The WebThis Site



"The more the plans fail, the more the planners plan." - Ronald Reagan.

Big Government leads to
Serfdom an
d Poverty

      ►  English Newsletter  
        Nederlandstalige Nieuwsbrief
        French, Italian and other languages 
        Statistics portal - Data from around the Globe
        Freedom Video Library: Economics made easy
        Library - Books, Links, Free Market Institutes, Downloads

ronald-reagan
Government is not the solution to our problems;
 government  IS  the problem!   (Ronald Reagan)
news home news contact
francais English

ronald-reaganHommage aan Ronald Reagan

Bij het overlijden van Great Liberator Ronald Reagan stonden de Belgische kranten vol met bijzonder kritische commentaren over zijn bewindsperiode (1981-1989).  De Morgen en De Standaard, met de VRT-radio in hun kielzog, spanden de kroon. Reagan was fout, slecht, ultraconservatief, zadelde de States op met een gigantische staatsschuld, vergrootte de 'gap' tussen arm en rijk...  Alleen De Tijd speelde niet mee met de "progressieve" pers en had zelfs de moed deze uitgesproken positieve analyse te publiceren. Willy De Wit legt bevattelijk uit hoe Reagan de VS uit het Keynesiaans moeras haalde en brak met de overjaarse Keyesiaanse consensus. 

Enkele belangrijke ogenblikken uit  het leven van een groot president :


Ronald Reagan was een knap econoom
Willy De Wit

Toen Ronald Reagan op 4 november 1980 tot president werd verkozen, worstelde Amerika met een zware economische crisis en niemand zag een uitweg uit de impasse. Twee regeringen-Reagan veroorzaakten een nooit eerder geziene ommekeer. Het economische establishment in ons land en ook onze media hebben zijn nieuwe fiscale politiek te weinig naar waarde kunnen schatten, stelt WILLY DE WIT. Alleen deze aanpak leidt tot een optimale welvaartscreatie.

President Carter had aan het einde van zijn ambtsperiode (1980) de economie van zijn land gemanoeuvreerd tot op de rand van de afgrond. De inflatie liep op tot 13,3 procent en de werkloosheid bleef stijgen. De voorzitter van de FED (Federal Reserve) greep in met een uiterst strikt monetair beleid, met onder meer als gevolg een draconische stijging van de intresten. Zo steeg de prime-rate voor kaskredieten tot een onwaarschijnlijke 21,50 procent. Geen wonder dat hierdoor duizenden ondernemingen letterlijk werden gewurgd en in faling gingen.

Maar al voor Carter was de aftakeling begonnen. Tussen 1965 en 1980 verminderde het eigen vermogen van de Amerikaanse ondernemingen met 39 procent. De overheidsuitgaven stegen van 17,9 procent van het BNP (Bruto Nationaal Product) in 1965 tot 22,2 procent in 1980, ondanks een daling van de defensieuitgaven.

Het economisch beleid werd toen nog geïnspireerd door de leer van Keynes. Maar aan het einde van de jaren 70 bleek dat dergelijk beleid had gefaald. Erger nog: de Keynesiaanse economen vonden voor deze faling geen verklaring. Volgens hun recept moest een economische inzinking bestreden worden met een verhoging van de overheidsuitgaven om de consumptie op te drijven. Maar inflatie moest worden bestreden met het omgekeerde. Het dilemma was volgens hun leer dan ook onoplosbaar. Zij gaven het kind dan maar een naam: 'stagflatie', waarmee zij bedoelden het tegelijk voorkomen van hoge werkloosheid en hoge inflatie. Een oplossing konden zij niet aanreiken.

Redding

Wat niemand ooit had durven dromen gebeurde: president Reagan had na vier jaar de diepe depressie omgetoverd tot een van de sterkste economische expansies van de laatste decennia. Na vier jaar was de inflatie gedaald van 13,50 procent in 1980 naar 4,3 procent in 1984. In minder dan 10 jaar werden 18 miljoen nieuwe arbeidsplaatsen gecreëerd. De basisrente voor kaskredieten viel terug van 21,5 procent naar 10,75 procent. De werkloosheid die tegen 1982 was opgelopen tot 11 procent van de beroepsbevolking daalde naar 5,2 procent in 1988. Ronald Reagan was president van 1980 tot 1988. Wat minder bekend is, is de daling van het overheidstekort. Na een aanvankelijke stijging in 1983 tot 6,1 procent van het BNP daalde dit tekort tot 3,2 procent in 1988.



Het recept
Het recept van Reagan steunde op een economische denkrichting die men de 'aanbodeconomie' is gaan noemen (Supply-side economics). In tegenstelling tot bij Keynes dient in deze denkwijze niet de consumptie opgedreven, maar de productie. Ingevolge de bekende wet van de Franse econoom Jean-Baptiste Say volgt de consumptie vanzelf. Om die productie op te drijven moest er voldoende aanmoediging ingebouwd worden. Die aanmoediging was er ten tijde van Carter helemaal niet. Integendeel: de zeer hoge marginale belastingtarieven hielden geen stimulans in tot investeren, produceren noch tot sparen. Volgens Reagan was het recept eenvoudig: het hoogste marginale belastingtarief moest aanzienlijk worden verlaagd. Hierdoor zou er een stimulans ontstaan tot bijkomende economische activiteit. Het zou terug de moeite lonen te investeren en te produceren.

