|
De
Ierse Synthese tussen Sociale Welvaart
en Anglo-Saksisch Liberalisme.
Paul Vreymans
In de Franse en
Nederlandse referenda heeft de burger aan de plannen van het politieke
establishment een luid halt toegeroepen. Het monsterdocument dat voor
een grondwet moest doorgaan, is de druppel geweest in het ongenoegen
over een falend Europa, zowel aan de linkse als de rechterzijde van het
politieke spectrum. De grootse Europese ambities met de Euro, de
snelle uitbreiding en de grootsprakerige Lissabon strategie zijn
vastgelopen door een gebrek aan groei en dynamiek.
Europa is niét de meest performante economie ter wereld
geworden, zoals
de politieke elite de burger had voorgespiegeld. In tegendeel, het oude
Europa glijdt af naar een economische crisis met
delocalisaties en verlies aan jobs en koopkracht. In Duitsland is de
werkeloosheid opgelopen tot boven de 5 miljoen. Maar ook in Frankrijk,
Italië, België bereiken de reële
werkeloosheidscijfers niveaus die de crisisjaren 1930 evenaren. De
crisis is vooral geconcentreerd in het Oude Europa (UE15). De nieuwe
lidstaten zijn groeipolen geworden. Een totale ineenstorting met een
financiële crisis en een
uiteenspatting van de Euro zijn niet meer ondenkbeeldig.
Het
Europees debacle speelt zich af tegen een achtergrond van een
wereldeconomie die floreert als nooit tevoren. Andere continenten
plukken volop de vruchten van de globalisering met 2004 als een
recordjaar. De wereldeconomie groeide tegen 5%. China en India
halen het dubbele, en ook de VS groeit tegen een tempo van 4%. De
nieuwe tijgers trekken volop investeringen aan en de VS herstructureert
tot een nieuwe welvaarteconomie.
De huidige
tweespalt in Europa gaat tussen twee kampen. Enerzijds het kamp
van de hervormers die weliswaar nog in de Europese droom geloven maar
beseffen dat dit niet zal lukken zonder grondige veranderingen. Dit
kamp neemt ook de referenda als democratisch signaal
ernstig.
Anderzijds het kamp dat meent dat het falen van de
referenda te wijten is aan de burger die de boodschap niet goed
heeft begrepen. Dit is het kamp van de zelfingenomen behoudsgezinden
dat nog altijd geloven dat Europa goed bezig is, die Europa willen
afsluiten van de globalisering en die het huidig beleid ten alle koste
willen handhaven. |
1.
Waarom deelt Europa niet in de voordelen van globalisering?
De productiviteit
van de Europese industrie staat aan de absolute wereldtop.
Nochthans werpen de inspanningen van de werknemers en
bedrijfsleiders niet hun verwachte vruchten af.
Dat globalisering
leidt tot hogere welvaart staat onweerlegbaar vast. Als landen zich
toeleggen op de productie van goederen en diensten waarvoor zij het
best
geschikt zijn, de laagste comparatieve kosten of het geringste
concurrentiëel nadeel hebben, leidt dit tot meer
efficiëntie in de globale wereldproductie. Zo'n
specialisatie leidt tot een optimalere arbeidsverdeling en een hogere
welvaartscreatie, waaruit alle deelnemende landen voordeel halen.
Specialisatie werkt inderdaad volkomen wederkerig. Zelfs landen met een
belangrijke concurrentiële handicap worden er beter van: Ze kunnen
goedkoper aankopen dan zelf te produceren. Dat de voordelen van
de globalisering aan Europa voorbijgaan heeft Europa volledig aan zijn
eigen voorbijgestreefde concepten te danken. Dit blijkt uit een
onderzoek van WorkForAll die de oorzaken van trage groei heeft
blootgelegd.
