carpooling en schenkingen
aan caritatieve verenigingen. (bronverwijzing 3)

In de
praktijk kan niet
één aftrekpost met betekenisvolle
budgettaire weerslag worden afgeschaft zonder sociaal bloedbad of
financiële
rampspoed te veroorzaken: s
chaf
de aftrek voor alimentatie af, en je verbreekt de moeizaam bereikte
billijkheid
in alle echtscheidingsprocedures. Verwerp de hypotheekrenteaftrek en in
de
kortste keren raken de bouwers en met hen de bouwsector in
financiële nood
omdat hun afkortingscapaciteit te ruim werd berekend op basis van het
fiscaal
voordeel.
Maar bovenal zou verwerping van beroepskosten de
werkeloosheidsval nog
verdiepen. Verwerping van verplaatsingskosten, carpooling en
kinderopvang dupeert
immers uitsluitend de beroepsactieve bevolking. De afschaffing van deze
correcties verbreedt immers de kloof tussen fiscaal inkomen (winst) en
inkomen
(winst) in economische betekenis, wat scheeftrekkingen veroorzaakt.
Elke
verandering van fiscale spelregels tijdens het spel veroorzaakt
bovendien misrekeningen
die per saldo een verlaging van het welvaartspeil veroorzaken omdat
burgers hun
bestedingen op basis van de bestaande fiscale wetgeving hebben
geoptimaliseerd,
en elke wijziging in het taxatieregime dit optimum verlegt.
Vlaktaks
brengt cumulatieve dubbelbelastingen terug
De meest nefaste “vernieuwing” van de Open VLD voorstellen is echter
dat hun vlaktaks terugkeert naar het archaïsch stelsel waarbij
alle inkomsten weer worden gelijkgesteld, ongeacht of het gaat om
beroepsinkomen, of inkomsten uit spaargeld dat al is belast. Onder zulk
stelsel worden bedrijfsinkomen achtereenvolgens belast met
bedrijfsvoorheffing, sociale bijdragen en veelal een naheffing. Het
gespaarde restant daarenboven nog eens met inflatie, allerhande
spaarbelastingen en successierechten, zodat ons sparen veelal een
vijfdubbele of zesdubbele belasting op dezelfde historische meerwaarde
ondergaat.
Zulke cumulatieve belasting van het sparen was in de jaren 80 de meest
gehate dubbelbelasting die er ooit heeft bestaan. Ze leidde tot
dusdanige ontsparing en kapitaalvlucht dat in allerijl de bevrijdende
Roerende Voorheffing moest worden ingevoerd om totale financiële
ontreddering te voorkomen en twintig jaar later socialisten zelfs een
amnestie moesten slikken.
Dat de afkeer voor zulke fiscaal stelsel sindsdien niet is verminderd
bleek uit een recente “Tijd” enquête. Daarin noemden 80% van de
burgers belastingen op spaargeld een onaanvaardbare dubbelbelasting.
De belangrijkste
overweging daarbij is dat de nominale 4% bruto rente die spaarders nu
ontvangen, voor méér dan de helft bestaat uit
muntontwaarding die helemaal geen reëel inkomen vertegenwoordigt.
Integendeel, dit inflatiegedeelte weerspiegelt juist de meest perverse
en marktverstorende van alle kapitaalbelastingen dat spaargeld al
voortdurend ondergaat. Toepassing van een cumulatieve
belastingstructuur op deze nominale rente maakt sparen verlieslatend en
zou de uitbuiting van spaarzame productieve burgers bestendigen en
bijzonder negatieve attitudes oproepen.
Men mag dan ook verwachten dat het Laffer effect voor zulke
dubbelbelasting uitermate sterk is, en de geringste verhoging van de
spaar belastingdruk vrij snel ontwijking- en ontduikingsmechanismen op
gang zou brengen, en een daling van belastingontvangsten dreigt. Toch
heeft Paars daartoe de weg al vrijgemaakt en effecten aan toonder en
materiele levering buiten de wet gesteld, en de software voor het
vermogenskadaster al aanbesteed.
