Bij het overlijden van Great Liberator Ronald Reagan
stonden de Belgische kranten vol met bijzonder kritische commentaren
over zijn bewindsperiode (1981-1989). De Morgen en De Standaard,
met de VRT-radio in hun kielzog, spanden de kroon. Reagan was fout,
slecht, ultraconservatief, zadelde de States op met een gigantische
staatsschuld, vergrootte de 'gap' tussen arm en rijk... Alleen De Tijd
speelde niet mee met de "progressieve" pers en had zelfs de moed deze
uitgesproken positieve analyse te publiceren. Willy De Wit legt
bevattelijk uit hoe Reagan de VS uit het Keynesiaans moeras haalde en
brak met de overjaarse Keyesiaanse consensus.
Enkele belangrijke
ogenblikken uit het leven van een groot president :
Ronald Reagan was
een knap econoom
Willy
De Wit
Toen Ronald Reagan op 4 november 1980 tot president werd verkozen,
worstelde Amerika met een zware economische crisis en niemand zag een
uitweg uit de impasse. Twee regeringen-Reagan veroorzaakten een nooit
eerder geziene ommekeer. Het economische establishment in ons land en
ook onze media hebben zijn nieuwe fiscale politiek te weinig naar
waarde kunnen schatten, stelt WILLY DE WIT. Alleen deze aanpak leidt
tot een optimale welvaartscreatie.
President Carter had aan het einde van zijn ambtsperiode (1980) de
economie van zijn land gemanoeuvreerd tot op de rand van de afgrond. De
inflatie liep op tot 13,3 procent en de werkloosheid bleef stijgen. De
voorzitter van de FED (Federal Reserve) greep in met een uiterst strikt
monetair beleid, met onder meer als gevolg een draconische stijging van
de intresten. Zo steeg de prime-rate voor kaskredieten tot een
onwaarschijnlijke 21,50 procent. Geen wonder dat hierdoor duizenden
ondernemingen letterlijk werden gewurgd en in faling gingen.
Maar al voor Carter was de aftakeling begonnen. Tussen 1965 en 1980
verminderde het eigen vermogen van de Amerikaanse ondernemingen met 39
procent. De overheidsuitgaven stegen van 17,9 procent van het BNP
(Bruto Nationaal Product) in 1965 tot 22,2 procent in 1980, ondanks een
daling van de defensieuitgaven.
Het economisch beleid werd toen nog geïnspireerd door de leer van
Keynes. Maar aan het einde van de jaren 70 bleek dat dergelijk beleid
had gefaald. Erger nog: de Keynesiaanse economen vonden voor deze
faling geen verklaring. Volgens hun recept moest een economische
inzinking bestreden worden met een verhoging van de overheidsuitgaven
om de consumptie op te drijven. Maar inflatie moest worden bestreden
met het omgekeerde. Het dilemma was volgens hun leer dan ook
onoplosbaar. Zij gaven het kind dan maar een naam: 'stagflatie',
waarmee zij bedoelden het tegelijk voorkomen van hoge werkloosheid en
hoge inflatie. Een oplossing konden zij niet aanreiken.
Redding
Wat niemand ooit had durven dromen gebeurde: president Reagan had na
vier jaar de diepe depressie omgetoverd tot een van de sterkste
economische expansies van de laatste decennia. Na vier jaar was de
inflatie gedaald van 13,50 procent in 1980 naar 4,3 procent in 1984. In
minder dan 10 jaar werden 18 miljoen nieuwe arbeidsplaatsen
gecreëerd. De basisrente voor kaskredieten viel terug van 21,5
procent naar 10,75 procent. De werkloosheid die tegen 1982 was
opgelopen tot 11 procent van de beroepsbevolking daalde naar 5,2
procent in 1988. Ronald Reagan was president van 1980 tot 1988. Wat
minder bekend is, is de daling van het overheidstekort. Na een
aanvankelijke stijging in 1983 tot 6,1 procent van het BNP daalde dit
tekort tot 3,2 procent in 1988.