De EU15 wordt gekenmerkt door een demotiverende
belastingsdruk met een fiscale structuur die totaal onaangepast is aan
de globalisering. Gekoppeld aan een rigide arbeidsmarkt en een
bureaucratisch centralisme dat zich vertaalt in een overmatig groot
overheidsbeslag. Langzame daling van koopkracht, welvaart en
uiteindelijk ook van de
levenskwaliteit zij het logisch gevolg.
2. Demotiverende
belastingsdruk en contra-produktief overheidsbeslag.
De overheden in
de 15 oude EU landen leggen gemiddeld beslag op 48,2% van
onze
welvaardscreatie, tegenover slechts 40,5% in de
ganse OESO, en 35,6%
in de
VS. De buitensporige Europese belastingsdruk vormt daarmee een
uitzondering in de wereld, en ook in historisch perspectief.
|
Zo'n
buitensporige fiscaliteit is dodelijk voor de groei. Barro en Armey
hebben uitvoerig de mechanismen achter het negatieve verband tussen
groei en overheidsbeslag aangetoond. Zo'n buitensporige
belastingsdruk demotiveert de aktieve krachten in de
samenleving, en onttrekt de nodige middelen
aan de productieve economie.
Talloze empirische studies hebben het
negatief verband tussen overheidsbeslag en groei bevestigd. Volgens de
regressieanalyse in de studie van WorkForAll kan een vermindering van
het Europese overheidsbeslag tot het OESO gemiddelde voor een bijkomende groei
van 4% zorgen.
3. Ierland
geeft het voorbeeld dat het alternatief werkt
Ierland gaf het
voorbeeld dat het kan. Een systematische vermindering van het
overheidsbeslag leidde er tot een ongekende welvaartsexplosie van
gemiddeld 5,6% in de laatste 20 jaar. Daarbij hoefde Ierland niet te
snoeien in de sociale uitkeringen, integendeel.
De
belastingsverlagingen leidden er tot een ongekende groei die op zijn
beurt de fiscale ontvangsten en de sociale uitkeringen lieten stijgen.
Het volstond de productiviteit van het overheidsorgaan te verbeteren.
Ierland scoort ongeveer op
alle vlakken beter dan alle andere Europese landen, zowel economisch
als sociaal. Dit hoeft ons niet te
verwonderen. Welzijn kan pas bereikt worden als er welvaart is. Maar
welvaart komt voort uit arbeid.
Het mirakel van Ierland was dan ook
eenvoudig. Men heeft gewoon de omstandigheden herstelt waarin het
lonend werd terug aan de slag te gaan.
De resultaten hiervan gaan
tegen alle dogmas in. In tegenstelling tot vele landen van de EU15 is
de tewerkstelling er evenzeer gestegen in de industriële sector
als in
de diensten sector, terwijl bv. in Belgie de industriële sector
een
historisch diepte punt bereikt heeft. In feite heeft Ierland de
Lissabon strategie al jaren geleden toegepast.
Het aandeel van
innovatie en hoog-technologische producten bedraagt er de helft van de
industriële output terwijl in de EU15 de innovatie
niettegenstaande
massale subsidiering vast rijdt in het moeras van een risiko-averse
omgeving.
|
4. De lage efficientie van een overmatig grote
overheid.
Dit is de
essentie, in Ierland is de overheid een stimulerende factor voor de
burger. In de EU15 is onder het mom van de Sociale Welvaart Staat, de
overheidsector en zijn ambtenaren apparaaat dermate aanwezig in het
leven van de burger, dat hem de lust tot risiko nemen en arbeid vergaan
is.
Dergelijke situatie is in feite slechts gradueel verschillend van
de alles verstikkende staatsmonopolies in communistische of
dictatoriale regimes. De geschiedenis leert ons dat dergelijke regimes
uiteindelijk onder eigen gewicht bezwijken met nalating van een enorme
menselijke puinhoop.
