Big Government leads to
Serfdom an
d Poverty

      ►  English Newsletter  
        Nederlandstalige Nieuwsbrief
        French, Italian and other languages 
        Statistics portal - Data from around the Globe
        Freedom Video Library: Economics made easy
        Library - Books, Links, Free Market Institutes, Downloads

   Mission Statement
 
The WebThis Site


24-10-2007

The best Social
Program
is a Job
( Ronald Reagan )
news home news contact
francais English




Rudy Aernhoudt legt de vinger op de wonde:
Onze overheidsinstellingen zijn hopeloos inefficïent

A wake-up call. Rudy Aernoudt legt in De Tijd de vinger op de wonde. Onze overheidsinstellingen zijn hopeloos inefficïent en wij subsidieren verlieslatende overheidsbedrijven. Kabinetten worden beter afgeschaft. Hij relativeert ook de transfers naar Wallonië en stelt dat Vlaanderen het relatief iets beter doet, maar toch nog steeds ondermaats presteert wanneer men vergelijkt met andere landen. Laat ons eerlijk zijn. Hij heeft gelijk. De Vlaamse regering wou tien jaar geleden een slanke en efficiënte overheid. In werkelijkheid is er 20 % meer personeel aan de slag. De Keynesiaanse maatregelen moeten ook niet onder doen voor de pseudo gratis-acties van de federale regering. Innovatie-politiek en diensten cheques ten spijt, het blijft rommelen in de marge op kosten van de hardwerkende Vlamingen, Brusselaars en Walen. Fundamentele, structurele veranderingen en vooral een diepgaande mentaliteitsverandering dringen zich op in dit land.

De Tijd publiceert op geregelde tijdstippen een viervoudige opinie van een beslissingsnemer. Hij of zij geeft zijn ongezouten mening over een onderwerp voorgelegd door de redactie, een onderwerp naar eigen keuze en een actueel thema. Het klavertjevier wordt afgesloten met enkele losse hersenspinsels, kort en krachtig.

Deze week is RUDY AERNOUDT aan het woord. De economist en filosoof is van alle kabinetten thuis. Met die ervaring is hij uitstekend geplaatst om eens uit te leggen waarom de overheid in dit land zo inefficiënt blijft. En waarom wil hij als ex-kabinetschef nu zelf de kabinetten weg? Hoe kan je de transfers naar Wallonië anders bekijken en wat scheelt er aan het gratis-verhaal?

Opgetekend door Patrick Luysterman

Het zijn de Walen niet
Overlapping van bevoegdheden en gedemotiveerde ambtenaren leiden tot gigantische inefficiënties. We moeten dringend een overheid ontwikkelen die meer doet met minder. Op die manier kan tot 10 miljard euro efficiëntiewinst worden gerealiseerd. Dat is ongeveer tweemaal zo veel als de geschatte transfers van Vlaanderen naar Wallonië. Ons probleem ligt niet zozeer bij de Walen maar bij de enorme overheidsinefficïëntie in het hele land, stelt RUDY AERNOUDT.
Onderzoek van Harvard toonde aan dat er een duidelijke correlatie bestaat tussen de professionaliteit van de overheid en de economische ontwikkeling van een regio. Een efficiënte overheid is een overheid die de juiste dingen doet en ze juist doet. De Belgische overheden slagen in geen van beide opdrachten.

De efficiëntie van onze administratie ligt 35 procent lager dan het gemiddelde van 23 onderzochte landen. Een van de meest schrijnende voorbeelden is de efficiëntie van het belastingsysteem. Op de 117 door het World Economic Forum geanalyseerde landen kwam België op de 115de plaats. Terwijl we voor het niveau van de belastingen duidelijk aan de top van de Europese rankings vertoeven, bevinden we ons qua efficiëntie helemaal onderaan. Misschien hangen deze twee rankings wel samen.

