Welkom bij de Nieuwsbrief van
 
In deze editie:

The best Social Program
is a Job ( Ronald Reagan )
Last update:  16-12-2007
The WebThis Site


Mission Statement

Big Government leads to
Serfdom an
d Poverty
Find out why here

home home news contact
francais English
De fiscale Blunder van Paars
Paul Vreymans

Spaarders worden in het "generatiepact" weer eens hard gepakt. Volgens Reynders kadert de nieuwe belasting op beleggingsfondsen in de Europese spaarrichtlijn, die er overigens pas na zware druk vanuit België is gekomen. Diezelfde spaarrichtlijn bepaalt dat de huidige 15% RV nog geldt tot eind 2007. Daarna wordt ze opgetrokken tot 20% eind 2007, en zal eind 2010 de volle 35% bereiken.  We berekenen wat dit voor de spaarder betekent aan de rentevoorwaarden en inflatie  zoals die momenteel gangbaar zijn. We nemen twee typische beleggingsfondsen die beleggen in overheidspapier. We maken de berekening voor het uiterst gunstige geval van een kostenbewuste  belegger die zijn bevek 10 jaar aanhoudt en een fonds kiest met lager dan gemiddelde in- en uitstapkosten.

Lange Termijn ( 10 Jaar )
 
(4,5 % in en uitstapkosten)
Korte Termijn 
( 3%  in- en uitstapkosten)
  tot 2007 tot 2010 vanaf 2011   tot 2008 tot 2011 vanaf 2011
  15% RV 20% RV 35% RV   15% RV 20% RV 35% RV
Bruto rente 3,26 3,26 3,26 Bruto rente 2,18 2,18 2,18
beheersprovisie -0,6 -0,6 -0,6 Beheersprovisie -0,4 -0,4 -0,4
netto rente op sicav 2,66 2,66 2,66 Netto rente op sicav 1,78 1,78 1,78
RV -0,399 -0,532 -0,931 RV -0,267 -0,356 -0,623
Netto na RV 2,261 2,128 1,729 Netto na RV 1,513 1,424 1,157
Netto op 104,5% 2,164 2,036 1,655 Netto op 103% 1,469 1,383 1,123
afschrijving kosten 10j -0,45 -0,45 -0,45 afschrijving kosten 10j -0,3 -0,3 -0,3
inflatie -3,16 -3,16 -3,16 Inflatie -3,16 -3,16 -3,16
Reele Netto rente -1,446 -1,574 -1,955 Reele Netto rente -2,141 -2,227 -2,48

Waar rente normaal de premie is voor het uitstel van consumptie, en een vergoeding voor het beschikbaar stellen van kapitaal en het opgelopen risico, wordt het deze beloning onder het nieuw fiscaal systeem herleid tot een zware afstraffing met een reëel waardeverlies van de spaarmiddelen van ruwweg 2% per jaar. Voor de huidige dertiger betekent het dat de reële waarde van elke Euro die hij vandaag op zij zet zal zijn herleid tot een koopkracht van 54 cent wanneer hij  60 wordt.

De belasting op meerwaarden van  obligatiefondsen komt dus neer op een sluipende confiscatie  omdat die meerwaarden géén reeel inkomen vormen, maar voor méér dan 90% uit inflatie bestaan. Wat  men hier gaat belasten is in feite de muntontwaarding, op zichzelf al een door de centrale bank georganiseerde en sluipende herverdeling van schuldeisers (burgers) naar schuldenaars (overheid en bedrijven) vormt. De nieuwe belasting is ook woordbreuk tegenover de  plichtsbewuste gezinnen die een aanvang hebben  gemaakt van opbouw van de derde peiler van hun pensioen. Voor de modale burger en in het bijzonder veel middenstanders vormt deze derde peiler juist de onontbeerlijke aanvulling van hun uiterst miserabel pensioen, en betekent de nieuwe belasting een ware aderlating.

Economische gevolgen

Het mag een geluk heten dat deze katastrofale afstraffing van het sparen nog niet overal is doorgedrongen. Deze afstraffing is al jaren aan de gang, en vooral het gevolg van overmatige geldcreatie door de ECB. Maar de nieuwe belasting doet daar nu nog een serieuze schep bovenop.