Een recente
studie van de Europese Centrale Bank toont aan dat de meeste Europese
landen dezelfde diensten aan hun burgers zouden kunnen aanbieden voor
de helft van de huidige kost. Dit betreft niet alleen de overheid zelf.
De complexiteit van de overheid is ook terug te vinden in een reeks
parastatale instellingen die dikwijls meer werkingskosten hebben dan er
uiteindelijk bij hun "klienten" terecht komt. Dat dergelijke
instellingen ook geen doorzichtige boekhouding erop nahouden, is dan
ook een teken aan de wand.
De complexe
wetgeving heeft ook dikwijls tot gevolg dat er een parasitaire sector
ontstaat die de burger en de bedrijven helpt of adviseert hoe men het
best door het labyrint van regels navigeert. Vanuit economisch
perspectief is dit evenwel een zuivere verspilling en een totaal
nutteloze dienst.
Vooral voor de kleinere bedrijven die nochtans
dikwijls de motor van een economie uitmaken leiden hier het meest onder
omdat ze niet van dezelfde schaalvoordelen als groet bedrijven kunnen
genieten.
5. Fiscale structuur onaangepast aan de
globalisering.
Europa's fiscale
structuur is totaal onaangepast aan de globalisering. Europa haalt nog
altijd de financiering van zijn loodzware overheid uit de productie van
welvaart: uit lonen, winsten en inkomens. Juist deze buitensporige
directe belastingen doen de voordelen van globalisering afvloeien naar
andere landen.
|
De 50% zware belastingsdruk op productie verdubbelt
immers zowat de Europese productiekosten. Zolang onze concurrenten
landen waren met een vergelijkbare belastingsdruk en -structuur was er
weinig aan de hand. Comparatief bleven de concurrentiële
voorwaarden
ongeveer gelijk.
Maar in een geglobaliseerde wereldmarkt staan we
tegenover concurrenten met geringe sociale bescherming en totaal andere
belastingsstucturen, zodat onze Europese verkopers op de
geglobaliseerde wereldmarkt kampen met een fiscale handicap die hun
verkooppijzen zowat verdubbelt.
Onze huidige
comparatieve nadelen in de meeste sectoren berusten inderdaad niet op
"reële" technische oorzaken zoals gebrekkige infrastructuur,
organisatie, technologie, creativiteit of in te lage productiviteit van
onze werknemers, maar uitsluitend op de buitensporige fiscaliteit en
parafiscaliseit op de binnenlandse productie.
Belastingen op productie
hebben hetzelfde effect als export taksne: Ze belemmeren de export,
subsidieren de import, en bevorderen delocalisaties naar landen met
geringere belastingsdruk. Het zijn uitsluitend de directe belastingen
die er voor zorgen dat steeds meer semi-arbeidsintensieve sectoren,
waarin we dank zij onze uitzonderlijke productiviteit nog een
reëel
comperatief voordeel hebben, verhuizen naar landen waar de
productiviteit veel geringer is dan de onze.
Deze on-economische
delocalisaties zijn niet alleen catastrofaal voor de Europese
tewerkstelling maar leiden bovendien tot een sub-optimale mondiale
welvaartscreatie. Belastingen op productie werken immers als
"negatieve" importbelemmeringen.
Ze leiden even goed als hun
"positieve" tegenpolen tot een scheeftrekking in de wereldhandel en
verhinderen de optimale mondiale arbeidsverdeling. Deze oneconomische
delocalisaties leiden tot onderbenutting van onze uitzonderlijke
productiviteit en infrastructuur, met sub-optimale mondiale
arbeidsverdeling en welvaartscreatie voor gevolg.
6.