De Belgische overheid haalt een inputefficiëntie van 66 procent. Met andere woorden, we 'presteren' een verspilling van middelen van 34 procent ten opzichte van de beter presterende landen. Het gemiddelde van de onderzochte landen was 79 procent, wat ons nog altijd 13 procentpunt beneden het gemiddelde brengt. Omgerekend op de impact van de overheden in de economie, geschat op 47 procent van de economie, komen we aan een verspilling van om en bij de 10 miljard als we tevreden zijn te streven naar de gemiddelde waarden. Dat is ongeveer tweemaal zo groot als de geschatte transfers van Vlaanderen naar Wallonië.

Vooral inzake de efficiëntie van de administratie en de economische performantie scoren we bijzonder slecht. Veel Vlamingen duiden vermoedelijk de Walen aan als de zondebok en de oorzaak van deze inefficiëntie. 40 procent van de actieve Walen werkt immers bij de overheid en de publieke bedrijven, tegenover 'slechts' 28 procent van de Vlamingen. Onderzoek aan de KULeuven berekende evenwel dat de Vlaamse inputefficiëntie 69 procent bedraagt, of 3 procentpunt boven het Belgische gemiddelde. Dat impliceert dat de Vlaamse administratie iets performanter is dan de Waalse maar zich nog steeds 10 procentpunt onder het gemiddelde bevindt en een verspilling noteert van 31 procent ten opzichte van beter presterende administraties zoals die van Luxemburg of Ierland.

Efficiëntie in de privésector heeft te maken met vier factoren: motivatie, competentie, duidelijke bevoegdheidsafbakening en loon en respect voor geleverde prestaties. En precies op die vier punten knelt het schoentje. In België is 18,2 procent van de werkende bevolking aan de slag bij de administratie, terwijl voor de meeste Europese landen dat cijfer schommelt tussen 11 en 13 procent. Maar een groot aantal van deze mensen is niet of weinig geschoold en heeft niet voldoende competenties. Dat komt omdat de overheidspolitiek inzake aanwervingen wordt bezoedeld door een sociale politiek.

Gebrek aan respect
De komende tien jaar bereikt heel wat overheidspersoneel de pensioenleeftijd. Natuurlijke afvloei gekoppeld aan een beperkte aanwerving van competente ambtenaren zou de overheid kunnen doen afslanken en zo de efficiëntie ervan opdrijven. Dat moet dan wel gepaard gaan met een accuraat screenen van de personeelsbehoeften en een sterke professionele mobiliteit bij de verschillende overheden. De overheidsadministraties kunnen dus niet langer gebruikt worden als een alternatief voor tewerkstellingsbeleid. Ze moeten 'ontvetten', minstens tot op het niveau van het Europese gemiddelde.

De politiek geladen kabinetten interfereren in de werking van de administratie, wat de demotivatie van de ambtenaren versterkt. De nieuwe politieke cultuur is veraf: administraties ontvangen nog steeds instructies om dossiers goed te keuren, wat dan weer de bevoegdheidsafbakening op de helling plaatst. Het getuigt van gebrek aan respect voor de analyse van de ambtenaar. Zijn imago in de buitenwereld is dan ook navenant.

Schaf de kabinetten af
In haast alle landen regeren ministers zonder kabinetten. Vlaanderen kan en moet bewijzen dat het dat ook kan. Er doet zich nu een unieke kans voor.
Ondanks de intenties van de Copernicushervorming, die voorzag in een afschaffing van de kabinetten, is het aantal kabinetsleden van de federale ministers in 15 jaar verdubbeld. Terwijl de kabinetten in 1989 30 miljoen euro kostten, liep het kostenplaatje in 2004 op tot 50 miljoen. Het aantal politiek adviseurs steeg van 13,8 naar 28 per minister. De Copernicushervorming moest een stille dood sterven want ze liet niet genoeg ruimte voor politieke benoemingen.

Ook de tien Vlaamse ministers beschikken over een hofhouding van meer dan 500 kabinetsleden, 30 meer dan de vorige regering. Van hen mogen er meer dan 50 de titel van kabinetschef of adjunct-kabinetschef dragen. Ambtenaren met de juiste kleur worden tijdelijk in het kabinet ondergebracht - wat opnieuw de administraties verzwakt - met een kabinetspremie boven op hun salaris. Als het kabinet opgeheven wordt, hebben ze recht op een retourticket en een ontluizingsverlof.