Het economisch establishment steigerde. Hoe kon een gewezen filmacteur nu beter weten dan de geleerde professoren welk economisch beleid moest worden gevoerd? De media maakten Reagan belachelijk en noemden hem een onbekwaam leider. The New York Times schreef in zijn editie van 30 januari 1981 dat president Reagan met zijn programma van lastenverlagingen aantoonde dat hij 'wisdom' tekort kwam. Wat later schreef diezelfde krant dat het programma van Reagan op geen enkel economisch handboek steunde en dat geen gefundeerde argumentatie kon worden gevonden.

Voet bij stuk
Nochtans hield Reagan voet bij stuk. Congreslid Jack Kemp liet zich voor de presidentiële kar spannen en introduceerde samen met William Roth de 'Kemp-Roth Bill' die voorzag in een vermindering met 30 procent van het belastingpercentage in de personenbelasting, in een versnelling van de afschrijvingen voor vennootschappen en in een indexering van de belastingsschalen vanaf 1985. Niettegenstaande de media tekeer gingen als duivels in een wijwatervat werd de wet (met enkele amendementen) goedgekeurd op 13 augustus 1981. Het hoogste tarief in de personenbelasting werden teruggebracht van 70 procent naar 50 procent. De wet staat gekend als 'Economic Recovery Tax Act' (E.R.T.A.).

In 1986, in de tweede ambtstermijn van Ronald Reagan, volgde een nieuwe spectaculaire maatregel. Het hoogste belastingtarief van 50 procent werd in een klap verlaagd naar 28 procent.

De resultaten bleven niet uit en waren spectaculair: de inflatie en de intrestvoeten tuimelden omlaag en de werkgelegenheid ging pijlsnel de hoogte in. Volgens het 'Bureau of Labor Statistics' bestond 33 procent van de aangroei uit hooggekwalificeerd personeel. Dat weerlegt de aantijging in de media dat de aangroei hoofdzakelijk uit 'hamburgerjobs' bestond. Ook de stijging van het BBP (Bruto Binnenlands Product) mocht er wezen. In 1984 noteerde men zelfs een stijging van 6,8 procent, nagenoeg een record. Zeer merkwaardig was de evolutie van de belastingontvangsten. Niettegenstaande de enorme verlaging van de belastingtarieven bleven de inkomsten op peil. In 1980 bedroegen ze 21,8 procent van het BBP. In 1988 op het einde van de regeerperiode van Reagan beliepen deze ontvangsten 21 procent. Deze kleine procentuele daling verbergt een aanzienlijke nominale stijging, omdat het BBP in die periode razendsnel was gestegen.

De meeste kritiek moest deze president verduren in verband met het begrotingstekort. Bijna alle media en ook het economische establishment voorspelden het volledig uit de hand lopen van het overheidstekort, als gevolg van de daling van de belastingtarieven. Aanvankelijk steeg dit tekort inderdaad tot een piek van 6,1 procent in 1983. Ter vergelijking: in België beliep dit tekort in dat jaar 11,4 procent. Daarna is het tekort in de VS geleidelijk gedaald naar 3,2 procent in 1988 en naar 2,9 procent in 1989. Het is wel eigenaardig dat de media weinig meldden van deze daling.

Analyses wezen nu uit dat de aanvankelijke stijging van het begrotingstekort naar 6,1 procent het gevolg was van twee factoren: de strakke geldpolitiek van Fed-voorzitter Paul Volcker en de zeer sterke stijging van de defensieuitgaven. De verlaging van de belastingtarieven hadden slechts een kleine impact op het begrotingstekort. Een vergelijking die veelzeggend is, is deze van de uitstaande overheidsschuld tussen de VS, de G-7 (Groep van 7 belangrijkste industrielanden) en België in het jaar 1988 zijnde het einde van de ambtstermijn van Reagan. Voor de VS was dat 31,4 procent, voor de G-7 31,9 procent en voor België 123,1 procent.



Oud en nieuw
Een van de grote economische verdiensten van Ronald Reagan is ongetwijfeld het populair maken van een nieuwe fiscale theorie en een weerlegging van de leer van Keynes.

