Big Government leads to
Serfdom an
d Poverty

      ►  English Newsletter  
        Nederlandstalige Nieuwsbrief
        French, Italian and other languages 
        Statistics portal - Data from around the Globe
        Freedom Video Library: Economics made easy
        Library - Books, Links, Free Market Institutes, Downloads

   Mission Statement
 
The WebThis Site


Update 24-12-2007

The best Social
Program
is a Job
( Ronald Reagan )
news home news contact
francais English

De Ierse Synthese tussen Sociale Welvaart
en Anglo-Saksisch Liberalisme.

Paul Vreymans
In de Franse en Nederlandse referenda heeft de burger aan de plannen van het politieke establishment een luid halt toegeroepen. Het monsterdocument dat voor een grondwet moest doorgaan, is de druppel geweest in het ongenoegen over een falend Europa, zowel aan de linkse als de rechterzijde van het politieke spectrum. De grootse Europese ambities met de Euro, de snelle uitbreiding en de grootsprakerige Lissabon strategie zijn vastgelopen door een gebrek aan groei en dynamiek. 

Europa is niét de meest performante economie ter wereld geworden, zoals de politieke elite de burger had voorgespiegeld. In tegendeel, het oude Europa glijdt af naar een economische crisis met delocalisaties en verlies aan jobs en koopkracht. In Duitsland is de werkeloosheid opgelopen tot boven de 5 miljoen. Maar ook in Frankrijk, Italië, België bereiken de reële  werkeloosheidscijfers niveaus die de crisisjaren 1930 evenaren. De crisis is vooral geconcentreerd in het Oude Europa (UE15). De nieuwe lidstaten zijn groeipolen geworden. Een totale ineenstorting met een financiële crisis en een uiteenspatting van de Euro zijn niet meer ondenkbeeldig.

Het Europees debacle speelt zich af tegen een achtergrond van een wereldeconomie die floreert als nooit tevoren. Andere continenten plukken volop de vruchten van de globalisering met 2004 als een recordjaar. De wereldeconomie groeide tegen 5%. China en India halen het dubbele, en ook de VS groeit tegen een tempo van 4%. De nieuwe tijgers trekken volop investeringen aan en de VS herstructureert tot een nieuwe welvaarteconomie.
De huidige tweespalt in Europa gaat tussen twee kampen. Enerzijds het kamp van de hervormers die weliswaar nog in de Europese droom geloven maar beseffen dat dit niet zal lukken zonder grondige veranderingen. Dit kamp neemt ook de referenda als democratisch signaal ernstig. 

Anderzijds het kamp dat meent dat het falen van de referenda te wijten is aan de burger die de boodschap niet goed heeft begrepen. Dit is het kamp van de zelfingenomen behoudsgezinden dat nog altijd geloven dat Europa goed bezig is, die Europa willen afsluiten van de globalisering en die het huidig beleid ten alle koste willen handhaven.  
1. Waarom deelt Europa niet in de voordelen van globalisering?
 
De productiviteit van de Europese industrie staat aan de absolute wereldtop. Nochthans werpen de inspanningen van de werknemers en bedrijfsleiders niet hun verwachte vruchten af.

Dat globalisering leidt tot hogere welvaart staat onweerlegbaar vast. Als landen zich toeleggen op de productie van goederen en diensten waarvoor zij het best geschikt zijn, de laagste comparatieve kosten of het geringste concurrentiëel nadeel hebben, leidt dit tot meer efficiëntie in de globale wereldproductie. Zo'n specialisatie leidt tot een optimalere arbeidsverdeling en een hogere welvaartscreatie, waaruit alle deelnemende landen voordeel halen.

Specialisatie werkt inderdaad volkomen wederkerig. Zelfs landen met een belangrijke concurrentiële handicap worden er beter van: Ze kunnen goedkoper aankopen dan zelf te produceren. Dat de voordelen van de globalisering aan Europa voorbijgaan heeft Europa volledig aan zijn eigen voorbijgestreefde concepten te danken. Dit blijkt uit een onderzoek van WorkForAll die de oorzaken van trage groei heeft blootgelegd.

De EU15 wordt gekenmerkt door een demotiverende belastingsdruk met een fiscale structuur die totaal onaangepast is aan de globalisering. Gekoppeld aan een rigide arbeidsmarkt en een bureaucratisch centralisme dat zich vertaalt in een overmatig groot overheidsbeslag. Langzame daling van koopkracht, welvaart en uiteindelijk ook van de levenskwaliteit zij het logisch gevolg.

