|
|
Welcome to Brussels' leading think-tank
 |
|
WorkForAll
is een onafhankelijke en pluralistische denktank. We onderzoeken
sociale modellen en structuren op hun
efficiëntie in de realisatie van maatschappelijke
objectieven. Los van ideologie onderzoeken we het succes van
beleidstypes in hun realisatie van werkgelegenheid, welvaart,
solidariteit en individuele vrijheid.
|

|
|

|

|
 |
 |

|
 |
 |

|
|
|

|
 |
|
|
De strijd tegen regels
Waarom het zo moeilijk is om regels
af te schaffen
In de aanloop naar de
parlementsverkiezingen waren enkele kranten zo pretentieus om de
zittende volksvertegenwoordigers te evalueren. Beoordelingscriteria
waren aantal interpellaties en wetsvoorstellen. In een land waar
probleem nummer één de wurgende overheidsinterventie is,
had het enige evaluatiecriterium moeten zijn hoeveel wetten en
staatsdiensten ze hebben afgeschaft en hoeveel beschermde bedrijven ze
hebben geliquideerd. De weinige goedmenende politici die werk willen
maken van een kleinere en meer efficiënte overheid, worden
weggehoond door dergelijke riooljournalistiek.
De pers wordt geacht de vierde
macht te zijn. Dan zou men toch minstens mogen verwachten dat ze de
eenzame strijders tegen de uitbuiting moreel zouden steunen. De strijd
tegen het teveel aan regels is inderdaad een zeer eenzame strijd.
Telkens een politicus één klein regeltje wil afschaffen
of een begin wil maken met de privatisering van een openbare dienst,
staat hij tegenover een coalitieleger van 1° ambtenaren die zich in
hun activiteit bedreigd zien; 2°gesubsidieerde begunstigden en
3° academici die zich door de eigenaardigheden van de wet kunnen
handhaven als gespecialiseerde wetenschapper.
Dit leger is niet alleen superieur
in getalsterkte, maar ook in deskundigheid. De goedmenende politicus is
altijd een dilettant. De belangengroep is altijd deskundig. De meeste
politici geven de strijd op en laten de wet schrijven door de juristen
van de betrokken belangengroep. Zo is het nog altijd mogelijk dat de
failliete Belgische Staat geld uitdeelt aan tropische dictators en dat
voor de zoveelste keer de schulden van de spoorwegen worden
overgenomen. Om belangrijke structurele besparingen te realiseren, moet
een politicus niet alleen tegen zo'n superieur leger de overhand halen,
maar dit voor elke deregulering opnieuw. Voorwaar een heroïsche,
om niet te zeggen, bovenmenselijke opdracht.
En als men daar dan zelfs zou in
slagen, dan zal onze stompzinnige pers dat niet eens opmerken. Alleen
wie veel nieuwe wettelijke initiatieven heeft genomen en weer nieuwe
programma's voor arme gepeste werknemers heeft doorgevoerd, krijgt
goeie punten van de pers, ook al zijn de files en de wachtlijsten bij
justitie en gehandicaptenzorg weer langer geworden. Er bestaan
natuurlijk ook goedmenende ambtenaren, veel zelfs. Helaas helpt dit
nauwelijks. Een coalitie tussen goedmenende politici en ambtenaren komt
niet van de grond. Dat komt omdat zelfs ambtenaren die echt productief
willen zijn, zich meestal persoonlijk aangevallen voelen telkens
wanneer er een aanklacht komt tegen de overbodigheid of de
inefficiëntie van een staatsdienst.
Constructieve discussies met
ambtenaren zijn zeer moeilijk. De reflex om je eigen job te verdedigen,
is over het algemeen onoverkomelijk. In de niet-beschermde sectoren
worden conservatieven uitgerangeerd of zelfs tot faillissement
gedwongen. In de (semi-) overheidssectoren leidt conservatisme tot
langdurig immobilisme en verspilling op kosten van de belastingbetaler.
Hoe dan ook, als iedereen zijn eigen winkel blijft verdedigen (ook al
zijn er geen klanten meer), dan is elke besparing en innovatie bij
voorbaat uitgesloten.
