|
De
fiscale Blunder van Paars
Paul Vreymans
|
Spaarders
worden in het "generatiepact" weer
eens hard gepakt. Volgens Reynders kadert de nieuwe belasting op
beleggingsfondsen in de Europese spaarrichtlijn, die er overigens pas
na zware druk vanuit België is gekomen. Diezelfde spaarrichtlijn
bepaalt dat de huidige 15% RV nog geldt tot eind 2007. Daarna wordt ze
opgetrokken tot 20% eind 2007, en zal eind 2010 de volle 35%
bereiken.
We berekenen wat dit voor de spaarder betekent aan de rentevoorwaarden
en inflatie zoals die momenteel gangbaar zijn. We nemen twee
typische
beleggingsfondsen die beleggen in overheidspapier. We maken de
berekening voor het uiterst gunstige geval van een kostenbewuste
belegger die zijn bevek 10 jaar aanhoudt en een fonds kiest met lager
dan gemiddelde in- en uitstapkosten. |
Lange Termijn ( 10 Jaar )
(4,5 % in en uitstapkosten) |
Korte Termijn
( 3% in- en
uitstapkosten) |
| |
tot 2007 |
tot 2010 |
vanaf 2011 |
|
tot 2008 |
tot 2011 |
vanaf 2011 |
| |
15% RV |
20% RV |
35% RV |
|
15% RV |
20% RV |
35% RV |
| Bruto rente |
3,26 |
3,26 |
3,26 |
Bruto rente |
2,18 |
2,18 |
2,18 |
| beheersprovisie |
-0,6 |
-0,6 |
-0,6 |
Beheersprovisie |
-0,4 |
-0,4 |
-0,4 |
| netto rente op sicav |
2,66 |
2,66 |
2,66 |
Netto rente op sicav |
1,78 |
1,78 |
1,78 |
| RV |
-0,399 |
-0,532 |
-0,931 |
RV |
-0,267 |
-0,356 |
-0,623 |
| Netto na RV |
2,261 |
2,128 |
1,729 |
Netto na RV |
1,513 |
1,424 |
1,157 |
| Netto op 104,5% |
2,164 |
2,036 |
1,655 |
Netto op 103% |
1,469 |
1,383 |
1,123 |
| afschrijving kosten 10j |
-0,45 |
-0,45 |
-0,45 |
afschrijving kosten 10j |
-0,3 |
-0,3 |
-0,3 |
| inflatie |
-3,16 |
-3,16 |
-3,16 |
Inflatie |
-3,16 |
-3,16 |
-3,16 |
| Reele Netto rente |
-1,446 |
-1,574 |
-1,955 |
Reele Netto rente |
-2,141 |
-2,227 |
-2,48 |
Waar
rente normaal de premie is voor het uitstel van consumptie, en een
vergoeding voor het beschikbaar stellen van kapitaal en het opgelopen
risico, wordt het deze beloning onder het nieuw fiscaal systeem herleid
tot een zware afstraffing met een reëel waardeverlies van de
spaarmiddelen van ruwweg 2% per jaar. Voor de huidige dertiger betekent
het dat de reële waarde van elke Euro die hij vandaag op zij zet
zal zijn herleid tot een koopkracht van 54 cent wanneer hij 60
wordt.
De belasting op meerwaarden van obligatiefondsen komt dus neer op
een sluipende confiscatie omdat die meerwaarden
géén reeel inkomen vormen, maar voor méér
dan 90% uit inflatie bestaan. Wat men hier gaat belasten is in
feite de muntontwaarding, op zichzelf al een door de centrale bank
georganiseerde en sluipende herverdeling van schuldeisers (burgers)
naar schuldenaars (overheid en bedrijven) vormt. De nieuwe belasting is
ook woordbreuk tegenover de plichtsbewuste gezinnen die een
aanvang hebben gemaakt van opbouw van de derde peiler van hun
pensioen. Voor de modale burger en in het bijzonder veel middenstanders
vormt deze derde peiler juist de onontbeerlijke aanvulling van hun
uiterst miserabel pensioen, en betekent de nieuwe belasting een ware
aderlating.
Economische gevolgen
Het mag een geluk heten dat deze
katastrofale afstraffing
van het sparen nog niet overal is doorgedrongen. Deze afstraffing is al
jaren aan de gang, en vooral het gevolg van overmatige geldcreatie door
de ECB. Maar de nieuwe belasting doet daar nu nog een serieuze schep
bovenop.
Dergelijke afstraffing van het
sparen leidt
uiteindelijk tot catastrofale gevolgen. Niet alleen ontmoedigen
negatieve rentes de spaarzin, en het spaarvolume, maar het zet ook aan
tot potverteren, zowel bij de overheid, bij de private burger als in
het bedrijfsleven. Sedert paars aan de macht kwam zijn de
overheidsuitgaven exclusief de rente op de staatsschuld met 3% gestegen
van 43,4% tot 45,4% van het BNP.
|

