Een generatiepact
zou moeten gaan over de verdeling tussen de
generaties van de
lusten van onze welvaart en de lasten om die welvaart te genereren. Het
gaat over de vraag welk deel van het over generaties opgebouwd vermogen
we nu opconsumeren en welk deel we voor de volgende generatie
overlaten.
Het hoeft geen betoog meer dat de huidige
generatie met 99%
BBP
staatsschuld en
295% BBP ongedekte pensioen- verplichtingen, (samen 395% BBP), de
volgende generatie al met een aardig passief heeft opgezadeld. In Nauwelijks 30 jaar werd een groot deel
van het sedert generaties opgebouwd vermogen opgesoupeerd.
Een
écht generatiepact zou die roofbouw op de toekomst moeten
stoppen.
Wat paars ons als een generatiepact wil doen doorgaan, is in feite
niets anders dan een op termijn onhoudbare consolidatie van de
"verworven rechten" van de huidige generatie. Het welvaarttsdeficit
opvullen veronderstelt dat we ofwel onze welvaarts-productie
drastisch
opdrijven of onze consumptie drastisch verlagen.
Demotiverende belastingsdruk.
De grondoorzaak van het deficit aan welvaartscreatie door
de huidige
generatie is de demotiverende belastingsdruk. Voor een arbeider die
netto slechts enkele tientallen Euro méér overhoudt dan
zijn
bruggepensioneerde collega, is de stimulansen gering, en is de
verleiding groot zijn productieve bijdrage te beperken. Allerlei
regelingen laten dit toe. De econoom Gwartney heeft in zijn baanbrekend
onderzoek naar de oorzaken van de groeiverschillen in de OESO-landen
het rechtstreeks verband tussen belastingsdruk en welvaartscreatie
aangetoond. Hoe hoger de belastingsdruk hoe lager de welvaartstoename.
De mechanismen achter Gwartney's wetmatigheid zijn even logisch als
eenvoudig. Hoe hoger de belastingsdruk, hoe geringer de incentives tot
productieve bijdrage. Hoe hoger het overheidsbeslag, hoe
méér middelen
afvloeien van de productieve sector naar het alsmaar inefficiënter
wordend overheidsapparaat.
Demotiverende belastingsstructuur
Maar behalve
een globale belastingsdruk die In Belgie en 9% hoger ligt
dan het OESO gemiddelde en zelfs 15% hoger dan de VS en Japan, is
België geplaagd door een belastingsstructuur die in de loop der
jaren
volledig is scheefgegroeid.
De overmaat
aan belastingen op inkomen en
winst versterkt nog de demotivatie van de aktieven, terwijl de relatief
geringe belastingsdruk op consumptie nog de overconsumptie aanwakkert
ten nadele van sparen en investeren.
Onder
de huidige
belastingsstructuur berust de financiering van de sociale zekerheid
zodoende quasi uitsluitend op de binnenlandse productie, terwijl een
groter aandeel van consumptiebelastingen ook buitenlandse producten
hierin zouden meebetalen.
Delokalisaties
stoppen
Deze
scheefgegroeide
belastingsstructuur is totaal onaangepast aan de globalisering.
Belastingen op binnenlandse productie zijn de tegenpolen van
invoertaksen. Ze verdubbelen onze productiekosten, en halveren ze onze
productiviteit. Ze leiden evenzeer als het verwenst protectionisme tot
scheeftrekkingen in wereldhandel, maar in de omgekeerde richting. In
steeds sneller tempo verliezen we onze semi-arbeidsintensieve sectoren
aan landen waar de reële productiviteit zelfs lager is dan de
onze.
Deze delokalisaties van hoogproductieve naar laagproductieven landen
zijn een pure verspilling. Ze zijn niet alleen catastrofaal voor de
Belgische tewerkstelling. Ze leiden tot onderbenutting van onze
infrastructuur en ons hoogproductief productieapparaat. Uiteindelijk
veroorzaken ze sub-optimale mondiale arbeidsverdeling en
welvaartscreatie. Deze waanzinnige leegloop moet stoppen en ondernemend
Vlaanderen moet opnieuw de ruimte krijgen die het verdient.
Generatiepact.
Ook onze
politici beseffen maar al te goed dat de verschuiving van de
belastingsdruk dringend is. Elke dag worden lokalisatiebeslissingen
genomen. Elke dag uitstel is er één te veel. Het
generatiepact doet een
bescheiden poging de belastingsdruk op arbeid te verlagen. Met zijn
nadruk op ploegenarbeid bevoordeligt de lastenverlaging evenwel
té
selectief de auto-industrie en verstoort daarmee de marktconforme
toewijzing van productiefactoren, en modernisering van onze industrie.
Maar de allerzwaarste fout is dat de belastingsdruk wordt niet
verschoven van productie naar consumptie, maar van de ene
productiefactor (arbeid) op de andere en nog zwaarder overbelaste
productiefactor kapitaal.
Afstraffing sparen stimuleert
overconsumptie
Onder het
nieuw fiscaal regime op obligatiefondsen wordt sparen nog
méér afgestraft dan het al was. Het kleine intrestje dat
vele
mini-pensioentjes moest aanvullen wordt geconfisceerd. Na aftrek van
inflatie en Roerende Voorheffing, (die onder de Europese spaarrichtlijn
zal oplopen tot 35%) wordt de reële netto rente straks 2%
negatief.