Ambtenaren die niet blind zijn voor
de inefficiëntie en soms ronduit destructiviteit van de overheid,
schuiven vaak de schuld af op het politiek systeem en de particratie.
In de herverdelende en interventionistische staat vervult de
particratie evenwel een noodzakelijke functie. Wie zonder omzien
vandaag de macht van de volksvertegenwoordiger zou herstellen - en dat
is technisch mogelijk door o.a. de lijststem af te schaffen - die maakt
het land helemaal onbestuurbaar. In een verzorgingsstaat die bovendien
de economische en landschappelijke ontwikkelingen wil sturen, duiken
onvermijdelijk dagelijks parlementaire kwesties op waarover onmogelijk
bij meerderheid kan beslist worden zonder ijzeren partijdiscipline.
Rond ethische kwesties en
gedragsregels vormen zich gemakkelijk politieke meerderheden. Maar over
de hoogte van deze of gene uitkering of over welke milieutechnologie
hoeveel subsidies moet krijgen, zijn politieke meerderheden volstrekt
onmogelijk indien de parlementsleden geen partijgetrouwen zouden zijn.
Eerst moet de herverdelende en sturende staat teruggedrongen worden
vooraleer de bevolking haar vertegenwoordiging in de wetgevende kamers
kan terugkrijgen. Omdat bovenmenselijkheid niet van mensen mag verwacht
worden, zijn de politici niet aan zet. Het is het electoraat dat moet
leren om realistischer verwachtingen te hebben en moet ophouden om de
overheid te overbevragen. Laat ons hopen dat de zogenaamde
‘verrechtsing' van het Vlaamse electoraat bij de laatste verkiezingen
eigenlijk een afkeuring is van de betuttelende zelfverklaarde 'linkse'
étatisten. Dan zit er eindelijk weer schot in de zaak.
Dr. Martin De Vlieghere
Dit Artikel
werd eerst gepubliceerd in MijnHuisMijnRecht
de maandelijkse
onafhankelijke nieuwsbrief over stedenbouw en ruimtelijke ordening
Mensen kun je niet tegen zichzelf beschermen
Waarom
reglementitis een heilloos pad is
GILBERT
ROOX in De Standaard van 24 maart 2007
Belspelletjes,
gsm-deuntjes, consumentenkredieten, de kwaliteit van chateaubriand bij
de slager: de reglementitis laait weer op. Onze verzorgingsstaat
verwordt tot een veiligheidsstaat die alle risico's uit het bestaan
probeert te bannen. Alsof wij onnozele kinderen zijn die niet voor
zichzelf kunnen zorgen.
Herinnert
u zich Marcel Colla? De helmboswuivende Antwerpse socialist maakte zich
in 1996 onsterfelijk door als minister van Volksgezondheid een verbod
af te kondigen op de toentertijd razend populaire flippo's in zakjes
chips. Een bejaarde dame was namelijk in een flying flippo gestikt.
Verbieden dus, die handel. In Nederland raakten ze minder snel in
paniek. Instellingen voor mentaal gehandicapten en dementerende
bejaarden kregen daar het simpele advies vooraf de kleurige plastic
schijfjes uit de chipszakjes te verwijderen. Colla's carrière
kwam tot een roemloos einde toen hij tijdens de dioxinekippencrisis
aanzienlijk minder daadkracht tentoonspreidde. En mocht het u
interesseren: sinds 2001 mogen chips weer in zakjes chips, als ze apart
verpakt zijn.
De
opvolgster
van Colla, de groene Magda Aelvoet, wist ook van wanten als regelnicht.
Ze stelde ooit voor de verkoop van chocoladesigaretten te verbieden,
omdat die kinderen op slinkse wijze aan de tabaksmaffia zou
overleveren. Vervolgens verbood Aelvoet een looprekje voor peuters,
want die zouden er te snel door worden gedwongen te lopen: laat de
natuur toch zijn gang gaan.