(bronverwijzing 4).
Hogere spaarbelasting leidt tot minder
sparen en investeren (bronverwijzing 5)
Maar een hogere spaarbelasting zou behalve de terugval van de
belastingontvangsten vooral een daling van de spaarquote veroorzaken,
op een ogenblik dat niet minder, maar juist méér moet
worden gespaard. Met de vergrijzing voor de deur is ons spaartekort
immers het dringendste te herstellen onevenwicht in onze economie.
Decennialang potverteren dreigt ons immers al zeer binnenkort in een
Argentijnse schuldencrisis te storten.
Gans onze welvaartsstaat is gebouwd op krediet: op roofbouw op de
volgende generaties. Behalve de financiële staatsschuld van 98%
BBP, zijn er immers vooral ook de ongedekte pensioenverplichtingen die
we sinds jaren cumuleren in het kortzichtige repartitiepensioenstelsel.
Pensioenspecialist Roseveare raamt de actuele waarde van België 's
ongedekte pensioenverplichtingen op 260% van het BBP
(bronverwijzing 6) , bijna 3 maal zoveel nog als de
officiële staatsschuld.
De totale schuld van de Belgische overheid zou daarmee pakweg 105.000 €
per persoon of zowat 17 miljoen BF per vier- persoonsgezin bedragen. De
overheidschuld overtreft daarmee het totaal van haar activa, en dreigt
zeer binnenkort in een uit de hand lopende rentelast te ontaarden mocht
de rente nog wat aantrekken zoals markten verwachten. De economist
Richard Disney
(bronverwijzing 7) berekent dat bij onveranderd beleid,
over de volgende decennia een belastingverhoging tussen de 5 en
15%-punt nodig zal zijn enkel en alleen maar om te vermijden dat de
schuld nog verder oploopt. Onze schuldenlast is gewoon onhoudbaar. We
zijn bezig onze kinderen en kleinkinderen op te zadelen met
onsamendrukbare belastingdruk die elke productieve bijdrage danig zal
ontmoedigen dat het uiteindelijk op de totale ineenstorting moét
uitdraaien.
Verhoging huurbelasting
ontreddert huurmarkt.
In de vlaktaks pijplijn zit er ook een belasting van huurinkomsten op
basis van reële huren aan te komen. Ook daartoe heeft Paars al de
voorbereidende stappen gezet. De uiteindelijke bedoeling achter de
verplichte registratie van huurcontracten is immers doorzichtig: de
huur belasten op basis van reële huurontvangsten.
De nefaste gevolgen voor de huurmarkt van deze nieuwe en omslachtige
administratieve procedure zijn nauwelijks te overzien. Zelfs onder de
huidige eenvoudige fiscale regeling op basis van het geïndexeerd
Kadastraal Inkomen, is het aanbod van huurwoningen nauwelijks voldoende
om de vraag te voldoen. Getuige daarvan zijn de sneller dan de index
gestegen

huurprijzen en de toenemende aanspraken op sociale
huurwoningen.
Verhuurders nog zwaarder belasten dan ze nu al zijn kan het tekort aan
huurwoningen alleen maar vergroten en de huurprijzen alleen maar
sneller doen stijgen. Vlaktaks dreigt daarmee in de kortste keren in
een woningtekort te ontaarden. Het mag dan ook niemand verwonderen dat
tegen deze manifest ondoordachte maatregel nogal wat burgerlijk
ongehoorzaamheid opduikt.
