De ziekte van de Waalse herstelplannen.
Martin De
Vlieghere analyseert het Waalse "Marshall-plan"
Vlaanderen
heeft groot belang bij de economische heropleving van
Wallonië. De Vlaamse belasting- en bijdragebetaler zou graag
een
sterker Wallonië zien dat proportioneel meer deelt in de kosten
van de
verzorgingsstaat. Sommige Vlamingen investeren ook rechtstreeks in
Wallonië door hun bedrijfsvestiging te delocaliseren naar de
ruimere
Waalse industrieterreinen.
|
Zij
ondervinden aan den lijve de problemen
in Wallonië: een nog groter gebrek aan technisch personeel en nog
hogere belastingen dan in Vlaanderen. Als er dan sprake is van een
bundeling der Waalse politieke krachten om ondernemen en werken terug
aantrekkelijk te maken, dan kijkt Vlaanderen halsreikend mee. |
Destexhe
Helaas stelde het ‘Toekomstcontract' uit 2000
niet veel voor. Terwijl
Vlaanderen stagneert, slaagt het andere landsdeel er niet in om een
inhaalbeweging te maken. Hoewel eerst verguisd, heeft het rapport van MR senator Alain Destexhe over de
illusie van ‘le rebond Wallon' de
regerende politici gedwongen om toe te geven dat zij hun huiswerk
moesten overdoen. Het nieuwe ‘Marshallplan', een politiek akkoord
tussen de Waalse regeringspartijen voor de toekomst van de regio ligt
nu voor. Dit plan zal Wallonië helaas niet vooruit helpen.
Etatistisch
Van de 1054 miljoen euro die de Waalse
regering meent over te hebben
voor het herstelplan, wordt zo maar liefst 91,2% voorzien voor
subsidies en overheidsparticipaties. Slechts 8,8% dient ter dekking van
de minderinkomsten ten gevolge van af te schaffen taksen en heffingen.
De subsidies gaan naar zogenaamde ‘concurrentiële sectoren', naar
onderzoek en ontwikkeling en naar onderwijs.
Dirigistische Sectorkeuze
Wie hierin hoop voor de toekomst ziet, staat intellectueel in de vorige
eeuw. Deze generatie zou moeten geleerd hebben dat beloftevolle
sectoren alleen door de markt worden bepaald en niet door politici,
noch door hun adviseurs. Volgens de Waalse regering zijn de sectoren
van de toekomst de farmaceutische industrie, de
voedingsmiddelenindustrie, engineering en de transport- en de
luchtvaartsector. |
Hoewel
er in de toekomst waarschijnlijk steeds meer
geneesmiddelen nodig zullen zijn, zowel door de veroudering van de
bevolking als door medische vooruitgang, is niemand in staat om op
redelijke gronden te investeren in de gehele farmaceutische sector van
een bepaald land.
De vraag naar staalproducten is sinds de Grote Depressie bijna
ononderbroken toegenomen, toch zijn de Belgische overheidsparticipaties
in de staalsector rampzalig gebleken. Indien de regering opnieuw denkt
de markt te slim af te moeten zijn in functie van de werkgelegenheid,
dan zit men voor men het weet opnieuw met ‘nationale sectoren' die in
hun doodstrijd eerst volledig worden overgenomen door de
belastingbetaler om daarna toch ten grave te worden gedragen. Het wordt
onder meer door het VBO positief onthaald dat de Waalse regering haar
participatie in het staal te gelde maakt, maar in feite heeft blijkbaar
niemand iets geleerd want dit geld wordt gebruikt om te investeren in
de ‘belangrijke' sectoren van dit ogenblik.
Herhaling Fouten uit
Verleden
De Waalse regering herhaalt daarmee de fouten van de Belgische regering
van de vorige eeuw. Overigens moet gevreesd worden dat bepaalde
elementen in de Waalse regering bewust kiezen voor een toenemende
verstrengeling van de ‘concurrentiële sectoren' en de overheid. De
luchtvaartsector bijvoorbeeld zou inderdaad moeten competitief zijn,
maar juist wanneer de overheid participeert in het kapitaal is dat een
signaal dat de betrokken ondernemingen zwak staan, reeds sterk
afhankelijk zijn van politieke beslissingen (overheidsbestellingen) en
dat dit proces van toenemende politieke afhankelijkheid zichzelf zal
versterken. |

Subsidiëring
Bovendien zijn de gebruikte formules
‘ondersteuning van investeringen'
en ‘steun aan de export en aan buitenlandse investeerders' in het
dinsdag aan de pers gepresenteerde akkoord over de ‘versterking van de
concurrentiële sectoren' een vrijgeleide voor subsidies. Subsidies
zijn
de ziekte van de Waalse economie.
Het luik
‘Ondersteuning van onderzoek en ontwikkeling' blijkt bij nader
toezien uitsluitend aan de universiteiten ten goede te komen. De
financiering van 120 bijkomende doctoraatsbeurzen getuigt van een
uitzonderlijk groot vertrouwen in de academische wereld, maar zelfs
indien dit vele toponderzoekers zou opleveren, dan nog kan men niet
verwachten dat fundamenteel wetenschappelijk onderzoek snel commercieel
waardevolle vernieuwing zal opleveren.
Positief :
Belastingsverlaging
Gelukkig gaat het niet allemaal de verkeerde
kant uit. Voor het
verlichten van de fiscale druk wordt helaas slechts 92,5 miljoen ( 8,8%
van het plan) vrijgemaakt. De kostprijs voor de overheid is dus
minimaal. Toch worden daarmee een verrassend en hoopgevend groot aantal
zeer tergende taksen en heffingen afgeschaft. De meerwaarde voor de
samenleving zal groot zijn. Het openbaar ambt hoeft niet meer zo snel
verjongd te worden aangezien een aantal jobs voor belastingambtenaren
zullen verdwijnen waardoor minder op rust gaande ambtenaren nog moeten
vervangen worden.