Dergelijke afstraffing van het sparen leidt uiteindelijk tot catastrofale gevolgen. Niet alleen ontmoedigen negatieve rentes de spaarzin, en het spaarvolume, maar het zet ook aan tot potverteren, zowel bij de overheid, bij de private burger als in het bedrijfsleven. Sedert paars aan de macht kwam zijn de overheidsuitgaven exclusief de rente op de staatsschuld met 3% gestegen van 43,4% tot 45,4% van het BNP.





Juist nu reservers voor de op ons afstormende vergrijzing zouden moeten worden aangelegd zet de afstraffing van het sparen ook de private burger aan tot overconsumptie in de meest nodeloze en vergankelijke bestedingen. Sedert 1998 is de spaarquote al met méér dan een kwart gedaald van 12,4% in 1998 tot 9.1% in 2004.




Ondoordacht  en asociaal.

Uit de totale verwarring en tegenstrijdige duiding blijkt dat de nieuwe belasting op beleggingsfondsen het inderhaast samengeflanst sluitstuk vormt die het begrotingsgat moest dichten. In Terzake deed Vandelanotte de verwarring af als "communicatiefouten" ten gevolge van vermoeidheid na de lange onderhandelingen. De realiteit is dat onze ministers blijkbaar nauwelijks nog wisten waarmee ze bezig waren. Terwijl men het grootkapitaal wou treffen, worden in realiteit 1,5 miljoen modale plichtsbewuste gezinnen getroffen, en blijven juist meerwaarden van grootaandeelhouders totaal buiten schot.   Intussen werd de aangekondigde belasting in nauwelijks drie dagen tijd al 3 maal geammendeerd. Onder zijn laatst bekende vorm heeft ze een kafkaiaanse complexiteit bereikt waarbij niemand nog de verschuldigde belasting kan berekenen in geval een bevek zijn beleggingsstrategie tijdens de belastbare periode heeft gewijzigd.

Contraproductief.

Een vermindering van de lasten op arbeid draagt inderdaad bij om de competitiviteit van de Belgische economie te herstellen en de delocalisaties af te remmen. Jammer genoeg is de aangekondigde verlaging van de lasten op arbeid te gering en te selectief om ernstige effecten te veroorzaken. Met zijn nadruk op ploegenarbeid komt de verlaging hoofdzakelijk het grootbedrijf (autoindustrie) ten goede, terwijl een algemenere maatregel ook het dynamische kleinbedrijf de ademruimte zou geven om terug duurzame jobs te creëren. 

De grootste fout van het paars budget is evenwel dat men de belastingsdruk verschuift van de ene productiefactor arbeid op de andere en nog zwaarder overbelaste productiefactor kapitaal. De verhoging van de belastingsdruk op sparen zal als enig gevolg hebben dat werkend Vlaanderen nog méér wordt ontmoedigt, dat de spaarquote nog verder daalt, en dat de onontbeerlijke middelen om te investeren nog verder opdrogen.

Behalve werken moet ook sparen en investeren terug lonend worden. Met de huidige belastingsverschuiving worden de gunstige effecten van de detaxatie van de arbeid vernietigd door de nieuwe belasting op sparen. Men kan nieuwe starters niet aanmoedigen, noch delocalisaties stoppen, noch  de competitiviteit herstellen door een verschuiving van de belastingsdruk van de ene productiefactor arbeid naar de andere, nog zwaarder overbelaste productiefactor kapitaal.

Minder belasten voor werkgelegenheid.

Alleen een verlaging van de globale belastingsdruk gekoppeld aan een verschuiving van de belastingsdruk van productie naar consumptie kan het vertrouwen van ondernemers en onze competitiviteit herstellen. Belgie's scheefgegroeide belastingsstructuur is immers totaal onaangepast aan de globaliserende economie. De comparatieve nadelen van de Belgische industrie berusten immers niet op "reële" technische oorzaken zoals gebrekkige infrastructuur, slechte organisatie, technologie of  creativiteit of in te lage productiviteit van onze werknemers. Ze zijn uitsluitend het gevolg van de buitensporige fiscaliteit en parafiscaliseit op de productiefactoren productie. Deze verdubbelen zowat onze productiekosten, en belemmeren de export, subsidieren de import, en bevorderen delocalisaties naar landen met geringere belastingsdruk.

On-economische delocalisatiegolf.