Voor de huidige dertiger betekent het dat de reële waarde van elke
Euro
die hij vandaag op zij zet, zal zijn herleid tot een koopkracht van 54
cent wanneer hij 60 wordt. In amper zes jaar tijd is onze spaarquote al
met méér dan een kwart gedaald: van 12,4% in 1998 tot
9.1% in 2004. De
nieuwe afstraffing van de spaarders zal werkend en sparend Vlaanderen
nog méér ontmoedigen. De spaarquote zal nog verder dalen
zodat straks
de investeringsreserves en de reserves voor de op ons afstormende
vergrijzing opdrogen.
DI Rupo's nieuwe communautaire
transfert.
Ook Verhofstadt begrijpt maar
al te goed dat een verschuiving van de belastingsdruk naar consumptie
cruciaal was voor het herstel van onze competiviteit. Zijn "vijfkamp
voor Europa" en zijn pas verschenen boek "Verenigde Staten van Europa"
is één lang pleidooi voor zo'n herschikking. Merkwaardig
genoeg past
hij zijn eigen adviezen aan Europa niet eens in eigen land toe. De
oorzaak is duidelijk. Tegen alle economische logica in claimt Di Rupo
die belasting op obligatiefondsen. Niet alleen omwille van het oude
socialistisch adagium "we pakken het waar het is", maar vooral omdat
het verschil in vermogens tussen Wallonie en Vlaanderen een veelvoud
bedraagt van het inkomensverschil. De nieuwe belasting op
obligatiefondsen is dan ook de belasting bij uitstek die de grootst
mogelijke communautaire transfert veroorzaakt. Di Rupo eist daarmee
niet alleen een steeds groter deel van de koek op, maar verhindert
meteen ook dat Vlamingen de koek groter zouden maken. Eenmaal dit
pervers mechanisme met zijn nieuwe communautaire transfer zal zijn
opgestart zal hij bijzonder moeilijk ooit nog kunnen worden
teruggeschoefd.
Vakbond
tegen Jongeren
Maar ook de vakbonden dragen een verpletterende verantwoordelijkheid in
de mislukking van het generatiepakt. Met hun eis tot bestendiging van
exessieve voorrechten van een generatie 55 plussers en gaan ze
regelrecht in tegen de belangen van de jonge generatie werkenden. Het
hardnekkig verzet tegen de geringste afbouw van brugpensioenen die
nauwelijks 5000 van de 1.100.000 te reactiveren werklozen betreffen is
wraakropeend. De generatie jongeren moet beseffen dat het deficit in
welvaartscreatie ten gevolge van zich uit de aktieve loopbaan
onttrekkende 55 plussers hen zal moeten worden opgebracht.
Dit generatiepact is zijn naam niet waardig. Het doet niet wat het
hoort te doen. Het zal het deficit aan welvaartscreatie niet opvullen.
Het zal de efficiënte van ons log overheidsapparaat niet
verbeteren.
Het zal de overmatige overheidsconsumptie niet verminderen. Het zal de
verspillingen en milieuverkwising van de huidge generatie niet stoppen.
Mensen zullen lustig doorgaan zwaar gesubsidieerd met Vlaams spaargeld,
vanuit Carleroi weekendjes benidorm of Ibiza te vliegen. Dat onze
geleidelijke relatieve verarming voor de volgende generatie Vlamingen
weldra omslaat in absolute verpaupering zal voor Di Rupo worst wezen.
Paul Vreymans
|
Children
have become a
nuisance factor in many European
countries. They cost money, restrict
one's freedom as a consumer and imply a downward slide in social
status. To live life as a single person tends to become the norm,
informal partnerships are replacing marriage, and if two people do
marry, they are in no hurry to have children. They have their first
child in their early thirties, and all too frequently no more children
follow. The DINK family – double income, no kids – is even more popular
among an increasing number of young couples: Life isbetter with two
incomes and no children than with one income and three children.
Nothing is
more important for Europe's future than the question of whether the continent will be able to solve its
demographic crisis and if so how. If
we fail to find an adequate solution,
Europe will not
have a future, and in that case being able to
solve all the other problems will not matter very much...
|

And
the article from:
EUROPE is
currently witnessing the slow-motion explosion of the most predictable
economic and social time-bomb in its history. As life expectancy began
to increase quickly in the second half of the 20th century and
fertility began to decline in the 1970s, the foundations of Europe's
generous state-pension systems began slowly to crumble. These are
pay-as-you-go schemes that force today's workers to finance yesterday's
workers' pensions, based on the assumption that workers hugely
outnumber retirees. But this has not been true for at least two
decades. The current worker-pensioner ratio in Europe has fallen to
about three workers for each pensioner, and it looks set to fall to a
mere three workers for every two pensioners within 30 years. Most
European governments have responded to this looming crisis only with
the kind of timid tinkering that does little more than shift the
problem to their successors
|
Other pages on this site:
Printer-friendly
versions are available on the respective Web Pages
|
|
|