Het
recept
Het recept van Reagan steunde op een economische denkrichting die men
de 'aanbodeconomie' is gaan noemen (Supply-side economics). In
tegenstelling tot bij Keynes dient in deze denkwijze niet de consumptie
opgedreven, maar de productie. Ingevolge de bekende wet van de Franse
econoom Jean-Baptiste Say volgt de consumptie vanzelf. Om die productie
op te drijven moest er voldoende aanmoediging ingebouwd worden. Die
aanmoediging was er ten tijde van Carter helemaal niet. Integendeel: de
zeer hoge marginale belastingtarieven hielden geen stimulans in tot
investeren, produceren noch tot sparen. Volgens Reagan was het recept
eenvoudig: het hoogste marginale belastingtarief moest aanzienlijk
worden verlaagd. Hierdoor zou er een stimulans ontstaan tot bijkomende
economische activiteit. Het zou terug de moeite lonen te investeren en
te produceren.
Het economisch establishment steigerde. Hoe kon een gewezen filmacteur
nu beter weten dan de geleerde professoren welk economisch beleid moest
worden gevoerd? De media maakten Reagan belachelijk en noemden hem een
onbekwaam leider. The New York Times schreef in zijn editie van 30
januari 1981 dat president Reagan met zijn programma van
lastenverlagingen aantoonde dat hij 'wisdom' tekort kwam. Wat later
schreef diezelfde krant dat het programma van Reagan op geen enkel
economisch handboek steunde en dat geen gefundeerde argumentatie kon
worden gevonden.
Voet
bij stuk
Nochtans hield Reagan voet bij stuk. Congreslid Jack Kemp liet
zich voor de presidentiële kar spannen en introduceerde samen met
William Roth de

'Kemp-Roth Bill' die voorzag in een vermindering met 30
procent van het belastingpercentage in de personenbelasting, in een
versnelling van de afschrijvingen voor vennootschappen en in een
indexering van de belastingsschalen vanaf 1985. Niettegenstaande de
media tekeer gingen als duivels in een wijwatervat werd de wet (met
enkele amendementen) goedgekeurd op 13 augustus 1981. Het hoogste
tarief in de personenbelasting werden teruggebracht van 70 procent naar
50 procent. De wet staat gekend als 'Economic Recovery Tax Act'
(E.R.T.A.).
In 1986, in de tweede ambtstermijn van Ronald Reagan, volgde een nieuwe
spectaculaire maatregel. Het hoogste belastingtarief van 50 procent
werd in een klap verlaagd naar 28 procent.
De resultaten bleven niet uit en waren spectaculair:
de inflatie en de
intrestvoeten tuimelden omlaag en de werkgelegenheid ging pijlsnel de
hoogte in. Volgens het 'Bureau of Labor Statistics' bestond 33 procent
van de aangroei uit hooggekwalificeerd personeel. Dat weerlegt de
aantijging in de media dat de aangroei hoofdzakelijk uit
'hamburgerjobs' bestond. Ook de stijging van het BBP (Bruto Binnenlands
Product) mocht er wezen. In 1984 noteerde men zelfs een stijging van
6,8 procent, nagenoeg een record. Zeer merkwaardig was de evolutie van
de belastingontvangsten. Niettegenstaande de enorme verlaging van de
belastingtarieven bleven de inkomsten op peil. In 1980 bedroegen ze
21,8 procent van het BBP. In 1988 op het einde van de regeerperiode van
Reagan beliepen deze ontvangsten 21 procent. Deze kleine procentuele
daling verbergt een aanzienlijke nominale stijging, omdat het BBP in
die periode razendsnel was gestegen.