2. Demotiverende belastingsdruk en contra-produktief overheidsbeslag.

De overheden in de 15 oude EU landen leggen gemiddeld beslag op 48,2% van onze welvaardscreatie, tegenover slechts 40,5% in de ganse OESO, en 35,6% in de VS. De buitensporige Europese belastingsdruk vormt daarmee een uitzondering in de wereld, en ook in historisch perspectief.
Zo'n buitensporige fiscaliteit is dodelijk voor de groei. Barro en Armey hebben uitvoerig de mechanismen achter het negatieve verband tussen groei en overheidsbeslag aangetoond. Zo'n buitensporige belastingsdruk demotiveert de aktieve krachten in de samenleving, en onttrekt de nodige middelen aan de productieve economie.

Talloze empirische studies hebben het negatief verband tussen overheidsbeslag en groei bevestigd. Volgens de regressieanalyse in de studie van WorkForAll kan een vermindering van het Europese overheidsbeslag tot het OESO gemiddelde voor een bijkomende groei van 4% zorgen.

3. Ierland geeft het voorbeeld dat het alternatief werkt

Ierland gaf het voorbeeld dat het kan. Een systematische vermindering van het overheidsbeslag leidde er tot een ongekende welvaartsexplosie van gemiddeld 5,6% in de laatste 20 jaar. Daarbij hoefde Ierland niet te snoeien in de sociale uitkeringen, integendeel.

De belastingsverlagingen leidden er tot een ongekende groei die op zijn beurt de fiscale ontvangsten en de sociale uitkeringen lieten stijgen. Het volstond de productiviteit van het overheidsorgaan te verbeteren.

Ierland scoort ongeveer op alle vlakken beter dan alle andere Europese landen, zowel economisch als sociaal. Dit hoeft ons niet te verwonderen. Welzijn kan pas bereikt worden als er welvaart is. Maar welvaart komt voort uit arbeid.

Het mirakel van Ierland was dan ook eenvoudig. Men heeft gewoon de omstandigheden herstelt waarin het lonend werd terug aan de slag te gaan.

De resultaten hiervan gaan tegen alle dogmas in. In tegenstelling tot vele landen van de EU15 is de tewerkstelling er evenzeer gestegen in de industriële sector als in de diensten sector, terwijl bv. in Belgie de industriële sector een historisch diepte punt bereikt heeft. In feite heeft Ierland de Lissabon strategie al jaren geleden  toegepast.

Het aandeel van innovatie en hoog-technologische producten bedraagt er de helft van de industriële output terwijl in de EU15 de innovatie  niettegenstaande massale subsidiering vast rijdt in het moeras van een risiko-averse omgeving.
4. De lage efficientie van een overmatig grote overheid.

Dit is de essentie, in Ierland is de overheid een stimulerende factor voor de burger. In de EU15 is onder het mom van de Sociale Welvaart Staat, de overheidsector en zijn ambtenaren apparaaat dermate aanwezig in het leven van de burger, dat hem de lust tot risiko nemen en arbeid vergaan is.
Dergelijke situatie is in feite slechts gradueel verschillend van de alles verstikkende staatsmonopolies in communistische of dictatoriale regimes. De geschiedenis leert ons dat dergelijke regimes uiteindelijk onder eigen gewicht bezwijken met nalating van een enorme menselijke puinhoop.

Een recente studie van de Europese Centrale Bank toont aan dat de meeste Europese landen dezelfde diensten aan hun burgers zouden kunnen aanbieden voor de helft van de huidige kost. Dit betreft niet alleen de overheid zelf. De complexiteit van de overheid is ook terug te vinden in een reeks parastatale instellingen die dikwijls meer werkingskosten hebben dan er uiteindelijk bij hun "klienten" terecht komt. Dat dergelijke instellingen ook geen doorzichtige boekhouding erop nahouden, is dan ook een teken aan de wand.

De complexe wetgeving heeft ook dikwijls tot gevolg dat er een parasitaire sector ontstaat die de burger en de bedrijven helpt of adviseert hoe men het best door het labyrint van regels navigeert. Vanuit economisch perspectief is dit evenwel een zuivere verspilling en een totaal nutteloze dienst.

Vooral voor de kleinere bedrijven die nochtans dikwijls de motor van een economie uitmaken leiden hier het meest onder omdat ze niet van dezelfde schaalvoordelen als groet bedrijven kunnen genieten.

5. Fiscale structuur onaangepast aan de globalisering.

Europa's fiscale structuur is totaal onaangepast aan de globalisering. Europa haalt nog altijd de financiering van zijn loodzware overheid uit de productie van welvaart: uit lonen, winsten en inkomens. Juist deze buitensporige directe belastingen doen de voordelen van globalisering afvloeien naar andere landen.