Juist nu reservers voor de op ons afstormende vergrijzing zouden moeten
worden aangelegd zet de afstraffing van het sparen ook de private
burger aan tot overconsumptie in de meest nodeloze en vergankelijke
bestedingen. Sedert 1998 is de spaarquote al met méér dan
een kwart gedaald van 12,4% in 1998 tot 9.1% in 2004.

|
Ondoordacht en asociaal.
Uit de totale verwarring en
tegenstrijdige duiding blijkt dat de nieuwe
belasting op beleggingsfondsen het inderhaast samengeflanst sluitstuk
vormt die het begrotingsgat moest dichten. In Terzake deed Vandelanotte
de verwarring af als "communicatiefouten" ten gevolge van vermoeidheid
na de lange onderhandelingen. De realiteit is dat onze ministers
blijkbaar nauwelijks nog wisten waarmee ze bezig waren. Terwijl men het
grootkapitaal wou treffen, worden in realiteit 1,5 miljoen modale
plichtsbewuste gezinnen getroffen, en blijven juist meerwaarden van
grootaandeelhouders totaal buiten schot. Intussen werd de
aangekondigde belasting in nauwelijks drie dagen tijd al 3 maal
geammendeerd. Onder zijn laatst bekende vorm heeft ze een kafkaiaanse
complexiteit bereikt waarbij niemand nog de verschuldigde belasting kan
berekenen in geval een bevek zijn beleggingsstrategie tijdens de
belastbare periode heeft gewijzigd.
Contraproductief.
Een vermindering van de lasten op arbeid
draagt inderdaad bij om de
competitiviteit van de Belgische economie te herstellen en de
delocalisaties af te remmen. Jammer genoeg is de aangekondigde
verlaging van de lasten op arbeid te gering en te selectief om ernstige
effecten te veroorzaken. Met zijn nadruk op ploegenarbeid komt de
verlaging hoofdzakelijk het grootbedrijf (autoindustrie) ten goede,
terwijl een algemenere maatregel ook het dynamische kleinbedrijf de
ademruimte zou geven om terug duurzame jobs te creëren.
De grootste fout van het paars budget is evenwel dat men de
belastingsdruk verschuift van de ene productiefactor arbeid op de
andere en nog zwaarder overbelaste productiefactor kapitaal. De
verhoging van de belastingsdruk op sparen zal als enig gevolg hebben
dat werkend Vlaanderen nog méér wordt ontmoedigt, dat de
spaarquote nog verder daalt, en dat de onontbeerlijke middelen om te
investeren nog verder opdrogen.
Behalve werken moet ook sparen en investeren terug lonend worden. Met
de huidige belastingsverschuiving worden de gunstige effecten van de
detaxatie van de arbeid vernietigd door de nieuwe belasting op sparen.
Men kan nieuwe starters niet aanmoedigen, noch delocalisaties stoppen,
noch de competitiviteit herstellen door een verschuiving van de
belastingsdruk van de ene productiefactor arbeid naar de andere, nog
zwaarder overbelaste productiefactor kapitaal.
|
Minder belasten voor werkgelegenheid.
Alleen een verlaging van de globale
belastingsdruk gekoppeld aan een
verschuiving van de belastingsdruk van productie naar consumptie kan
het vertrouwen van ondernemers en onze competitiviteit herstellen.
Belgie's scheefgegroeide belastingsstructuur is immers totaal
onaangepast aan de globaliserende economie. De comparatieve nadelen van
de Belgische industrie berusten immers niet op "reële" technische
oorzaken zoals gebrekkige infrastructuur, slechte organisatie,
technologie of creativiteit of in te lage productiviteit van onze
werknemers. Ze zijn uitsluitend het gevolg van de buitensporige
fiscaliteit en parafiscaliseit op de productiefactoren productie. Deze
verdubbelen zowat onze productiekosten, en belemmeren de export,
subsidieren de import, en bevorderen delocalisaties naar landen met
geringere belastingsdruk.
On-economische
delocalisatiegolf.
Dank zij onze uitzonderlijke
productiviteit hebben wij ondanks onze
hoge lonen nog een reëel comperatief voordeel in heel wat
semi-arbeidsintensieve sectoren. Toch zien we dat in deze
semi-arbeidsintensieve sectoren géén nieuwe initiatieven
meer ontstaan en dat bestaande fabrieken in steeds sneller tempo
delocaliseren naar landen waar de reële productiviteit zelfs lager
is dan de onze.
Deze on-economische delocalisaties zijn niet alleen catastrofaal voor
de Belgische tewerkstelling maar leiden bovendien tot een sub-optimale
mondiale arbeidsverdeling en welvaartscreatie. Belastingen op productie
zij de tegenpolen van importbelemmeringen leiden tot
scheeftrekking in de wereldhandel maar dan in de tegengestelde richting.
Willen we nieuwe initiatieven aanmoedigen en de Belgische leegloop
stoppen is een wezenlijke verschuiving van directe belastingen naar
indirecte belastingen noodzakelijk. Alleen dan zullen bij de
lokalisatiebeslissing van onze bedrijven enkel nog de werkelijke,
reële comparatieve kosten spelen, vrij van elke fiscale
voorkeursbehandeling en zullen de goederen uiteindelijk zullen
worden geproduceerd worden waar de effectieve (fiscaal neutrale)
comparatieve kosten het laagst zijn.
|
Overmatige Belastingsdruk.
De wereldeconomie is de laatste dertig jaar
nooit zo sterk gegroeid als
in 2004; met ongeveer 5 pct. China's en Indie's groei zijn fenomenaal.
De VS en Japan zetten hun heropstanding verder.
Intussen glijdt Europa af naar stagnatie, mogelijks zelfs recessie.
Juist deze zwakke groei zet Europa's sociaal stelsel onder toenemende
druk. Europa's demotiverend belastingsdruk is de fundamentele oorzaak.
De globale belastigdruk ligt in Europa 15% hoger dan de VS en Japan, en
9% hoger dan het OESO gemiddelde.