Verschuiving
belastingsdruk leidt tot betere mondiale arbeidsverdeling en
welvaartscreatie
Willen
we deze
Europese leegloop stoppen blijven drie mogelijkheden open: ofwel
sluiten we Europa af van de buitenwereld, ofwel bouwen we onze sociale
bescherming af tot het niveau van onze concurenten ofwel veranderen we
de belastingsstuctuur. |
Met het eerste alternatief zoals bepleit door
populistisch links en rechts belanden we rechtstreeks in een scenario
dat leidde tot de grote depressie van de jaren 30. Het tweede
alternatief is maatschappelijk onhaalbaar, en zou trouwens nefaste
deflatoire gevolgen hebben. Het enige
realistisch alternatief is een
wezenlijke verschuiving van directe belastingen naar indirecte
belastingen. Bij een massieve verschuiving van directe
belastingen
naar consumptiebelasting wordt het fiscaal evenwicht tussen
binnenlandse en buitenlandse productie hersteld, zodat bij de
lokalisatiebeslissing van onze bedrijven enkel nog de werkelijke,
reële
comparatieve kosten spelen, vrij van elke fiscale voorkeursbehandeling.
Dit leidt ertoe dat goederen uiteindelijk zullen worden geproduceerd
worden waar de effectieve (fiscaal neutrale) comparatieve kosten het
laagst zijn. Alleen zo kunnen de voorwaarden geschapen worden voor een
optimale mondiale arbeidsverdeling en kan een einde gemaakt worden aan
de leegloop van Europa.
7. Rigide arbeidsmarkt
Globalisering
gaat gepaard met een proces van creatieve destructie. Oude sectoren
moeten plaats maken voor nieuwe. Dit proces kan uiteraard maar lukken
in zover de verloren jobs in de oude sectoren effectief wordt omgezet
in productieve tewerksstelling in nieuwe sectoren. Behalve het herstel
van het ondernemingsklimaat is een onontbeerlijke voorwaarde daartoe
een voldoende werkzame arbeidsmarkt.
Rigiditeiten op de
arbeidsmarkt verhinderen omschakeling naar nieuwe
aktiviteiten:
- Lange opzegtermijnen en hoge
opzegvergoedingen verhinderen de omschakeling en schrikken nieuwe
initiatieven af.
- Langdurige
werkeloosheidsvergoedingen demotiveren zoeken naar werk
- Hoge wettelijke
opzegvergoedingen maken liquidaties onmogelijk waardoor er de facto
heel wat bedrijven virtueel failliet zijn en dus niet rendabel nog in
leven blijven.
- De sociale
bescherming is al lang niet meer gericht op het voorkomen van sociale
uitsluiting, maar bevordert de uittreding uit het productieproces.
Alhoewel
dergelijke sociale bescherming een teken van welvaart lijkt te zijn, is
ze dit niet op lange termijn omdat ze arbeid vernietigt en leidt tot
een minder duurzame economie. Ze is eerder een uiting van gebrek aan
vertrouwen in de toekomst. De overmatig beschermende sociale wetgeving
met haar veelheid van statuetn heeft ook een nieuwe klasse maatschappij
in het leven geroepen. |
Terwijl zelfstandigen quasi geen sociale
bescherming genieten, genieten ambtenaren van een quasi levenslang
gegarandeerd inkomen. Terwijl de werkdruk ondragelijke vormen aanneemt
in de private sector, wordt het de burger die in de werkloosheid
terecht gekomen is, zo goed als verboden van arbeid te verrichten ofwel
omdat het inkomensverschil met een reguliere job te gering is, ofwel
omdat een kleine bijverdienste afgestraft wordt met volledig verlies
van het vervangingsinkomen.
Het resultaat is een nieuwe
klassenmaatschappij verdeeld tussen diegenen die mogen werken voor alle
anderen en diegenen die niet meer mogen werken voor zichzelf. Hoge tijd
om die rigiditeit te doorbreken en elke vorm van arbeid aan te moedigen
zinder fiscale of statutaire discriminatie.