Positief:
Administratieve Vereenvoudiging
De ondernemingen zelf zullen ook minder
administratief werk hebben en
samen met de verlaging van de fiscale last brengt dit veel meer op dan
die 92,5 miljoen inkomsten die de overheid misloopt. Deze opbrengst
kunnen de ondernemingen integraal gebruiken voor de reële
loonsverhogingen die nodig zijn om de jongeren terug te motiveren voor
de knelpuntberoepen.
|
Hoe
hoger de lasten op werken en ondernemen, hoe
meer herverdeling van de knelpuntberoepen die per definitie de meeste
reële waarde toevoegen (toegevoegde waarde wordt immers bepaald
door
vraag en aanbod) naar de beroepen waar geen gebrek aan kandidaten voor
is. Hoe meer de overheid zelf jobs creëert – in haar eigen
administratie of , onrechtstreeks, in de bedrijven die bedolven worden
onder de administratieve verplichtingen – hoe meer de productieve
werknemers van hun toegevoegde waarde worden beroofd en gedemotiveerd
raken.
Laffer effect
Het afschaffen van taksen en heffingen is een structurele besparing en
financiert zichzelf. Zelfs gewone lastenverlagingen hebben vaak het
effect dat de overheid helemaal geen inkomsten misloopt. Door de
verlichting van de belastingdruk neemt de economische groei toe en
stijgt de belastbare basis. Aangezien in België het
overheidsbeslag nu
reeds veel hoger is dan wat optimaal is voor de inkomsten van de staat,
laat staan voor de welvaart van het land, moet Wallonië het
overheidsbeslag tot publieke vijand nummer 1 verklaren. Onder
overheidsbeslag moet ook het surplus aan regelgeving worden verstaan
die weinig doeltreffend is, maar wel zwaar weegt op de bewegingsruimte
van de ondernemers en op de zelfredzaamheid van het gezin.
Nationale
consequenties
Natuurlijk moet ook de federale regering meewerken want het
overheidsbeslag is in heel het land levensgevaarlijk groot. Niet alleen
de Waalse politici moeten leren minder bang te zijn voor de gevaren van
het privé-initiatief en meer bang te zijn voor het gevaar dat
het
overheidsbeslag te grote delen van de bevolking in de illegaliteit, of
erger nog, in de lethargie drijft.
Hopelijk wordt het fiscale luik van het Waalse plan krachtdadig
uitgevoerd en kwakkelt de uitvoering van de andere luiken. Dan wordt
één stap vooruit gezet en blijft er nog wat geld over om
terug te geven
aan de ondernemende en werkende Waal. Dit kan al voldoende zijn voor
een kleine inhaalbeweging die moed geeft om verder te gaan op het
ingeslagen pad. Pas dan mogen we spreken over een ‘rebond Wallon'.
Martin.De.Vlieghere@pandora.be
|
AKTUEEL:
Sociaal-Economische Nieuwsbrief
Overzicht recentste Artikels
:
|
U Kan deze
nieuwbrief gratis
per mail toegestuurd krijgen.
Mail daarvoor naar willy.de.wit@pandora.be. |
|
|
|
Het
mirakel Ierland.
Hoe een straatarm
land welvarend werd
|
(The
Celtic Tiger)
Meestal gebeuren mirakels binnen een Kerkgemeenschap. Diegenen die het
geluk hadden mirakels te produceren, werden daar doorgaans ook voor
beloond, nl. heiligverklaring.
Ierland heeft aangetoond, dat ook andere mirakels mogelijk zijn
en dat
daar ook een enorme beloning aan vasthangt, een beloning
die echter
weggelegd is voor de ganse Ierse bevolking, niet door een
heiligverklaring, maar door een creatie van een uitzonderlijke welvaart.
De welvaartsexplosie die Ierland de laatste 17 jaar heeft neergezet kan
beschreven worden als een ongeëvenaard wonder. Voor onze politici
zou
dit een aansporing kunnen zijn, om dezelfde maatregelen te nemen, met
garantie op succes. Om welbepaalde redenen zal dit echter niet
gebeuren. Dit is dramatisch, maar het is zo. De redenen hiervan wil ik
u graag uiteenzetten in een volgende mailtje.
Armoede
Honderden jaren lang was Ierland het armste land van Europa. Toen het
30 jaar geleden toetrad tot de EU, was het land er zeer slecht aan toe.
Het leven was armtierig en de hoge werkloosheid leek een chronische
ongeneeslijke kwaal. In 1982 was de totale uitstaande overheidsschuld
opgelopen tot 92.2 % van het BBP (Bruto Nationaal Product), om verder
te stijgen naar 110 % van het BBP in 1986, na België het hoogste
cijfer
van alle OESO-landen. Het gemiddelde voor de OESO- landen lag toen op
58.1 %. In 1987 bedroeg de werkloosheid in Ierland het ongelooflijke
cijfer van 17.7 % van de beroepsbevolking, 60 % hoger dan in
België
(ons cijfer was toen 11 %). De gemiddelde werkloosheid van de
OESO-landen lag toen op 7,3 % van de beroepsbevolking. Tegelijk ging
Ierland gebukt onder zeer hoge belastingtarieven.