Anderen krijgen dan weer een kabinetsfunctie aangeboden in ruil voor 'bewezen diensten'. Die diensten zijn meestal verbonden aan een politieke daad die verband houdt met voorbije (of toekomstige) verkiezingen. Ook voor hen wordt een stoel warm gehouden voor na de val van het kabinet. Het nieuwe kabinet begint overigens meestal zonder personeel, dossiers of materieel, en moet opnieuw alles opbouwen, met belastinggeld.

Vlaanderen heeft een unieke kans om aan de overheidsinefficiëntie iets te doen. Het 'beter bestuurlijk beleid' dat sinds 1 april 2006 van kracht is, deelt de administratie in in 13 beleidsdomeinen. Het kloppende hart van ieder domein is het departement, dat als taak heeft 'beleidsvoorbereidend en beleidsevaluerend' werk te verrichten. De departementen moeten dus gaan doen wat de kabinetten de facto doen. Het is trouwens de bedoeling de kabinetten af te schaffen. De beslissing van 23 juni 2000 stelt dat de departementen de meeste taken van de ministeriële kabinetten overnemen, zodat die kunnen afslanken tot een beperkte staf van de minister. Sinds 1 september staan de nieuwe structuren op punt. Een schitterend huzarenstukje. Alleen is van het afschaffen van de kabinetten (voorlopig) geen sprake meer. Integendeel, de persoonlijke hofhoudingen van de ministers zwellen nog aan.

Zon
Vlaanderen mag deze unieke gelegenheid niet laten passeren om de kabinetten af te schaffen. Dit is écht de enige manier om overlappingen te vermijden en een efficiënt beleid te garanderen. Elke minister zou dan drie tot vijf persoonlijke medewerkers kunnen hebben die de beleidsvoorstellen van het departement kunnen toetsen aan de partijpolitieke consideraties en de communicatie van de minister verzorgen. Het zal moed vergen van de regering om het niet bij loze retoriek te laten. En hopelijk zal ook de (volgende) federale regering Copernicus vanuit zijn as te doen oprijzen. Maar na jaren Copernicus blijven heel wat politici beweren dat de zon rond de aarde draait.

Transfers anders bekeken
Wallonië is niet homogeen. Integendeel, de provincie Waals-Brabant is de rijkste provincie van Wallonië. Ze is dan ook nettobetaler, ook voor… de West-Vlamingen. De armoede en de werkloosheid zijn geconcentreerd in de oude industriebekkens van Luik en Charleroi. Haalt men deze twee subregio's uit de statistieken, dan zijn er economisch gesproken geen significante verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië. Beide arrondissementen vertegenwoordigen wel 30 procent van de Waalse economie.

De 'onafhankelijke' staat Vlaanderen zou het op drie na rijkste van de 26 Europese lidstaten worden. Daardoor zal natuurlijk het Europese solidariteitsprincipe worden geactiveerd en zullen we solidair zijn met de andere lidstaten, zoals Griekenland, Bulgarije, en wie weet op termijn zelfs Turkije. En nog erger, zelfs Wallonië zal op een indirecte manier weer geld krijgen van de hardwerkende Vlamingen. Tenzij we ons na de onafhankelijkheid ook terugtrekken uit de Europese Unie en een Vlaamse autarkie uitbouwen.

Transfers zijn echter niet in de eerste plaats van interregionale aard maar van interpersoonlijke aard. Twee derde van de transfers heeft immers te maken met de sociale zekerheid. Indien de Vlamingen de 3 euro die zij per dag betalen voor de Walen zouden afschaffen, zouden 42 procent meer Walen onder de armoedegrens leven. Een op de vier Walen zou dan onder het bestaansminimum vallen. Is het dat wat de Vlamingen willen?