De meeste kritiek moest deze president verduren in verband met het
begrotingstekort. Bijna alle media en ook het economische establishment
voorspelden het volledig uit de hand lopen van het overheidstekort, als
gevolg van de daling van de belastingtarieven. Aanvankelijk steeg dit
tekort inderdaad tot een piek van 6,1 procent in 1983. Ter
vergelijking: in België beliep dit tekort in dat jaar 11,4
procent. Daarna is het tekort in de VS geleidelijk gedaald naar 3,2
procent in 1988 en naar 2,9 procent in 1989. Het is wel eigenaardig dat
de media weinig meldden van deze daling.
Analyses wezen nu uit dat de aanvankelijke stijging van het
begrotingstekort naar 6,1 procent het gevolg was van twee factoren: de
strakke geldpolitiek van Fed-voorzitter Paul Volcker en de zeer sterke
stijging van de defensieuitgaven. De verlaging van de belastingtarieven
hadden slechts een kleine impact op het begrotingstekort. Een
vergelijking die veelzeggend is, is deze van de uitstaande
overheidsschuld tussen de VS, de G-7 (Groep van 7 belangrijkste
industrielanden) en België in het jaar 1988 zijnde het einde van
de ambtstermijn van Reagan. Voor de VS was dat 31,4 procent, voor de
G-7 31,9 procent en voor België 123,1 procent.
Oud
en nieuw
Een van de grote economische verdiensten van Ronald Reagan is
ongetwijfeld het populair maken van een nieuwe fiscale theorie en een
weerlegging van de leer van Keynes.

De
Keynesiaanse leer (de oude theorie) verklaarde de prestaties van de
economie in termen van de hoogte van de uitgaven. Door het creëren
van een overheidstekort (deficit spending) kan men de uitgaven verhogen
en de werkgelegenheid bevorderen en de economie optillen tot een
volledige benutting van de beschikbare capaciteit. Het budget inkrimpen
vermindert - steeds volgens deze theorie - de uitgaven en duwt de
mensen in de werkloosheid. Het lagere inkomen leidt tot minder
belastingontvangsten en terzelfdertijd vergt het groter aantal
werklozen meer uitgaven. Keynesiaanse economen argumenteerden daarom
dat om een overheidsbudget in evenwicht te brengen men eerst een
deficit moest creëren. 'Deficit Spending' doet de economie
expanderen en de belastinginkomsten stijgen. Dit zou dan leiden tot een
budget in evenwicht.
Die theorie heeft jammerlijk gefaald, niet alleen in de VS, maar ook in
West-Europa. Wij herinneren ons nog zeer goed de sterk stijgende
werkloosheid bij steeds hogere staatsuitgaven.
De nieuwe fiscale theorie van Ronald Reagan bracht een nieuwe visie op
fiscale politiek. In plaats van de nadruk te leggen op 'uitgaven',
toonde zij aan dat belastingtarieven rechtstreeks de productie van
goederen en diensten beïnvloeden. Lagere belastingtarieven
betekenen een aansporing en een beloning tot werken, sparen, investeren
en risico nemen. Daar de mensen positief reageren op hogere
netto-inkomsten of grotere winsten, stijgt het inkomen en verbreedt de
belastingbasis. Daardoor vloeit een deel van het verlies (wegens het
lagere tarief) weer naar de schatkist. Ook zal er meer gespaard worden,
wat leidt tot meer investeringen. De werkgelegenheid neemt sterk toe en
de uitkeringen voor werkloosheid dalen. Deze nieuwe theorie weerlegt de
stelling dat de consumptie moet worden opgedreven. Het is integendeel
de productie die moet worden aangemoedigd. Het vraagbeleid van Keynes
is volgens deze nieuwe visie geen optie.
Het economisch establishment in ons land en ook onze media hebben aan
die nieuwe theorie nog zeer weinig aandacht besteed. Dit lijkt ons
jammer, omdat deze aanpak de enige is die tot een optimale
welvaartcreatie kan leiden. Ronald Reagan heeft ons de weg gewezen en
deze verdienste kan niet overschat worden.
Copyright © De TIJD
Willy Dewit is zelfstandig financieel analist