Famine
Memorial, Dublin
|
De ommekeer: van arm naar rijk
Na de verkiezingen van 1987 kwam er een drastische ommekeer. Minister
van Financiën Bertie Ahern, later in die functie opgevolgd door
Charlie McGreevy, hebben hierbij een sleutelrol gespeeld. (Bertie
Ahern werd dan premier).
Beide mannen hadden blijkbaar een gezond boerenverstand. Zij moesten
niets weten van de vele aanbevelingen van geleerde (?) economen en nog
veel minder van de zogenaamd geleerde bureaucraten van de EU.
Zij zagen in dat de zeer hoge belastingtarieven een sterke rem
betekenden op ondernemersinitiatief, op investeren, werken, sparen en
beleggen. Zij begrepen blijkbaar datgene wat de bureaucraten van de EU
niet begrepen, nl. dat mensen en ondernemingen bereid zijn te werken en
te investeren als zij ervoor betaald worden.
En dat die bereidheid wegvalt, als het grootste deel van het loon of de
verdienste aan een (te) gulzige en dikwijls verkwistende overheid moet
afgestaan worden. De oplossing van het "probleem Ierland" leek hun zo
eenvoudig.
Geleerde boeken hadden zij voor die oplossing niet nodig. Wat deden die
mannen :
Het hoge marginale belastingtarief in de personenbelasting werd
verlaagd van 64 % eerst naar 48 % en daarna naar 42 %. De
vennootschapsbelasting werd spectaculair verlaagd van 32 % naar 12.5
%. Dit was alles, eenvoudiger kon het niet.
Welvaartsexplosie
Deze maatregelen bleken een schot in de roos. Tussen 1995 en 2003 steeg
het BBP (Bruto Binnenlands Product ) met een formidabele 86 %. Het BBP
is de waarde van alle goederen en diensten die een land in
één jaar voortbrengt, het is dus de welvaartsmeter, of de
rijkdom als u wil. Ondanks (of dank zij) de sterke vermindering van de
belastingtarieven, stegen de inkomsten uit belastingontvangsten met een
onwaarschijnlijke 73.6 %. De werkloosheid die in 1987 was opgelopen tot
17.7 % daalde naar 4.2 % in het jaar 2000.
|
Door
de sterke stijging van de
belastingontvangsten werd de overheidsschuld in sneltempo afgebouwd.
Deze schuld bedraagt thans nog slechts 30 % van het BBP.(komende van
110 %) In België ligt deze schuld nog steeds rond de 100 %
van het
BBP. Ierland heeft thans de laagste overheidsschuld van alle EU-landen,
terwijl het in 1987 nog de tweede hoogste had (na België). Wat een
prestatie!
Hoe kunnen belastingontvangsten zo sterk
stijgen met veel lagere belastingtarieven?
Vroeger dacht men dat dit kwam door de verhoging van de consumptie. Op
eerste zicht logisch, omdat de mensen met de lagere belastingtarieven
netto meer over houden en dus meer kunnen consumeren. De koopkracht zou
stijgen. Daardoor zou de economie (zo dacht men) uitbreiden en de
belastingontvangsten zouden stijgen. (In economisch jargon noemt men
dit "de vraagtheorie").
Die visie is onjuist gebleken.
Uitgebreid onderzoek heeft uitgewezen,
dat een tariefverlaging van belastingen (op voorwaarde dat de verlaging
aanzienlijk is) een heel ander effect heeft. De verlaging zal niet de
consumptie aanwakkeren, maar zal een sterke uitbreiding meebrengen van
het ondernemersinitiatief, van investeringen, van werken, van sparen en
beleggen. Dit laatste is noodzakelijk omdat de gespaarde gelden nodig
zijn voor de financiering van de investeringen. De stijging van de
consumptie zal pas volgen daarna.
Maar er is nog een tweede (schijnbare)
paradox : Als men het hoogste
marginale belastingtarief aanzienlijk verlaagt (dit is dus het tarief
van de zogenaamde " rijken"), dan heeft men steeds vastgesteld dat deze
"rijken" na de tariefverlaging een hoger bedrag aan belastingen betalen
dan ervoor. De logica van dit eerder vreemde fenomeen is niet ver te
zoeken.
|
De
"rijken" zijn doorgaans het meest ondernemende deel van de
bevolking. Het zijn zij die het sterkst zullen reageren op de
verlaging van de belastingtarieven, door hun economische activiteit te
verhogen. Zij zullen opnieuw investeren en ondernemersinitiatief nemen.
Hun belastingbasis zal verbreden.
Een lager tarief op een veel bredere
belastingbasis kan meer opbrengen dan een hoog tarief op een smalle
basis. Als er geen economische activiteit is, is er ook geen inkomen en
dan mag het belastingtarief zo hoog zijn als men maar wil, maar de
staat zal niets ontvangen.
Misschien
wist u dit niet of gelooft u dit niet
Dan moet u zich niet ongelukkig voelen, de politici weten het ook niet.
Om uw twijfels weg te nemen, stel ik voor om volgende maal met
overvloedig bewijsmateriaal te komen, bovenop de cijfers die u al voor
Ierland hebt gekregen. Het belang van dit fenomeen is natuurlijk enorm.
Indien de politici en de bevolking dit mechanisme zouden begrijpen, dan
kunnen onze politici hetzelfde doen, als Bertie Ahern en Charlie
McGreevy.
Dan ook zouden wij maar de helft zoveel belasting betalen en
onze werkloosheid zou volledig verdwijnen, en onze staatsschuld zou
snel kunnen afgelost worden. Waarom onze politici dit niet zullen doen,
hierover zal ik je graag mijn idee geven de volgende maal.
Willy De Wit,
|
|
|
Duits Drama
Waarom Europa's
gangmaker wegzinkt in recessie.