De 50% zware belastingsdruk op productie verdubbelt immers zowat de Europese productiekosten. Zolang onze concurrenten landen waren met een vergelijkbare belastingsdruk en -structuur was er weinig aan de hand. Comparatief bleven de concurrentiële voorwaarden ongeveer gelijk.

Maar in een geglobaliseerde wereldmarkt staan we tegenover concurrenten met geringe sociale bescherming en totaal andere belastingsstucturen, zodat onze Europese verkopers op de geglobaliseerde wereldmarkt kampen met een fiscale handicap die hun verkooppijzen zowat verdubbelt.

Onze huidige comparatieve nadelen in de meeste sectoren berusten inderdaad niet op "reële" technische oorzaken zoals gebrekkige infrastructuur, organisatie, technologie, creativiteit of in te lage productiviteit van onze werknemers, maar uitsluitend op de buitensporige fiscaliteit en parafiscaliseit op de binnenlandse productie.


Belastingen op productie hebben hetzelfde effect als export taksne: Ze belemmeren de export, subsidieren de import, en bevorderen delocalisaties naar landen met geringere belastingsdruk. Het zijn uitsluitend de directe belastingen die er voor zorgen dat steeds meer semi-arbeidsintensieve sectoren, waarin we dank zij onze uitzonderlijke productiviteit nog een reëel comperatief voordeel hebben, verhuizen naar landen waar de productiviteit veel geringer is dan de onze.

Deze on-economische delocalisaties zijn niet alleen catastrofaal voor de Europese tewerkstelling maar leiden bovendien tot een sub-optimale mondiale welvaartscreatie. Belastingen op productie werken immers als "negatieve" importbelemmeringen.

Ze leiden even goed als hun "positieve" tegenpolen tot een scheeftrekking in de wereldhandel en verhinderen de optimale mondiale arbeidsverdeling. Deze oneconomische delocalisaties leiden tot onderbenutting van onze uitzonderlijke productiviteit en infrastructuur, met sub-optimale mondiale arbeidsverdeling en welvaartscreatie voor gevolg.

6. Verschuiving belastingsdruk leidt tot betere mondiale arbeidsverdeling en welvaartscreatie

Willen we deze Europese leegloop stoppen blijven drie mogelijkheden open: ofwel sluiten we Europa af van de buitenwereld, ofwel bouwen we onze sociale bescherming af tot het niveau van onze concurenten ofwel veranderen we de belastingsstuctuur. 
Met het eerste alternatief zoals bepleit door populistisch links en rechts belanden we rechtstreeks in een scenario dat leidde tot de grote depressie van de jaren 30. Het tweede alternatief is maatschappelijk onhaalbaar, en zou trouwens nefaste deflatoire gevolgen hebben. Het enige realistisch alternatief is een wezenlijke verschuiving van directe belastingen naar indirecte belastingen. Bij een  massieve verschuiving van directe belastingen naar consumptiebelasting wordt het fiscaal evenwicht tussen  binnenlandse en buitenlandse productie hersteld, zodat bij de lokalisatiebeslissing van onze bedrijven enkel nog de werkelijke, reële comparatieve kosten spelen, vrij van elke fiscale voorkeursbehandeling.

Dit leidt ertoe dat goederen uiteindelijk zullen worden geproduceerd worden waar de effectieve (fiscaal neutrale) comparatieve kosten het laagst zijn. Alleen zo kunnen de voorwaarden geschapen worden voor een optimale mondiale arbeidsverdeling en kan een einde gemaakt worden aan de leegloop van Europa.

7. Rigide arbeidsmarkt
 
Globalisering gaat gepaard met een proces van creatieve destructie. Oude sectoren moeten plaats maken voor nieuwe. Dit proces kan uiteraard maar lukken in zover de verloren jobs in de oude sectoren effectief wordt omgezet in productieve tewerksstelling in nieuwe sectoren. Behalve het herstel van het ondernemingsklimaat is een onontbeerlijke voorwaarde daartoe een voldoende werkzame arbeidsmarkt.