De Keynesiaanse leer (de oude theorie) verklaarde de prestaties van de economie in termen van de hoogte van de uitgaven. Door het creëren van een overheidstekort (deficit spending) kan men de uitgaven verhogen en de werkgelegenheid bevorderen en de economie optillen tot een volledige benutting van de beschikbare capaciteit. Het budget inkrimpen vermindert - steeds volgens deze theorie - de uitgaven en duwt de mensen in de werkloosheid. Het lagere inkomen leidt tot minder belastingontvangsten en terzelfdertijd vergt het groter aantal werklozen meer uitgaven. Keynesiaanse economen argumenteerden daarom dat om een overheidsbudget in evenwicht te brengen men eerst een deficit moest creëren. 'Deficit Spending' doet de economie expanderen en de belastinginkomsten stijgen. Dit zou dan leiden tot een budget in evenwicht.

Die theorie heeft jammerlijk gefaald, niet alleen in de VS, maar ook in West-Europa. Wij herinneren ons nog zeer goed de sterk stijgende werkloosheid bij steeds hogere staatsuitgaven.

De nieuwe fiscale theorie van Ronald Reagan bracht een nieuwe visie op fiscale politiek. In plaats van de nadruk te leggen op 'uitgaven', toonde zij aan dat belastingtarieven rechtstreeks de productie van goederen en diensten beïnvloeden. Lagere belastingtarieven betekenen een aansporing en een beloning tot werken, sparen, investeren en risico nemen. Daar de mensen positief reageren op hogere netto-inkomsten of grotere winsten, stijgt het inkomen en verbreedt de belastingbasis. Daardoor vloeit een deel van het verlies (wegens het lagere tarief) weer naar de schatkist. Ook zal er meer gespaard worden, wat leidt tot meer investeringen. De werkgelegenheid neemt sterk toe en de uitkeringen voor werkloosheid dalen. Deze nieuwe theorie weerlegt de stelling dat de consumptie moet worden opgedreven. Het is integendeel de productie die moet worden aangemoedigd. Het vraagbeleid van Keynes is volgens deze nieuwe visie geen optie.

Het economisch establishment in ons land en ook onze media hebben aan die nieuwe theorie nog zeer weinig aandacht besteed. Dit lijkt ons jammer, omdat deze aanpak de enige is die tot een optimale welvaartcreatie kan leiden. Ronald Reagan heeft ons de weg gewezen en deze verdienste kan niet overschat worden.



Dit artikel verscheel als opiniebijdrage in De TIJD

Willy Dewit is zelfstandig financieel analist
en medewerker van Workforall.





 


      News from Brussels' leading think-tank..
 

WorkForAll is een onafhankelijke en  pluralistische denktank. We onderzoeken sociale modellen en structuren op hun efficiëntie in de realisatie van sociale objectieven. Los van ideologie onderzoeken we het succes van beleidstypes in hun realisatie van werkgelegenheid, welvaart, solidariteit en individuele vrijheid.
  
 
The Path To Sustainable Growth
Lessons From 20 Years Growth Differentials In Europe
Martin De Vlieghere and Paul Vreymans

Samenvatting:      Terwijl de rest van de wereld floreert als zelden voorheen, hinkt de Europese economie hopeloos achterop. Europa's hoge productiviteit, technologisch niveau, kennis en uitzonderlijke arbeidsethiek halen niks uit. De groei is ook merkwaardig verschillend: Frankrijk, Duitsland en Italië stagneren net als de scandinavische landen Denemarken, Zweden en Finland. Allen wonnen minder dan 44% voorspoed in de laatste 20 jaar. Ierland groeide 4 keer sneller, en werd met 169% welvaartsdgroei in diezelfde 20 jaar het tweede welvarendste land van Europa, en slaagde erin banen te creëren voor allen.

Buitensporige overheidsinmenging is de hoofdoorzaak van Europa's zwakke prestaties. De overmaatse publieke sector is in laagpoductief, en doet de volledige productiviteitswinsten van de Privé-sector ondanks diens uitzonderlijke prestaties volledig te niet. 

Europa kan zijn sociaal-economische prestaties verbeteren door de Ierse succesformules over te nemen: Inkrimping van de overheidsuitgaven, terugschroeven van de bureaucratie en verschuiving van de belastingsdruk van inkomen op consumptie.

Dit boek beschrijft waarom de Lissabon-Agenda, decennia lang Keynesiaanse vraagstimulering en inflatoire monetaire politiek hebben gefaald. Het boek ontwikkelt een alternatief en haalbare aanbodstrategie en doeltreffende methodes voor een menselijk en financieel duurzame groei.

Dit boek leest als een stap-voor-stap handleiding voor economische herstel. Het is een data-referentie voor studenten en politici met interesse voor groei, sociale zekerheid, en sociale modellen. Het is een klassieker voor economisten die bezorgd zijn over de buitensporige overheid, over de lage productiviteit in de openbare sector, en voor ouders die zich zorgen maken om hun dealende levensstandaard en om de toekomst van hun  kinderen.
the path to sustainable growth

free download here

Vindt U deze info belangrijk?
Link ons op Uw web-site aub. Dank  U

Opmerkingen of suggesties?
Mail ons aub op:

Martin.De.Vlieghere@pandora.be

paul.vreymans@workforall.net
news home news contact
francais English