De
hervormingsplannen van Angela Merkel.
Op dit ogenblik speelt zich in Duitsland een
economisch drama af
waarvan de gevolgen zo verstrekkend zullen zijn, dat zij gewoon
niet
te overzien zijn.
Wat is er aan de hand?
Duitsland zit zo diep in de put (6 miljoen werklozen en stijgend), dat
velen denken aan een ware ineenstorting. Duitsland wordt het Ierland
van 30 jaar geleden indien niet snel totaal nieuwe maatregelen worden
genomen.
In de aanloop naar de verkiezingen, heeft de partij van Angela Merkel
een prachtig voorstel gelanceerd als programmapunt, nl. de
invoering
van een vlaktaks van 25 % op alle inkomsten boven € 20.000 . Dit
voorstel werd uitgewerkt door Professor Kirchhof, een fiskaal
deskundige, die blijkbaar het Ierse succesverhaal bijzonder goed kende.
(Kirchhof was door Angela Merkel voorbestemd om minister van
Financiën
te worden, als zij de verkiezingen zou winnen.) Die maatregel zou
een
aanzienlijke lastenverlaging betekenen, vooral voor de hoge inkomens,
die nu door de progressie van de belastingsschalen zwaar worden
afgestraft. Bij een vlaktaks valt die onrechtvaardigheid weg, omdat
iemand die bv. het dubbele verdient ook het dubbele aan belasting
betaalt, maar niet het drie of vierdubbele, zoals dat met een
progressieve schaal het geval is.
|
Kirchhof
en Merkel
Kirchhof en Merkel zijn blijkbaar
witte raven, die begrepen hebben, dat
deze maatregel een gelijkaardig effect zou hebben als in
Ierland. Het
is zeker geen "cadeau" aan de "rijken", want deze zullen met kwasi
zekerheid na de verlaging een hoger bedrag aan belasting betalen,
wegens de verbreding van hun belastingsbasis.
Het voorstel Kirchhof was de reddende
hand die gereikt werd aan de Duitse drenkeling. Helaas, het heeft niet
mogen zijn.
Leugens
Een storm van protest barstte los bij de SPD (De Socialistische Partij)
. Zij kwamen met de eeuwige (leugenachtige) slogan, dat het voorstel
van de vlaktaks een cadeau was voor de rijken en dat zulks
onaanvaardbaar was. Integendeel men moest de "rijken" bestraffen met
een vermogensbelasting in te voeren.
Merkwaardig was dat het brede
publiek het ook zo zag en Merkel moest het voorstel intrekken en
verloor plots in de verkiezingspolls een groot deel van haar voorsprong
ten opzichte van Schröder. Ook zal zij wellicht verplicht worden
Kirchhof als kandidaat-minister van Financiën te laten vallen. De
gevolgen van de houding van de Socialisten, zouden wel eens dramatisch
kunnen zijn voor Duitsland.
Dwazen
Zo is nog eens bewezen, dat het overgrote deel van de politici en
van
het publiek geen jota begrijpt hoe de economie echt werkt. Moge dit
voor u en voor mij een aansporing zijn, om met het initiatief van
Workforall verder te gaan en te proberen zoveel mogelijk mensen op een
zeer eenvoudige manier uit te leggen hoe de vork precies aan de steel
zit. Indien u met onze standpunten kan akkoord gaan, dan
hoop ik, dat
u deze teksten dan ook aan zoveel mogelijk van uw relaties en kennissen
zal willen doorzenden. Tot volgende keer.
Willy De Wit,
|
Terug naar
Nieuwsoverzicht
|
Het
belangrijkste in 10 punten
uit Kirchof 's hervormingsplannen.
De Duitse wetgeving inzake directe belastingen was nog nooit zo
dringend aan een hervorming toe als nu. De onderzoeksgroep
"Bundessteuergesetzbuch" (lett.: federaal belastingwetboek) in
Heidelberg heeft onder leiding van Professor Dr. Paul Kirchhof met het
"Einkommensteuergesetzbuch" (wetboek inkomstenbelasting) een uitvoerig
hervormingsontwerp opgesteld. De basisideeën zijn:
1. Geen sturende
voorschriften meer
Sturende en subsidievoorschriften, die „verborgen" zijn in
belastingwetten, onttrekken zich aan de controle van het parlement en
de gemeenschap. Als de staat uitgaven wil doen, moet hij dit in
jaarlijks te vernieuwen uitgavenwetten (Leistungsgesetzen) doen.
2. Nog slechts
één soort inkomen
Alle inkomens moeten gelijk behandeld worden. Voordelen voor
één groep
belastingbetalers zijn steeds in het nadeel van de andere. Als er nog
slechts één soort inkomen is, bestaat er ook geen gevaar
dat de
verschillende inkomens anders belast worden.
3. Eén enkel
belastingpercentage
De verschillende belastingpercentages voor ondernemingen en
particulieren verhinderen een neutrale belasting die onafhankelijk is
van de rechtsvorm en leiden tot rechtsvormen die vaak onzinnig zijn
vanuit economisch en vennootschapsrechtelijk oogpunt, zoals de GmbH
& Co. KG. Als er een uniform belastingpercentage geldt (bijv. 25
%), kunnen vele inkomens afdoend aan de bron belast worden. Dat geldt
zowel voor inkomen uit arbeid als voor inkomen uit kapitaal of
aandelen. Een verrekening met de voorafbetaalde belastingen en het
"Halbeinkünfteverfahren" worden daardoor overbodig.
Belastingvormen op
basis van progressie, zoals het overdragen van inkomen van de ouders op
de kinderen, zullen tot het verleden behoren.