Vlaktaks: Aderlating voor sociaal
zwak
beschermde groepen
Maar bovenal is vlaktaks helemaal niet de belastingverlaging die men
ons voorhoudt. Vlaktaks zou uitdraaien op de zoveelste verschuiving ten
nadele van de uitgebuite lage en middenklasse. Vooral
kleine pensioentrekkers betalen het gelag; een middenklasse van
hardwerkende arbeiders en bedienden, zelfstandigen, landbouwers en
kleine ondernemers voor wie de private spaarmiddelen een onontbeerlijke
aanvulling zijn van hun karig pensioen. De nieuwe fiscale aanslag op
hun huur- en spaarinkomsten zou juist voor deze gezinnen met de
geringste sociale bescherming een aderlating betekenen.
Dit is des te onbillijker daar
deze vierde pensioenpeiler in
tegenstelling tot de drie overige nooit van enige fiscale
tegemoetkoming heeft genoten. Vlaktaks zou daarmee ook de
aantrekkelijkheid van het zelfstandigen statuut en het
ondernemersklimaat voor onze KMO's en zelfstandigen nog verslechten,
terwijl we onder paars al tot het minst ondernemende land van Europa
zijn weggegleden.(bronverwijzing 8)
Vlaktaks dreigt het schandaal van de
Belgische Pensioen-verschillen nog te vergroten.
Financiering van de sociale zekerheid met belasting uit spaarmiddelen
leidt tot uitbuiting van de produktieven. Hardwerkende arbeiders
en bedienden, kleine ondernemers, zelfstandigen,
en landbouwers en die minst van het pensioenstelsel genieten
zullen er
onder vlaktaks het hardst moeten toe bijdragen.
(Data:
Pensioenkadaster
zie ook
bronverwijzing
9)
Vlaktaks
brengt géén vereenvoudiging
Maar een onoordeelkundig en als wondermiddel ingevoerde vlaktaks heeft
niet alleen de kwalijke gevolgen van een dalende spaarquote, de
verstoring van de huurmarkt en een verslechtering van het
ondernemingsklimaat en het welvaartspeil. Vlaktaks realiseert zelfs
niet eens de doelstelling van vereenvoudiging waar het allemaal om
begon. De afschaffing van de bevrijdende R.V., herinvoering van de
cumul, en vervanging van geïndexeerd kadastraal inkomen door
ingewikkelde formules gebaseerd op reëel betaalde huur en de
daarmee gepaard gaande registratie, administratie en controles
compliceert alleen maar de zaken en creëert allerlei nieuwe
administratieve verplichtingen. Als we beroep moeten doen op dure
fiscalisten is dit niet omwille van het aantal tarieftrappen of voor
die enkele aftrekposten die elke belastingbetaler kent, en logisch en
billijk vindt, maar omdat de fiscale regelgeving om de haverklap
wijzigt en daarbij telkens uitzondering op uitzondering op uitzondering
worden gemaakt om bevriende belangengroepen te plezieren, met een
logica die zelfs de computer van Financiën tilt liet slaan. In
2006 werden 250 fiscale wijzigingen doorgevoerd. Een deugdelijk
bestuurd land als Finland deed het met vier.
Afvlakking
progressiviteit asociaal en demotiverend
Om hun plannen te rechtvaardigen beroepen voorstanders van vlaktaks
zich veelal op het vermeende succes ervan in het voormalig Oostblok.
Betreffende Oostbloklanden danken hun opmerkelijke economisch succes
evenwel helemaal niet aan de vlakke structuur van hun aanslagvoeten,
maar wel aan hun lage globale belastingdruk. Met 13% in Rusland, 19% in
Slowakije en 24-25% in Letland en Estland bedraagt de belastingdruk er
minder dan de helft van bij ons. Het is deze lage belastingdruk die
investeerders aantrekt die àlle sociale klassen motiveert van
grootindustrieel tot werkman.