Foute
bemoeizucht en regeldrift zitten vele bewindslui ingebakken. Vooral op
het mediagenieke departement Consumentenzaken: met een scheet in een
fles word je al uitgenodigd in De zevende dag. De nieuwbakken minister
Freya Van den Bossche debuteerde in 2003 met het verbieden van
olijfolie in spuitbussen, wegens groot explosiegevaar tijdens een
barbecue. Achteraf bleek dat de omstreden sprays al een jaar niet meer
werden geproduceerd. Later
stuurde ze inspecteurs op pad om de spertijd rond Sinterklaas te
controleren - zalig het land waar dit een groter probleem is dan de
fiscale en sociale fraude. En tussendoor bemoeide ze zich ook met
kleuterschooltjes die een reisje naar een speelgoedparadijs
organiseerden. Alsof dat niet meer een zaak voor ouders en
schooldirecties is.
Intussen
heeft Van den Bossche bijgeleerd. Met haar portefeuille van Begroting
erbij heeft ze ook minder tijd op overschot. Toen de commissie
Consumentenveiligheid Belgen wilde verbieden meer dan twintig keer per
jaar onder de zonnebank te gaan wegens groot gevaar voor huidkanker,
hield Freya de bal af: ,,Zo'n wet valt onmogelijk te controleren.'' Als
al haar collega's die wijze norm zouden hanteren - geen wetten die
alleen het papier waard zijn waarop ze zijn geschreven - dan zou er
meteen een einde komen aan de zondvloed van wetten, decreten en
reglementen die nu ons leven verzuurt. Een samenleving verander je
immers niet bij decreet, zoals de Franse socioloog Michel Crozier zegt.
Dat blijkt
helaas nog niet tot alle politici doorgedrongen. En zo bant de stad
Brussel, in het kader van de strijd tegen obesitas, frisdrank- en
snoepautomaten uit de scholen. Scouts mogen op kamp geen kippen meer
slachten: dat schaadt het dierenwelzijn. En binnenkort mogen ze er ook
geen seks meer mee hebben, want dan wordt seks et dieren - lach niet! -
bij wet verboden. Net zoals dat al het geval is voor roken op openbare
plaatsen, in bedrijven en restaurants, reclame voor alcopops en
borstvergrotingen, het bedrieglijk leuren met dieetpillen en vuurtje
stoken in je eigen tuin.
Lifestylepolitiek
Na de
'vrijheid blijheid' uit vroeger dagen zitten we volop in een spiraal
van verbieden en beteugelen. Onze verzorgingsstaat verwordt tot een
veiligheidsstaat die alle risico's uit de samenleving probeert te
bannen. Na elke opstoot van 'zinloos geweld' wordt in het parlement
weer oeverloos gedebatteerd over een verbod op gewelddadige
videospelletjes. Alsof dat meteen een einde zou maken aan de kwaal van
jeugdig straatgeweld. Als in het weekend weer een dozijn doden valt op
onze wegen, wordt gepleit voor een absoluut rijverbod voor jongeren van
vrijdag- tot zondagavond: neem de heethoofden in bescherming tegen
zichzelf.
We gaan
zelfs
heel hypothetische gevaren met verboden te lijf. Kinderartsen roepen om
gsm's te verbieden bij kinderen jonger dan zestien jaar, ook al is er
geen enkel hard bewijs dat gsm-straling een gevaar voor de gezondheid
is. Oké, kinderhersenen zijn nog niet volgroeid, maar anders dan
volwassenen bellen kinderen ook niet de hele dag. Dat is veel te duur.
Hun mobieltje gebruiken ze liever om te sms'en, op veilige afstand van
hun hersenpan. Gek toch dat kinderartsen dat niet lijken te weten.
Er lijkt
bijna geen dag voorbij te gaan of een minister, parlementslid of
burgemeester zwaait met nieuwe verboden en regeltjes. Wanneer wordt
trop te veel? Hoe murw is een samenleving na een tsoenami van 76.000
bladzijden Staatsblad? Natuurlijk, we hebben een bijzonder ingewikkeld
land met drie gewesten en drie gemeenschappen. Maar de regelvloed heeft
evengoed te maken met blinde profileringsdrang. ,,Elke politicus wil
toch zo graag zijn vijf minuutjes glorie'', zegt Jean-Marie Dedecker,
indertijd de drijvende kracht achter de webstek
www.stopdebetutteling.be. ,,We hebben te veel ministers en te veel
parlementsleden die allemaal willen scoren. En zo krijg je een diarree
van wetten die niemand nog kent.''