4. Integratie van de
vennootschapsbelasting in de inkomensbelasting
Door de zelfstandige rechtspersoon („fiscaalrechtelijke persoon") kan
de scheiding tussen de vennootschapsbelasting en de inkomensbelasting
opgeheven worden. Als fiscaalrechtelijke persoon geldt elke economische
entiteit waarbij meerdere personen betrokken zijn, d.w.z. alle
personenvennootschappen en alle entiteiten die momenteel onderworpen
zijn aan vennootschapsbelasting. Daardoor wordt de
vennootschapsbelasting overbodig.
5.
Gezinsvriendelijke belasting, progressie
Het bestaansminimum van de belastingplichtige en zijn gezin is
principieel belastingvrij doordat er bedragen mogen worden afgetrokken
van het belastbare bedrag. Daardoor ontstaat er voor natuurlijke
personen een indirect progressieve belastingstructuur, die verregaand
in overeenstemming gebracht kan worden met de huidige
belastingstructuur.
|
Elke onbeperkte belastingplichtige
heeft recht op een belastingvrij basisbedrag van 8.000 euro. De
volgende 5.000 euro zijn slechts voor 60 % onderworpen aan de belasting
en de daaropvolgende 5.000 euro voor 80 %. Een vereenvoudigingsforfait
van 2.000 euro voor beroepsonkosten wordt al op voorhand van de
beroepsinkomsten afgetrokken. Bijgevolg begint de volle belastingplicht
pas bij een inkomen van 20.001 euro. Gehuwden die samenwonen, kunnen
alle vrijgestelde bedragen aan elkaar overdragen en hun inkomsten
onderling verrekenen. Andere wettelijke tot onderhoud gerechtigden
kunnen alleen het belastingvrij basisbedrag aan de onderhoudsplichtige
overdragen.
Wie aanspraak kan maken op een sociale uitkering, kan het belastingvrij
basisbedrag niet zelf benutten noch overdragen. Het bestaansminimum van
de kinderen wordt door het kindergeld gedekt.
6. Uitgestelde
belasting
Geld dat wordt overgemaakt aan de wettelijke „pensioenfondsen", is niet
beschikbaar voor de huidige behoeften. Omgekeerd verhoogt de latere
betaling uit het pensioenfonds de koopkracht van de begunstigde.
Bijgevolg is het niet meer dan logisch alleen de pensioenbetaling te
belasten en de pensioenbijdragen belastingvrij te laten. Hetzelfde
geldt voor de vrijwillige betalingen in fondsen die door certificatie
erkend zijn en gelijkgesteld zijn aan de wettelijke pensioenfondsen.
7. Gelijke belasting
door beperking van de fiscale mogelijkheden
Fiscale regelingen moeten - voornamelijk door onvermijdelijke fiscale
feiten - zoveel mogelijk verhinderd worden. De burgers kunnen zich dan
weer op het presteren concentreren in plaats van te zoeken naar
„verliezen" en anderen te benijden om hun vermeende fiscale
mogelijkheden.
8. Bepaling van het
inkomen
Naast de fiscale balans zal ook de vereenvoudigde boekhouding
(Überschussrechnung) blijven bestaan. Een balans opstellen is
verplicht
voor zelfstandigen en – in vereenvoudigde vorm – verhuurders. Het grote
voordeel van de fiscale balans is dat het aanleggen van stille reserves
verregaand verhinderd wordt, zodat ook de problemen die zich tot dusver
hebben voorgedaan bij de ontdekking daarvan, voorkomen worden.
9. Minder
administratie
Alleen zelfstandigen en verhuurders moeten nog regelmatig een
belastingaangifte indienen. Alle anderen kunnen dit doen wanneer er
problemen optreden bij de belasting aan de bron. Door de verregaande
belasting aan de bron worden zowel de burgers als de fiscus ontlast.
10. Vermindering van
het aantal voorschriften
Momenteel zijn er meer dan 200 Steuerstammgesetze (fiscale stamwetten).
Dit hervormingsvoorstel omvat één enkel fiscaal wetboek,
waardoor de
momenteel meer dan 30 staatsbelastingen beperkt worden tot 4: een
inkomensbelasting, een omzetbelasting, een belasting op erfenissen en
schenkingen en een algemene verbruiksbelasting.
|
Terug naar
Nieuwsoverzicht

|
|
|
5%
Welgaartsgroei is geen Utopie
Studie
van WorkForAll levert Doorbraak in de Analyse van Europese Stagnatie.
In de laatste decennia
kende België zoals trouwens de meeste Europese landen meer
periodes van stagnatie dan van stevige groei. Nochtans zijn er binnen
Europa ook merkwaardige uitzonderingen. Ierland maar ook Luxemburg en
Portugal kenden groeiritmes die men traditioneel associeert met de
Aziatische tijgers zoals China. Waaraan zijn deze groeiverschillen toe
te schrijven ? WorkForAll heeft de macro-economische cijfers
van de 17 Europese landen onder de loep genomen en enkel markante
oorzaken van groeiverschillen vastgesteld.
|
Ook
Belgie kan een significante welvaartsgroei realiseren mits 3
maatregelen. Een vermindering van het relatief overheidsbeslag tot het
welvaarts-"Armey" optimum, een verlaging van de loon- en
inkomstenbelasting en tenslotte een substitutie van de loon- en
inkomensbelasting door consumptiebelasting. Reeds na enkele jaren leidt
tot een indrukwekkende groei waarbij de middelen ontstaan om de nu
problematische welzijsbehoeften in te vullen.
|
Een beknopte analyse
van de Belgische economie
Dat de Belgische economie voor grote
uitdagingen staat hoeft geen betoog. De werkloosheid, de vergrijzing,
globalisering en tekorten in de Sociale Zekerheid en de
Gezondheidssector zijn maar de meest markante ervan. Dat de Belgische
economie momenteel weinig gewapend is voor deze uitdagingen blijkt uit
het toenemend aantal delokalisaties, faillissementen, het gebrek aan
starters en een toenemend pessimisme. De prive-sector verliest jobs bij
de vleet.