Rigiditeiten op de arbeidsmarkt verhinderen omschakeling naar nieuwe aktiviteiten:
  • Lange opzegtermijnen en hoge opzegvergoedingen verhinderen de omschakeling en schrikken nieuwe initiatieven af.
  • Langdurige werkeloosheidsvergoedingen demotiveren zoeken naar werk
  • Hoge wettelijke opzegvergoedingen maken liquidaties onmogelijk waardoor er de facto heel wat bedrijven virtueel failliet zijn en dus niet rendabel nog in leven blijven.
  • De sociale bescherming is al lang niet meer gericht op het voorkomen van sociale uitsluiting, maar bevordert de uittreding uit het productieproces.
Alhoewel dergelijke sociale bescherming een teken van welvaart lijkt te zijn, is ze dit niet op lange termijn omdat ze arbeid vernietigt en leidt tot een minder duurzame economie. Ze is eerder een uiting van gebrek aan vertrouwen in de toekomst. De overmatig beschermende sociale wetgeving met haar veelheid van statuetn heeft ook een nieuwe klasse maatschappij in het leven geroepen.  
Terwijl zelfstandigen quasi geen sociale bescherming genieten, genieten ambtenaren van een quasi levenslang gegarandeerd inkomen. Terwijl de werkdruk ondragelijke vormen aanneemt in de private sector, wordt het de burger die in de werkloosheid terecht gekomen is, zo goed als verboden van arbeid te verrichten ofwel omdat het inkomensverschil met een reguliere job te gering is, ofwel omdat een kleine bijverdienste afgestraft wordt met volledig verlies van het vervangingsinkomen.

Het resultaat is een nieuwe klassenmaatschappij verdeeld tussen diegenen die mogen werken voor alle anderen en diegenen die niet meer mogen werken voor zichzelf. Hoge tijd om die rigiditeit te doorbreken en elke vorm van arbeid aan te moedigen zinder fiscale of statutaire discriminatie.

8. Geen nieuwe grondwet, maar een essentiele grondwet

De geschiedenis van Europa is complex en vol dynamiek. Het is ook het toneel geweest van verschillende verschrikkelijke oorlogen. De facto is de laatste oorlog pas na zo'n 45 jaar geleden afgelopen. Het verlies dat de scheiding tussen een dictatoriaal communisme in het Oosten en sociaal democratisch Westen heeft teweeg gebracht is immens.

In het Oosten heeft de Overheid honderden miljoenen mensen twee generaties voorgehouden dat hun socialisme beter was ook al moest ervoor een ijzeren muur gebouwd worden om de burgers te beletten te ontsnappen. Uiteindelijk heeft de objectieve werkelijkheid van de economie de bovenhand gehaald en is het communistische systeem onder zijn eigen leugens bezweken.

De vraag kan evenwel gesteld worden of na de val van de Berlijnse muur Oost en West niet van plaats verwisseld werden. Terwijl de ex-communistische staten tabula rasa maken met hun verleden, werd in de EU15 de greep van de overheid op de maatschappij sterker met de dag. Alle vruchten van de economische groei van decennia na de tweede wereldoorlog staan hierdoor op de helling. En laat ons geen illusies hebben, het gaat razendsnel bergaf.

Europa staat hierbij voor een historische uitdaging. Ofwel gaan we terug naar de basis, ofwel glijden we verder af naar een volledige stilstand zoals de meeste communistische staten aan hun einde bereikt hadden.

Er is evenwel hoop dat de catastrofe, dikwijls gewelddadig als men de geschiedenis kent, kan vermeden worden. Landen zoals Ierland hebben tijdig en vreedzaam het roer omgekeerd. De meeste nieuwe lidstaten, alle ex-communtistische landen, zijn nu de groeipolen van het grotere Europa. Maar ook de afwijzing van de voorgestelde Europese grondwet is hoopgevend.
Een tekst van bijna 600 bladzijden kan bezwaarlijk een grondwet genoemd worden. Het lijkt eerder de zoveelste kafkaiaanse stuiptrekking van een bureacratische machtselite. Een grondwet dient over fundamentele principes te gaan, niet over de details van hoe men de macht gaat verdelen.

Het volstaat hiervoor een nieuwe maar essentiele grondwet voorop te stellen die zich beperkt tot de essentie van de zaak. En in Europa moeten we hiervoor geen grote theorien uitdenken.

De democratie en de bevrijding van het individu werd hier al eeuwen geleden bedacht. De Europese grondwet hoeft maar een artikel te bevatten, namelijk de erkenning van het zelfbeschikkingsrecht van de europese burger als individu en al de rest, ook het zogenaamde sociale, vloeit daar uit voort.
Het zelfbeschikkingsrecht is geen vrijgeleide om zonder verantwoording willekeurige daden te stellen. Het is de basis van elk menselijk handelen die ernaar moet streven het zelfbeschikkingsrecht van iedereen te respecteren. Dit principe geldt zowel in de private sfeer tussen burgers onderling maar geldt nog meer voor elke ambtenaar en politicus die om praktische redenen delegatie gekregen heeft van de burger.