Geen blanco cheque
Het is echter wel de morele plicht van de donor, geen blanco cheque te geven. Vlaanderen zou met Wallonië op basis van interregionaal overleg moeten overeenkomen dat de fondsen worden gekoppeld aan een beleid dat de economie erbovenop helpt. De ingrediënten zijn bekend: innovatie, ondernemerschap, creativiteit en arbeidsethos. Als de participatiegraad in Wallonië op het niveau komt van die in Vlaanderen, dan smelten de transfers weg als sneeuw voor de zon. En als we daarnaast ook nog ijveren voor een efficiënte administratie, dan blijven geen transfers meer over.

Mentaliteit
Het beste wat ons in Vlaanderen kan overkomen, is dat wij een welvarende en koopkrachtige buur hebben. Vandaag al bedraagt het aandeel van de 'export' van kleine Vlaamse bedrijven (minder dan tien werknemers) naar Wallonië 25 procent; voor de grotere (meer dan tien werknemers) is dat nog steeds 20 procent. En alle ingrediënten om Wallonië erbovenop te halen zijn er: bereidwillige mensen, ruimte en betaalbare industriegrond, risicokapitaal. Het énige waar aan gesleuteld moet worden, is de mentaliteit. Mentaliteit zit in mensen, maar structuren kunnen de motivatie aanwakkeren of afremmen. Daar zit de uitdaging. Als de Vlamingen daarvoor ijveren in plaats van oeverloos te discussiëren, over hoe hoog die transfers precies zijn, zouden we er allen beter van worden.

Clichés over Walen
Clichés over de Waal moeten debatten zoals die over de sociale zekerheid of de werkloosheidscontrole voeden om tot de conclusie te komen dat er met die Walen niet te 'werken' valt en om de eis tot onafhankelijkheid te verantwoorden. Het zondebokmechanisme gaat ervan uit dat de zondaar met alle zonden wordt overladen en de stad (in casu het land) wordt uitgejaagd, waardoor de welvaart wordt hersteld. Het is manifest onjuist dat Vlaanderen daarbij als bij wonder plots opnieuw de meest competitieve en welvarende regio zou worden. Dichotomie (het denken in termen van tegenpolen) diaboliseert en leidt zelden tot duurzame oplossingen waar de mens beter van wordt.

De trein
Uit Europese statistieken over de subsidies aan ondernemingen blijkt dat Belgische ondernemingen zwaar in de prijzen vallen. Ze vertegenwoordigen de op een na meest gesubsidieerde ondernemingen van de EU-15. Als men de spoorwegen uit de statistieken haalt, zakken onze ondernemingen van de tweede naar de achtste plaats. Elke dag betaalt elke Belg 1 euro voor de trein die gebruikt wordt door 6 procent van de Belgen. Als we dat vergelijken met de 3 euro die elke Vlaming betaalt voor de Walen en de Brusselaars, die 40 procent van de bevolking uitmaken, is dat ongeveer twee keer zoveel per begunstigde.

Gratis is duur
Gratis betekent dat diegene die het 'gratis' goed gebruikt er niet voor moet betalen, terwijl iemand anders, die het al of niet gebruikt, er wel voor moet betalen. Indirecte allocatiesystemen moeten worden beheerd door onze belastingadministratie, wat tot bijkomende kosten leidt en er eigenlijk voor zorgt dat gratis duurder is voor de gemeenschap dan niet-gratis. Erger: de splitsing tussen gebruiker en betaler leidt tot niet-respect bij de gebruiker en demotivering bij de betaler. Zo worden toch de basisprincipes van een economie en maatschappij uitgehold, wat ons héél duur kan komen te staan.

Mandaten
Een innovatie in publiek management was de invoering van mandaten voor topfuncties bij de overheid. De vaste benoeming was weinig compatibel met de gewenste dynamiek. Volgens Van Dale is een mandaat een opdracht krachtens dewelke men een functie vervult. Nu blijkt dat de meeste collegae, na een externe rekruteringsprocedure, weliswaar een mandaat hebben bekomen, maar dat mandaat niet opnemen. Als we kijken naar de definitie kan men een mandaat echter ofwel weigeren, ofwel opnemen. De facto wordt in Vlaanderen de opdracht dus niet uitgevoerd door de gemandateerde maar door een derde die niet in de proeven is geslaagd en nu zonder mandaat wordt gemandateerd. Of hoe politieke logica en efficiënt bestuur haaks op elkaar staan. Wie zei ook alweer: 'Wat we zelf doen, doen we beter'?