Nochtans, in België wordt hard en efficient gewerkt. De Belgische
productiviteit staat op de tweede plaats na de VS. Aan de inzet van de
werknemers of het management van de bedrijven kunnen de slechte
groeiprestatie niet geweten worden. Veeleer moet de oorzaak gezocht
worden in een structureel macro-economisch mismanagement door de
overheid.
Optimale
belastingniveaus, welvaartsgeneratie en systeem efficientie
Een eerste vaststelling uit de macro-economische cijfers is dat sterk
groeiende landen een kleine overheid hebben (Ierland 35,2% BNP, 2003)
terwijl zwakke groeiers allen een hoog overheidsbeslag kennen
(Denemarken 59,1; Nederland 48,9 %, Zweden 58,2 %, Belgie 51,4 %,
2003).
Over de relatie tussen omvang van de overheid en de welvaartsgroei werd
in het laatste decennium baanbrekend onderzoekswerk verricht. Het meest
markante werk werd verricht door de econoom Armey die in 1995 de notie
van optimale omvang van de overheid populariseerde. Zijn theorie sluit
nauw aan bij de theorie van Laffer (1985) over de afnemende
meeropbrengsten van belastings-ontvangsten naarmate de aanslagvoeten
toenemen.
|

|

Armey gaat verder, en bestudeert vooral de impact op de
groeiprestaties bij toenemende belastingsdruk en toenemende omvang van
de overheid. Armey stelt vast dat bij totale ontstentenis van overheid
een lage welvaartgroei wordt gerealiseerd, omdat essentiële
collectieve infrastructuur ontbreekt, en de productiviteit bijgevolg
bijzonder laag is. En ook omdat er zonder overheid anarchie heerst
zonder recht of bescherming van eigendomsrechten. In zo'n gemeenschap
zijn de burgers weinig gemotiveerd tot sparen, werken en investeren,
omdat ze permanent bestolen of onteigend kunnen worden.
In het tegengestelde geval, als de totale beschikking over de output
bij de overheid ligt, is de welvaartsgroei zeer gering. Zoals ook
Laffer opmerkte hebben de burgers dan zeer weinig motivatie tot een
productieve bijdrage, gezien de totale opbrengst van hun inspanningen
bij de overheid terecht komt.
Tussen de twee extremen bevinden zich landen waar een mix van privaat
en overheidsbeschikking op de allocatie van economische middelen
bestaat. Hier wordt de welvaartsgroei aanvankelijk groter naarmate de
overheidsbestedingen toenemen. De opbouw van infrastructuur en
rechtsstaat werkt als een katalysator voor de economie en draagt sterk
bij tot toename van productiviteit en welvaart. Op een gegeven moment
evenwel gaat de welvaartstoename minder snel stijgen dan de stijging
van het overheidsbeslag tot een maximum bereikt wordt. Voorbij dit
optimum leiden bijkomende overheidsbestedingen niet langer tot
welvaartsgroei, maar neemt de welvaartsgroei zelfs af. Dit is het
gevolg van het feit dat de overheid steeds meer schaarse hulpbronnen
aan de private sector onttrekt, waar ze productiever zouden kunnen
worden aangewend, bv. voor de creatie van innovatieve bedrijven. Ook
omdat voorbij dit maximum de fiscale druk een negatieve spiraal op gang
brengt waarbij niet alleen arbeid aan de officiële economie
ontrokken wordt, maar vooral de bereidheid tot productieve bijdrage
zelf afneemt naarmate het overheidsbeslag toeneemt.
Deze afnemende bereidheid tot productieve
bijdrage blijkt o.m. uit een empirisch onderzoek van de OESO, dat de
significante negatieve relatie tussen aantal gewerkte uren en ook de
toename van de grijze economie bij stijgende belastingsdruk aantoont.
|
Een vergelijking van
tussen Ierland en België
Een vergelijking van het historisch verloop van de overheidsbestedingen
Ierland met Belgie illustreert de werking van het Armey-effect. Tot
1980 hielden Ierland's overheidsbestedingen ongeveer gelijk tred met de
Belgische, en verliepen ook de groeiprestaties van beide landen
paralel. Tussen 1980 en 1985 liet de regering Martens-Mathot met een
Keynesiaans beleid de overheidsuitgaven ontsporen, en Rond 1983
werd de kaap van 50% van het BNP overschreden. Dit resulteerde in een
continue stijging van belastingsdruk, staatschuld, en
onproduktieve overheidsbestedingen. De negatieve spiraal was geboren.
Ierland daarentegen gooide in 1985 het roer radicaal om. In drie
jaar tijd verminderde het zijn overheidsbestedingen met niet minder dan
20%, en gaf zo de start tot een periode van ongekende welvaartsgroei
(gemiddeld 5,6% van 1985 tot 2002.)
Intussen hield België vast aan een beleid van op de economie, met
stagnerdende groei voor gevolg. Zelfs onder gunstigste conjuncturele
omstandigheden werden de overheidsbestedingen nauwelijks
teruggedrongen. In 2003 bedroegen ze 51,4% van het BNP tegenoger 35,2%
in Ierland. Daarmee is de Belgische overheid op vandaag 46% groter dan
de Ierse.