8. Geen nieuwe grondwet,
maar een essentiele grondwet
De geschiedenis
van Europa is complex en vol dynamiek. Het is ook het toneel geweest
van verschillende verschrikkelijke oorlogen. De facto is de laatste
oorlog pas na zo'n 45 jaar geleden afgelopen. Het verlies dat de
scheiding tussen een dictatoriaal communisme in het Oosten en sociaal
democratisch Westen heeft teweeg gebracht is immens.
In het Oosten
heeft de Overheid honderden miljoenen mensen twee generaties
voorgehouden dat hun socialisme beter was ook al moest ervoor een
ijzeren muur gebouwd worden om de burgers te beletten te ontsnappen.
Uiteindelijk heeft de objectieve werkelijkheid van de economie de
bovenhand gehaald en is het communistische systeem onder zijn eigen
leugens bezweken.
De vraag kan
evenwel gesteld worden of na de val van de Berlijnse muur Oost en West
niet van plaats verwisseld werden. Terwijl de ex-communistische staten
tabula rasa maken met hun verleden, werd in de EU15 de greep van de
overheid op de maatschappij sterker met de dag. Alle vruchten van de
economische groei van decennia na de tweede wereldoorlog staan hierdoor
op de helling. En laat ons geen illusies hebben, het gaat razendsnel
bergaf.
Europa staat
hierbij voor een historische uitdaging. Ofwel gaan we terug naar de
basis, ofwel glijden we verder af naar een volledige stilstand zoals de
meeste communistische staten aan hun einde bereikt hadden.
Er is
evenwel hoop dat de catastrofe, dikwijls gewelddadig als men de
geschiedenis kent, kan vermeden worden. Landen zoals Ierland hebben
tijdig en vreedzaam het roer omgekeerd. De meeste nieuwe lidstaten,
alle ex-communtistische landen, zijn nu de groeipolen van het grotere
Europa. Maar ook de afwijzing van de voorgestelde Europese grondwet is
hoopgevend.
|
Een tekst van bijna 600 bladzijden kan bezwaarlijk een
grondwet genoemd worden. Het lijkt eerder de zoveelste kafkaiaanse
stuiptrekking van een bureacratische machtselite. Een grondwet dient
over fundamentele principes te gaan, niet over de details van hoe men
de macht gaat verdelen.
Het volstaat hiervoor een nieuwe maar
essentiele grondwet voorop te stellen die zich beperkt tot de essentie
van de zaak. En in Europa moeten we hiervoor geen grote theorien
uitdenken.
De democratie en de bevrijding van het individu werd hier al
eeuwen geleden bedacht. De Europese grondwet hoeft maar een artikel te
bevatten, namelijk de erkenning van het zelfbeschikkingsrecht van de
europese burger als individu en al de rest, ook het zogenaamde sociale,
vloeit daar uit voort.
Het zelfbeschikkingsrecht is geen vrijgeleide om
zonder verantwoording willekeurige daden te stellen. Het is de basis
van elk menselijk handelen die ernaar moet streven het
zelfbeschikkingsrecht van iedereen te respecteren. Dit principe geldt
zowel in de private sfeer tussen burgers onderling maar geldt nog meer
voor elke ambtenaar en politicus die om praktische redenen delegatie
gekregen heeft van de burger.
De overheid als dusdanig moet er dus naar
streven zich in minimale mate met de burger te bemoeien en moet ten
allen tijde ondergeschikt blijven aan de belangen van de individuele
burger. Die grens gaan opzoeken en verdedigen is de enige opgave die
Europa en zijn lokale overheden echt ter harte moeten nemen. Dit is in
de eerste plaats een morele opgave, waaruit de economische en sociale
doelstellingen uit voortvloeien. Het alternatief is toe te laten dat de
macht zich concentreert bij een minderheid, of het nu ambtenaren,
politici, dictators of groot-kapitalisten zijn. Het resultaat ervan is
uiteindelijk altijd hetzelfde: niet alleen een economisch verlies, maar
ook een verlies van menselijke waardigheid.
9.
Bureaucratisch euro-centralisme.