Dank zij onze uitzonderlijke productiviteit hebben wij ondanks onze hoge lonen nog een reëel comperatief voordeel in heel wat semi-arbeidsintensieve sectoren. Toch zien we dat in deze semi-arbeidsintensieve sectoren géén nieuwe initiatieven meer ontstaan en dat bestaande fabrieken in steeds sneller tempo delocaliseren naar landen waar de reële productiviteit zelfs lager is dan de onze.

Deze on-economische delocalisaties zijn niet alleen catastrofaal voor de Belgische tewerkstelling maar leiden bovendien tot een sub-optimale mondiale arbeidsverdeling en welvaartscreatie. Belastingen op productie zij de tegenpolen van  importbelemmeringen leiden tot scheeftrekking in de wereldhandel maar dan in de tegengestelde richting.

Willen we nieuwe initiatieven aanmoedigen en de Belgische leegloop stoppen is een wezenlijke verschuiving van directe belastingen naar indirecte belastingen noodzakelijk. Alleen dan zullen bij de lokalisatiebeslissing van onze bedrijven enkel nog de werkelijke, reële comparatieve kosten spelen, vrij van elke fiscale voorkeursbehandeling en  zullen de goederen uiteindelijk zullen worden geproduceerd worden waar de effectieve (fiscaal neutrale) comparatieve kosten het laagst zijn.

Overmatige Belastingsdruk.

De wereldeconomie is de laatste dertig jaar nooit zo sterk gegroeid als in 2004; met ongeveer 5 pct. China's en Indie's groei zijn fenomenaal. De VS en Japan zetten hun heropstanding verder.

Intussen glijdt Europa af naar stagnatie, mogelijks zelfs recessie. Juist deze zwakke groei zet Europa's sociaal stelsel onder toenemende druk. Europa's demotiverend belastingsdruk is de fundamentele oorzaak. De globale belastigdruk ligt in Europa 15% hoger dan de VS en Japan, en 9% hoger dan het OESO gemiddelde.



De buitensporige belastinsdruk vormt daarmee uitzondering in de wereld en ook in historisch perspectief. Talloze studies hebben empirisch aangetoond dat zo'n buitensporige fiscaliteit  dodelijk is voor de groei.  Het excessief overheidsbeslag werkt immers demotiverend, en leidt de onontbeerlijke werkmiddelen af van de private sector naar een steeds inefficienter en bemoeizuchtiger  overheidapparaat. Met 49,9% weegt de Belgische overheid 42% zwaarder op onze economie dan de Ierse, en zijn de groeiverschillen navenant. 



Iers Model

Ierland gaf het voorbeeld dat het anders kan en hoe het moet. Een drastische vermindering van het overheidsbeslag van 53% in 1986 tot 35% in 2005 leidde er tot een ongekende welvaartsexplosie van gemiddeld 5,6% in de laatste 20 jaar.



Daarbij moest Ierland helemaal niet snoeien in de sociale uitkeringen; integendeel. De belastingsverlagingen leidden er tot een ongekende groei die op zijn beurt de fiscale ontvangsten en de sociale uitkeringen lieten stijgen. Het volstond de productiviteit van het overheidsorgaan te verbeteren. Uit een studie van de ECB blijkt dat een sanering in de werkingskosten de efficiëntie van het Belgische sociaal stelsel kan verdubbelen


Nalatige zwakte.

De einde-loopbaan debatten waren een unieke gelegenheid ons belastingstelsel te moderniseren, naar Iers model. De tijd was rijp. Werkend Vlaanderen beseft maar al te goed dat het potverteren op kosten van volgende generaties niet verder kan.  Men kan werken, sparen en ondernemen niet blijven afstraffen. De regering heeft zich andermaal laten afdreigen door conservatieve en corporatistische belangengroepen, die al lang niet meer het belang van werkend Vlaanderen dienen, noch beseffen wat aan de basis leeft.

Het paars budget maakt géén aanvang van een lager overheidsbeslag, noch een verschuiving van de belastingsdruk naar consumptie. Het paars budget maakt geen werk van de inefficiëntie en excessieve  werkingskosten van de parasitaire instellingen zoals intercommunales, ziekenfondsen, OCMW's en vakbonden. Het bevat géén maatregelen tegen de welig tierende zelfbediening en corruptie noch tegen de talloze misbruiken in de sociale zekerheid. Het paars budget is géén aanzet tot good governance in de publieke sector.  Werkend en sparend Vlaanderen zal zich de nieuwe aanslag op de vrucht van zijn arbeid nog lang herinneren.