|
De analyse van Armey is kwalitatief, en
vertolkt wat velen intuitief aanvoelen Vijftien jaar na de eerste
ramingen in de VS was het Primoz Pevcin, (University of
Ljubljana) die in 2004 als eerste het Armey-optimum empirisch
vaststelde voor de Europese landen. Voor België berekende Primoz
de optimale omvang van de overheid op 42% hetgeen inhoudt dat de
Belgische overheid ongeveer 21% moet afslanken om een optimale welvaart
aan zijn burgers te garanderen.
Vasststellen dat zich aanzienlijke verschillen in welvaartsgroei
voordoen tussen de Europese landen, is meteen ook de vraag stellen naar
de oorzaak van die groeiverschillen. De voor de hand liggende techniek
op dit uit te zoeken is een meervoudige regressie.
Regressie analyse legt de pijnpunten
bloot
Voortgaande op de economische theorie nam
WorkforAll aan dat de welvaartsgroei in een land bepaald wordt door
uiteenlopende factoren. Dit kunnen zowel specifieke landeigen kenmerken
zijn (leeftijdsstructuur, aantal gepresteerde uren per werknemer,
spaarquote...), als externe omgevingsfactoren (olieprijs,
wisselkoersschommelingen...), of ingrepen van de overheid. De aandacht
ging daarbij evenwel vooral naar de beleidsfactoren, waaraan de
overheid effectief iets zou kunnen veranderen om de welvaartsgroei te
stimuleren; met name de omvang van de overheidsbestedingen; de
structuur van de belastingsontvangsten, het budgettair deficit en de
korte termijn intrestvoeten. Na eliminatie van de co-lineaire
variabelen werden tenslotte 25 variabelen weerhouden.

De groeiprestaties van 17 Europese landen
werden afgemeten aan deze 25 factoren in een globale regressieanalyse
die zicht uitstrekte over de periode 1985-2002. We konden dus
beschikken over 306 waarnemingen (17 landen x 18 jaar). De
regressies werden berekend met timelags van 0, 1, 2, 3 en 4 jaar.
Hierbij werden in hoofdzaak data gebruikt van de OESO. Een pas gepubliceerd onderzoek van het IMF
(2004) dat de identieke onderzoeksmethode hanteert, maar een andere
landengroep over een langere periode onderzocht (1970-2002), kwam tot
dezelfde significante resultaten.
|
Toch bereikte de IMF studie een geringere
regressiecoefficient en kleinere waarden van de
richtingscoëfficiënten. Dit was niet alleen te wijten aan het
geringer aantal determinerende factoren, maar vooral aan het feit dat
de groep onderzochte landen heterogener was. het IMF nam met name in
zijn studie landen op die zich aan beide kanten van het Armey-optimum
bevinden, wat aan beide kanten in tegengestelde groeielasticiteiten
resulteert.
Let wel deze
bevindingen gelden voor het geheel van de onderzochte Europese landen
en gelden alleen indien alle andere variabelen, zoals de
consumptiequote, ongewijzigd blijven. Zoals Primoz aantoonde bevindt
Belgie zich behoorlijk rechts van het Armey optimum zodat voor dit land
de effecten wellicht nog groter zijn. Daarenboven moeten de wijzigingen
substantieel zijn om voldoende effect te resorteren en mogen ze niet
teniet gedaan worden door andere compenserende maatregelen, zoniet
riskeert zal het globale effect verwaarloosbaar te zijn (zoals men
onlangs in Duitsland kon vaststellen.


|
Het moge werkwaardig
lijken dat een verschuiving van de belasting op arbeid (een
conglomeraat van loonbelasting, inkomstenbelasting en sociale
bijdragen) naar consumptiebelasting tot zoveel extra groei aanleiding
geeft. De verklaring voor de aanzienlijke groeipotentiëel bij
wijzigende belastingsstructuur ligt in een driedubbel effect, die
elkaar in een positieve spiraal onderling versterken. Niet alleen
verhoogt een lagere loonbelasting de competitiviteit en kan men dus een
daling van de werkloosheid verwachten, het behoudt op zijn minst het
netto besteedbaar inkomen. Men kan tevens verwachten dat bij een forse
verlaging van de loonbelasting de prijzen zullen dalen en de
vrijgekomen winst zal verdeeld worden tussen extra werkgelegenheid,
verhoging van de nettolonen en betere bruto marges. Het tweede effect
is ook niet onbelangerijk. Een dat hogere consumptiebelasting burgers
aanzet en bedrijven ook aan een groter deel van hun inkomen te sparen
en te investeren, hetgeen uiteindelijk een positieve spiraal versterkt.
Tenslotte is het
vrij logisch dat een terugdringen van het overheidsbeslag gunstig
werkt. De uiteindelijke oorzaak van de hoge loonbelasting is niet
zozeer de herverdelingsfunktie van de overheid via de Sociale Zekerheid
en andere mechanismen, maar de inefficiente werking van de overheid
zelf. Dit bleek onder meer uit een recente studie van de ECB en ook uit
de grafiek van de evolutie van het overheidspersoneel. Ook dit is quasi
verdubbeld op 50 jaar met de grootste sprong in de jaren 80 en omvat nu
zo'n 27 % van de actieve bevolking
|
Rentebeleid niet
effectief
Een opmerkelijke conclusie uit het regressonderzoek is ook dat geen
eenduidig effect van het laag-rentebeleid op de welvaartsgroei
kon worden vastgesteld. Workforall komt tot de conclusie dat in landen
die een belangrijk netto tegoed tegenover het buitenland combineren met
een aanzienlijke overcapaciteit (zoals België vb.), het remmend
effect van gederfde rente-inkomsten zwaarder doorweegt dan het
stimulerend effect van goedkoper investerings- en consumptiekrediet. De
inefficiëntie van de jarenlang volgehouden bijna-zero rente in
Japan en Zwitserland, lijken deze conclusies te bevestigen. Workforall
concludeert dat Intrestverlaging vooral een stroom van artificiële
investerings- en consumptiebestedingen op gang brengt die niet duurzaam
kunnen zijn. Voor een duurzame groei te is méér nodig dan
artificiële pepmiddelen: In de eerste plaats een omgeving die de
lust om te ondernemen en te investeren herstelt. Belangrijk hierin zijn
onder meer het herstel van de rechtszekerheid, de afbouw van
bureaucratie en de excessieve winstbelasting en talloze
contraproductieve overheidsingrepen.