De buitensporige belastinsdruk vormt daarmee uitzondering in de wereld
en ook in historisch perspectief. Talloze studies hebben empirisch
aangetoond dat zo'n buitensporige fiscaliteit dodelijk is voor de
groei. Het excessief overheidsbeslag werkt immers demotiverend,
en leidt de onontbeerlijke werkmiddelen af van de private sector naar
een steeds inefficienter en bemoeizuchtiger overheidapparaat. Met
49,9% weegt de Belgische overheid 42% zwaarder op onze economie dan de
Ierse, en zijn de groeiverschillen navenant.

|
Iers Model
Ierland gaf het voorbeeld dat het anders
kan en hoe het moet. Een
drastische vermindering van het overheidsbeslag van 53% in 1986 tot 35%
in 2005 leidde er tot een ongekende welvaartsexplosie van gemiddeld
5,6% in de laatste 20 jaar.

Daarbij moest Ierland helemaal niet snoeien
in de sociale uitkeringen; integendeel. De belastingsverlagingen
leidden er tot een ongekende groei die op zijn beurt de fiscale
ontvangsten en de sociale uitkeringen lieten stijgen. Het volstond de
productiviteit van het overheidsorgaan te verbeteren. Uit een studie
van de ECB blijkt dat een sanering in de werkingskosten de
efficiëntie van het Belgische sociaal stelsel kan verdubbelen
Nalatige zwakte.
De einde-loopbaan debatten waren een
unieke gelegenheid ons
belastingstelsel te moderniseren, naar Iers model. De tijd was rijp.
Werkend Vlaanderen beseft maar al te goed dat het potverteren op kosten
van volgende generaties niet verder kan. Men kan werken, sparen
en ondernemen niet blijven afstraffen. De regering heeft zich andermaal
laten afdreigen door conservatieve en corporatistische belangengroepen,
die al lang niet meer het belang van werkend Vlaanderen dienen, noch
beseffen wat aan de basis leeft.
Het paars budget maakt géén aanvang van een lager
overheidsbeslag, noch een verschuiving van de belastingsdruk naar
consumptie. Het paars budget maakt geen werk van de inefficiëntie
en excessieve werkingskosten van de parasitaire instellingen
zoals intercommunales, ziekenfondsen, OCMW's en vakbonden. Het bevat
géén maatregelen tegen de welig tierende zelfbediening en
corruptie noch tegen de talloze misbruiken in de sociale zekerheid. Het
paars budget is géén aanzet tot good governance in de
publieke sector. Werkend en sparend Vlaanderen zal zich de nieuwe
aanslag op de vrucht van zijn arbeid nog lang herinneren.
|

|
|
|