Behalve de hoge
belastingsdruk, de onaangepaste belastingsstructuur en de
rigiditeit
van de arbeidsmarkt wordt de Europese groei gehinderd door een
excessief centralistische besluitvorming. De regressie analyse van de
WorkForAll studie heeft duidelijk aangetoond dat in het gemiddelde
kleinere landen beter presteren. In het heterogene Europa hoeft het ons
niet te verwonderen dat de schaalgrootte maar in beperkte mate
bevorderend werkt. Zelfs binnen grote landen zijn er enorme regionale
verschillen waarbij "one-size-fits-all" maatregelen niet werken. Om die
redenen moet Europa uiterst voorzichtig zijn met "harmoniserende"
wetgeving uit te vaardigen die tegen de lokale omstandigheden ingaan.
|
Europa moet zich beperken tot die kadermaatregelen die de
economie
globaal stimuleren en efficiënter maken, maar moet zich onthouden
van
te detailistisch en te restrictief op te treden. Daarenboven moeten de
Europese leiders beseffen dat wanneer men een gemeenschappelijke markt
en munt tot stand brengt men ook de randvoorwaarden in het oog moet
houden. Een gemeenschappelijke munt heeft tot gevolg dat men niet
langer de lokale munt kan manipuleren om zijn competitiviteit bij te
sturen.
In een gemeenschappelijk markt zijn alle regios meer dan ooit
in concurrentie met elkaar en is het niet alleen de productiviteit van
de industrie die een rol speelt. Meer dan ooit moeten de lokale
overheden efficiënt zijn, hun lokale economie op lange termijn
ondersteunen en zo weinig mogelijk hinderpalen in de weg leggen. De
globalisering heeft die noodzaak alleen maar indringender gemaakt.
10. Besluit
De Franse en
Nederlandse referenda hebben aangetoond dat er een gigantische kloof
gaapt tussen de wensdromen van de welbetaalde politieke elite en de
reële bekommernissen van de bevolking. Deze laatste zijn
prioritair
sociaal-economisch, en pas daarna ecologisch of politiek. Wil men de
kloof dichten dan moet de politieke elite zijn agenda aanpassen aan de
prioriteiten van de bevolking, en niet omgekeerd. De Europese politiek
moet terug de sociaal-economische vooruitgang prioritair stellen en de
voorwaarden voor economische herleving creeren. Dit kan slechts door
een drastisch herstel van de fundamentele evenwichten: een afbouw van
de demotiverende belastingsdruk, de aanpassing van de fiscale structuur
aan de globalisering, de afboouw van de rigiditeiten op de
arbeidsmarkt, en door een effectieve decentralisatie in de
besluitvorming.
Ierland heeft ons
voorgedaan dat het kan en hoe het moet. Het feit dat de Ierse economie
groeit aan een jaarlijks ritme van boven de 5,6% gedurende
méér dan 20
jaar bewijst dat hun alternatief beleid succesrijk en realistisch
mogelijke binnen het huidig Europese kader. Ierland heeft bewezen die
een verlaging van de belastingsdruk en een vlakke belastingsstructuur
doeltreffend is zowel in het creëren van welvaart als in
productieve
jobs, en dat de groei voor de nodige middelen kan zorgen voor de
vergrijzing en het wijde gamma van Europa's culturele, milieu- en
sociale initiatieven.
Het historische en wetenschappelijke
bewijsmateriaal ten gunste van een groeistrategie zoals het Ierse is
overweldigend ook al is het de evidentie zelve: elke mens wenst
zichzelf te zijn en bij verhindering hiervan ontrekt hij zichzelf aan
de gemeenschap en het economische proces. De sporen hiervan zijn nog
steeds duidelijk zichtbaar in het voormalig communistisch Oost-Europa
|
|
| Overname van onze
teksten en illustraties is gaarne toegestaan. Wil de bron
vermelden aub. |
|
|