Die diarree
is, merkwaardig genoeg, omgekeerd evenrechtig met de reële macht
van de politiek dezer dagen. In onze geglobaliseerde economie zijn
nationale regeringen machteloze toeschouwers. Ze moeten ook steeds meer
gezag afstaan aan de mandarijnen van de Europese Unie, zelf ook
regelneven eerste klas. Die vaststelling verklaart de paradox van de
postmoderne politiek: de overheid is alomtegenwoordig waar ze niets te
zoeken heeft en waar ze wel moet zijn, trekt ze zich met de staart
tussen de benen terug. De hervorming van justitie en de arbeidsmarkt,
de vergrijzing, de toenemende zorgbehoeften en de betaalbaarheid van
onze pensioenen zijn zulke zware dossiers dat de verleiding groot is
snel te scoren met hapklare onnozelheden als flippo's, alcopops en de
kwaliteit van wat ons als chateaubriand bij de slager wordt
gepresenteerd. Zeker voor parlementsleden die anders nooit in beeld
komen: het parlementaire halfrond is een afhamerfabriek. Vooral de
leden van de meerderheid vervelen zich te pletteren en zijn panisch op
zoek naar een bewijs van het eigen bestaan.
Juist de
machteloosheid van de politiek in het tijdperk na het einde van de
Grote Verhalen zorgt voor een vloed van beuzelarijen in de regelgeving.
De bemoeizucht van de nanny state neemt toe. In plaats van de
maatschappij socio-economisch vorm te geven, lijkt de overheid steeds
meer bezig met lifestylepolitiek. Gezondheid is het hoogste individuele
goed vandaag, zo tonen alle omvragen. De overheid spendeert er een
grote hap van haar budget aan. Terwijl de kosten van de gezondheidszorg
onhoudbaar groeien, lijkt preventie een mirakeloplossing. In campagnes
wordt de burger voorgekauwd hoe hij gezond moet leven.
Minister van Volksgezondheid Rudy Demotte
speelt
dolgraag de rol van keizer-koster. Hij heeft rokers al gebannen uit
bedrijven en restaurants, en het duurt niet lang meer of ook de
cafés zijn verboden terrein. Het is één zaak de
burger bewust te maken van gezondheidsrisico's, een andere is het in
zijn plaats levenskeuzes te maken. Demotte had evengoed de beslissing
over roken of niet-roken aan de markt kunnen overlaten:
cafébazen en restauranthouders beslissen zelf. Maar daar gelooft
hij als Waals socialist niet in. Liever een van bovenaf opgelegde wet
die rokers, toch nog altijd geen gering deel van de bevolking, als
paria's buitensluit.
Weerbaarheid
Het moet
gezegd: regeldrift is een beetje een socialistische kwaal, zeker over
de taalgrens. De oude idealen en strijdbaarheid zijn daar
ondergesneeuwd geraakt door een cultuur van afhankelijkheid en politiek
gepamper: geen sociaal probleem of er valt wel een wetje of een
uitkering als stoplap te bedenken. ,,Socialisten gaan uit van de zwakte
van de mens, in plaats van zijn sterkte'', filosofeert Dewi Van de
Vijver, het ambitieuze liberale meisje in een interview met P-Magazine.
,,Maar moet er daarom permanente betutteling zijn? Mijn stelling is:
wie zich in zijn eentje kan redden, tant mieux. Wie dat niet kan, tant
pis. Dan kunnen we nog altijd zien hoe we hem opvangen.''

Dat is
natuurlijk een karikatuur. Maar er zit ook waarheid in. Onze
verzorgingsstaat biedt bescherming tegen ziekte, werkloosheid en
ongevallen, maar de keerzijde is een cultuur van passiviteit, goedkoop
slachtofferschap en klagen. De Britse socioloog Frank Furedi spreekt
van 'de therapeutische samenleving': ,,Ze pampert onze zwakheden in
plaats van onze weerbaarheid te versterken en ons te leren met de
onvermijdelijke tegenspoed van het leven om te gaan. Zo worden we meer
en meer jengelende kinderen die niet meer voor zichzelf kunnen zorgen.''