De algemene conclusie is dat elke overheidsmaatregel die enkel gericht
is op het in stand houden of aanwakkeren van de consumptie (zoals door
het aanwerven van extra overheidspersoneel) weinig groei zal teweeg
brengen, integendeel. Dit is ook logisch, want dit komt neer op
ontrekken van middelen aan de prive-sector. Elke maatregel die
daarentegen aanleiding geeft tot verhoogde investeringen en verhoging
van de economische output werkt versterkend door het
multiplicator-effect. In het volledige studie document worden deze
bevindingen bevestigd door verschillende andere studies. |
De kickstart: eerst
de economische output vergroten om dan de groei blijvend te verdubbelen
Als België straks nog wil meespelen in de globaliserende economie,
en de essentiële solidariteitsmechanismen wil in stand
houden is het hoog tijd af te stappen van zijn groeiremmende
structuren. De arbeidsonttradende fiscaliteit en het veel te hoog
overheidsbeslag op onze economie moet worden gestopt. Ierland gaf het
voorbeeld. 15 jaar geleden gooide Ierland het roer radicaal om.
Sindsdien evolueerde het in amper 15 jaar van de zieke man van Europa
tot de Celtic tiger. Het toont aan dat een drastische ommezwaai niet
alleen mogelijk is, maar ook zorgt voor de noodzakelijke groei. Deze
groei liet toe dat de reële sociale uitgaven er zelfs bij afnemend
overheidsbeslag op de economie drastisch konden toenemen, en armoede
werd gebannen. Alleen groei kan immers de ruimte scheppen voor een
duurzame financiering van vergrijzing, en allerlei sociale, ecologische
en culturele projecten waarvan de politici al zolang dromen.
De sleutel ligt in het opbouwen van een budgetaire ruimte door gebruik
te maken van de nu onbenutte arbeid. Op een beroepsbevolking (15 - 65
jaar) van 6 miljoen zijn er nu grosso modo meer dan 2 miljoen mensen
'inactief'. Wellicht is de helft hiervan niet direkt inzetbaar voor
allerlei redenen. Ongeveer een miljoen mensen evenwel is nu werkloos of
werd vervroegd uit het arbeidscircuit genomen of leeft van een af
andere vorm van vervangsinkomen. Dit terwijl de actieve bevolking in de
prive sector (zo'n 2.7 miljoen) steeds meer onder druk komt te staan om
nog meer te werken voor een lager netto besteedbaar inkomen. M.a.w.
afgerond kan de inschakeling van deze arbeidsreserve voor een toename
van 37 % van de economische output zorgen.
|
Het voorstel is om deze arbeidsreserve in te
schakelen via aanwervingen aan nettoloon, met initieel behoud van hun
vervanginsinkomen (of op zijn minst een forfaitair minimum) en de
Sociale Zekerheid. Dit levert voor de bedrijven een substantiele
verlaging op van de gemiddelde loonkost, een forse toename van de bruto
marge en produktiecapaciteit en zal aldus de export stimuleren en de
delokalisatie afremmen. De maatregel is zelfs, wat de overheid betreft,
'gratis' en budgettair neutraal. Integendeel, de Sociale
Zekerheidsuitgaven zullen snel dalen en de verhoogde
belastingsontvangsten zullen de nodige budgetaire ruimte scheppen om
terug een actief beleid te voeren.
Natuurlijk dient over een periode van 3 tot 5 jaar de loonbelasting
voor alle werknemers gelijkgeschakeld en zullen maatregelen nodig zijn
om alles in goede banen te leiden. Terzelfdertijd kan ook de
consumptiebelasting aangepast worden, wellicht minder dan men soms
vreest omdat de economische output sterk zal toenemen. Die
consumptiebelasting kan dan wel meer gehanteerd worden om bepaalde
maatschappelijke doelstellingen te bereiken, bv. energie besparing en
competitiever openbaar vervoer.
|
Ten slotte moet ook de overheidssector
zichzelf in vraag durven stellen en moet ze haar eigen organisatie
ontdoen van alle gevestigde belangen en overtollig geworden regels,
wetten en administratie. Zij ook moet zich net zoals de industrie terug
focussen op haar kerntaak en conform met de bedrijfswetgeving binnen
het nieuwe Europa dezelfde regels van corporate governance and
transparantie aanmeten die van iedereen verwacht worden. In de 21ste
eeuw zijn er geen echte klassen meer en wordt het onderscheid tussen de
burgers groot en klein, arm en rijk vooral in stand gehouden door
misgroeide erfenissen uit het verleden. De huidige (r)evolutie naar een
welzijnsstaat hoeft niet gewelddadig te verlopen, men hoeft alleen de
wetten van de economie te respecteren. Ook dit maakt deel uit van het
democratische wordingsproces.
eric.verhulst@lancelot.be
paul.vreymans@workforall.net
|
|
|
| |