De Open VLD vlaktaks beoogt opbrengstneutraliteit en dus helemaal geen
verlaging van de belastingdruk. De unieke aanslagvoet is enkel gericht
op afvlakking van de progressiviteit. Een afwenteling dus van de
belastingdruk van de hogere inkomens op de lagere. Deze verschuiving
binnen de directe belastingen is niet alleen asociaal; ze is ook
oneconomisch omdat ze de demotivatie niet verhelpt. De stimulansen die
vlaktaks aan het hoger inkomenssegment gunt, ontneemt ze weer aan de
lagere klassen, waardoor de werkeloosheidsval alleen maar kan
verdiepen. Wegens de afnemende elasticiteit zal zo’n verschuiving
bovendien per saldo de globale arbeidmotivatie eerder verlagen. Immers
voor 100 Euro wil een arbeider wellicht wél een zaterdagje extra
werken, maar zal een topambtenaar zijn verlengd weekend vermoedelijk
niet willen opgeven.
Blauwe Simplismen
en paarse Compromissen
Vlaktaks berust dus in ruime mate op
ondoordachte theoretische simplismen die ofwel in de praktijk bij ons
niet realiseerbaar zijn, ofwel op economische rampspoed uitdraaien.
Vlaktaks gooit alle verfijningen die ons fiscaal stelsel billijk en
economisch werkbaar maken overboord.
Al helemaal contraproductief was
de eerste voorzet met de nieuwe belasting op de populaire
obligatiefondsen. Dit paars compromis miste totaal het beoogde doel
omdat de nieuwe belasting de sociale lasten van bedrijven (vooral op
ploegenwerk) niet afwentelt op de consumptie zoals Vivant al jaren
vraagt, maar net omgekeerd op het (hoofdzakelijk Vlaamse) sparen zoals
Di Rupo had geëist.
Deze gecompromitteerde verschuiving van de belastingdruk was weliswaar
een boost voor de bedrijfswinsten van de multinationale auto-industrie,
maar miste elk stimulerend effect op de gezinnen. De nieuwe
spaarbelasting verscherpt integendeel nog de uiteindelijke
financiële zinloosheid van hun inzet en spaarzin en verlaagt hun
bereidwilligheid tot productieve bijdrage op een ogenblik dat onze
bedrijven om medewerkers smeken, we de laagste participatiegraad van
Europa kennen en de gezinsspaarquote op een historisch dieptepunt is
beland. Komt daar nog bij dat zo’n verschuiving van de belastingdruk
ook nog eens de productiviteitsdruk verlaagt, zodat onze uitzonderlijke
productiviteit, de uiteindelijke bron van ons vooralsnog
voortreffelijke welvaart er op termijn alleen maar kan onder lijden.
Onder druk van de socialistische
coalitiepartner werd het oorspronkelijke vlaktaks beginsel bovendien
ook al zodanig afgezwakt dat het paars gecompromitteerde fiscaal model
van Open VLD nauwelijks nog het predicaat “vlak” verdient. Door de
combinatie van een hoog vrijstellingsbedrag én hoge
aanslagvoeten wordt de progressiviteit van de directe belastingen
nauwelijks verlaagd.
Het plan mildert de globale directe belastingdruk al helemaal niet
zodat het cruciaal probleem van de arbeidsontradende marginale
aanslagvoeten waarom het allemaal te doen was, onopgelost blijft. Ook
het idee om in de overgangsfase nog slechts 2 tarieven (20% en 40%) te
handhaven, kan de werkeloosheidsval enkel maar verdiepen voor gezinnen
met inkomens rond de ene resterende tarieftrap. Het open VLD vlaktaks
model verenigt alle nadelen van een progressieve taks met die van een
cumulatief stelsel. Ons land heeft niet de zoveelste marktverstorende
verschuiving van de belastingdruk nodig, maar broodnodig een drastische
verlaging van de belastingdruk. Zolang de productieve burgers na cumul
van belastingen en sociale tegemoetkomingen nauwelijks beter af zijn
dan hun gepamperde improductieve landgenoten, zullen zij hun
productieve bijdrage blijven terugschroeven,en zal onze welvaart
blijven stagneren.