Deze week
gingen de belspelletjes op de commerciële televisie weer over de
hekel. Dit keer ging het om bedrog en fraude. En het allerergste was,
volgens critici, dat er ,,misbruik werd gemaakt van laaggeschoolden,
ouderen en werklozen, de zwakste groepen in onze samenleving''. Dus
meteen verbieden, die domme spelletjes om geld. Of zullen we gewoon met
zijn allen niet meer bellen, dan verdwijnen ze vanzelf? Intussen moet
je toch op de planeet Mars wonen om niet door te hebben dat hier niets
te winnen valt?
Hetzelfde
met
de misleidende tv-reclame van het ringtonebedrijf Jamba, dat je in
plaats van een simpel gsm-deuntje meteen een abonnement aansmeert. Hier
zijn vooral jongelui het slachtoffer. Eén smsje kost al snel 150
euro, voor ze doorhebben dat je alleen maar het woordje 'stop' moet
doorsturen om een einde te maken aan het doorseinen van betalende
reclameboodschappen. Dit is natuurlijk een zeer heikel punt:
minderjarigen kunnen geen bindende contracten afsluiten. Allicht kan
dit soort impulsaankopen per sms dus maar beter verboden worden. Maar
Jamba kan ook een nuttige levensles zijn voor jonge consumenten die
gewend zijn aan instant-bevrediging. Zeker als ze zelf mee moeten
opdraaien voor de kosten van hun ondoordachte avontuur. Wie zijn gat
verbrandt, moet op de blaren zitten: alleen met die wetenschap word je
in onze ingewikkelde wereld een weerbaar individu.
Ook in het
schandaal rond de dubieuze kredietpraktijken van Citibank
blijven de slachtoffers al te gemakkelijk buiten schot. Boze banken en
warenhuisketens zouden arme donders verleiden met al te gemakkelijk
toegekende leningen en betaalkaarten om zich diep in de schulden te
steken. Alsof de consument een weerloos kind is dat niet nee kan zeggen
zodra hij een spelletjescomputer of een plasma-tv op afbetaling ziet:
,,Want wij armen zijn niet minder dan de anderen, ook al hebben wij
geen geld.''
Ons land
heeft al een behoorlijk strenge wetgeving op
consumentenkrediet. Nu moet die alleen nog terdege worden toegepast op
het terrein. Maar mensen tegen zichzelf beschermen, kan geen enkele
verordening, en zelfs geen tienduizend wetten. De verzorgingsstaat is
geen sprookjesland.
GILBERT ROOX
|
|
|
|
|
|
The Path To Sustainable Growth
Lessons
From 20 Years Growth Differentials In Europe
Martin De Vlieghere and Paul Vreymans
Abstract: While
the rest of the world is booming, Europe lags behind. Europe's
performance is weak in spite of high productivity and knowledge, high
level of development and good labour ethics. Growth is also remarkably
dissimular among regions. France, Germany and Italy are stagnating, and
so do Denmark, Sweden and Finland. All gained less than 44% prosperity
over the last 20 years. The Irish economy grew 4 times faster, gaining
169% wealth over the same period. In half a generation Ireland so
metamorphosed into Europe's second richest country creating jobs for
all.
" Big government " is the main cause of Europe's weak performance. The
oversized Public Sector lacks productivity and is undoing the entire
productivity gains of the Private Sector, eradicating all of its
outstanding performance and productiveness. Europe could improve its
overall performance by copying the Irish success formulas: Scaling down
Public Spending, downsizing bureaucracy, and shifting the tax burden
from income on consumption. This book demonstrates why the Lisbon
Agenda and decades of Keynesian inflationist demand stimulation have
failed. It devellops an alternative and workable supply-side strategy
as well as effective cures for a humane and financially sustainable
development.
This book reads as a step-by-step manual for economic
recovery. It is a data-reference for students and
politicians interested in growth, wellfare and in social
modelling. It is a classic for economists
concerned about Big Government, poor public sector
productivity and for parents worrying about their declining
standard of living and their children's future.
|
|
|

Big
Public Spending
means
poor Growth.
Slow
Growth
results in Poverty.
These
are the key findings from our research
confirming the results of earlier
studies such as this
which compared the growth differentials of 30 OECD countries
over 45 years (
over 1000 data-pairs !!! )
Suggestions
and help welcome - Please give us a link on your webpage
|
|
|
|
|
.
|
|