De overheid als dusdanig moet er dus naar streven zich in minimale mate met de burger te bemoeien en moet ten allen tijde ondergeschikt blijven aan de belangen van de individuele burger. Die grens gaan opzoeken en verdedigen is de enige opgave die Europa en zijn lokale overheden echt ter harte moeten nemen. Dit is in de eerste plaats een morele opgave, waaruit de economische en sociale doelstellingen uit voortvloeien. Het alternatief is toe te laten dat de macht zich concentreert bij een minderheid, of het nu ambtenaren, politici, dictators of groot-kapitalisten zijn. Het resultaat ervan is uiteindelijk altijd hetzelfde: niet alleen een economisch verlies, maar ook een verlies van menselijke waardigheid.

9. Bureaucratisch euro-centralisme.


Behalve de hoge belastingsdruk, de onaangepaste belastingsstructuur  en de rigiditeit van de arbeidsmarkt wordt de Europese groei gehinderd door een excessief centralistische besluitvorming. De regressie analyse van de WorkForAll studie heeft duidelijk aangetoond dat in het gemiddelde kleinere landen beter presteren. In het heterogene Europa hoeft het ons niet te verwonderen dat de schaalgrootte maar in beperkte mate bevorderend werkt. Zelfs binnen grote landen zijn er enorme regionale verschillen waarbij "one-size-fits-all" maatregelen niet werken. Om die redenen moet Europa uiterst voorzichtig zijn met "harmoniserende" wetgeving uit te vaardigen die tegen de lokale omstandigheden ingaan.
Europa moet zich beperken tot die kadermaatregelen die de economie globaal stimuleren en efficiënter maken, maar moet zich onthouden van te detailistisch en te restrictief op te treden. Daarenboven moeten de Europese leiders beseffen dat wanneer men een gemeenschappelijke markt en munt tot stand brengt men ook de randvoorwaarden in het oog moet houden. Een gemeenschappelijke munt heeft tot gevolg dat men niet langer de lokale munt kan manipuleren om zijn competitiviteit bij te sturen.

In een gemeenschappelijk markt zijn alle regios meer dan ooit in concurrentie met elkaar en is het niet alleen de productiviteit van de industrie die een rol speelt. Meer dan ooit moeten de lokale overheden efficiënt zijn, hun lokale economie op lange termijn ondersteunen en zo weinig mogelijk hinderpalen in de weg leggen. De globalisering heeft die noodzaak alleen maar indringender gemaakt.

10. Besluit
 
De Franse en Nederlandse referenda hebben aangetoond dat er een gigantische kloof gaapt tussen de wensdromen van de welbetaalde politieke elite en de reële bekommernissen van de bevolking. Deze laatste zijn prioritair sociaal-economisch, en pas daarna ecologisch of politiek. Wil men de kloof dichten dan moet de politieke elite zijn agenda aanpassen aan de prioriteiten van de bevolking, en niet omgekeerd. De Europese politiek moet terug de sociaal-economische vooruitgang prioritair stellen en de voorwaarden voor economische herleving creeren. Dit kan slechts door een drastisch herstel van de fundamentele evenwichten: een afbouw van de demotiverende belastingsdruk, de aanpassing van de fiscale structuur aan de globalisering, de afboouw van de rigiditeiten op de arbeidsmarkt, en door een effectieve decentralisatie in de besluitvorming.

Ierland heeft ons voorgedaan dat het kan en hoe het moet. Het feit dat de Ierse economie groeit aan een jaarlijks ritme van boven de 5,6% gedurende méér dan 20 jaar bewijst dat hun alternatief beleid succesrijk en realistisch mogelijke binnen het huidig Europese kader. Ierland heeft bewezen die een verlaging van de belastingsdruk en een vlakke belastingsstructuur doeltreffend is zowel in het creëren van welvaart als in productieve jobs, en dat de groei voor de nodige middelen kan zorgen voor de vergrijzing en het wijde gamma van Europa's culturele, milieu- en sociale initiatieven.

Het historische en wetenschappelijke bewijsmateriaal ten gunste van een groeistrategie zoals het Ierse is overweldigend ook al is het de evidentie zelve: elke mens wenst zichzelf te zijn en bij verhindering hiervan ontrekt hij zichzelf aan de gemeenschap en het economische proces. De sporen hiervan zijn nog steeds duidelijk zichtbaar in het voormalig communistisch Oost-Europa
WFA PUBLICATIONS

 

 
willy.de.wit@pandora.be


WFA PUBLICATIONS
Overname van onze teksten en illustraties is gaarne toegestaan.  Wil de bron vermelden aub.