NV België - alarmpeil bereikt. Rudy Aernoudt in Trends.

Als bedrijven even alarmerende cijfers zouden neerzetten als de nv België, zouden ze op de beurs worden afgeslacht en ingrijpende herstructureringen moeten aankondigen.

Ondernemingen houden permanent hun evolutie in het oog. Beursgenoteerde ondernemingen worden zelfs continu in de gaten gehouden door experts. Omzetevoluties en marktaandelen zijn daarbij belangrijk. Maar ook de financiële structuur van een bedrijf is een topic van permanente aandacht. Enkele ratio's bijvoorbeeld mogen niet onder een bepaald niveau dalen. De solvabiliteit (eigen vermogen over balanstotaal) mag niet minder dan 15 % bedragen, het bedrijfskapitaal mag niet onder de 10 % van het balanstotaal zakken en de cashflow mag niet lager zijn dan 6 % van het balanstotaal. Vooral delicaat wordt het wanneer die zogenaamde alarmpeilen samen worden overschreden. Als het bedrijf dan toch nog overeind wil blijven, dringt een herstructurering zich op.

Die benadering is geldig voor alle ondernemingen, met uitzondering van één: de nv België ontsnapt blijkbaar aan die logica. De nv België verloor de jongste vijftien jaar immers 20 % marktaandeel tegenover de geïndustrialiseerde landen en 7 % sinds 2000. Het alarmpeil voor de nv België is vanzelfsprekend niet hetzelfde als voor een individuele onderneming, maar de logica blijft ook hier toepasselijk. Gezien de beperkte accuratesse van een aantal indicatoren is vooral de evolutie belangrijk. Daarnaast worden, indien mogelijk, verschillende bronnen geraadpleegd. Laten we even een paar indicatoren op een rijtje zetten.

De competitiviteit van ons land daalde, afhankelijk van de bron, in vijf jaar tijd van de 18de naar de 33ste plaats (bron: WEF Genève) of van de 18de naar de 27ste plaats (bron: IMD Lausanne). Logisch dus dat ook het risico op delokalisatie is verhoogd. Op 61 landen bevond België zich qua risico voor delokalisatie van de productie-eenheden op de 60ste plaats in 2006 (in 2003 was dat nog de 41ste plaats). Nu blijken heel wat politici dit te relativeren; sommigen beweren zelfs dat we er op termijn naar moeten streven om de R&D-afdelingen hier te houden en de productie te laten vertrekken. Die redenering is fundamenteel verkeerd. Op termijn zal de R&D-afdeling immers (fysische) toenadering zoeken tot de productie-eenheid. Als alle industrie delokaliseert, mogen wij er ook van uitgaan dat de R&D-afdelingen zullen volgen. Trouwens, ook wat betreft het risico op delokalisatie van de R&D-afdeling verliezen wij gestaag terrein. Op de 61 onderzochte landen zijn wij het 54ste risicovol (cijfers voor 2006). Drie jaar eerder bevond ons land zich nog op de 26ste plaats.

Sense of urgency. Terwijl een bedrijf dat wordt geconfronteerd met dergelijke alarmpeilen zou worden afgeslacht op de beurs en ingrijpende herstructureringen zou moeten aankondigen, is de nv België immuun voor die evoluties. Zo blijft de fiscale en parafiscale druk op de lonen de hoogste ter wereld. De loonkosten in hun totaliteit bevinden zich op de 119de plaats (van de 125 door het WEF onderzochte landen). Onze legendarische hoge productiviteit, bijproduct van de te hoge belastingen, zorgt ervoor dat wij inzake loonkosten per arbeidsproduct op de 73ste plaats belanden.

Wie denkt dat die benauwende cijfers leiden tot een beter beheer van de publieke middelen of een efficiënte overheidsdienst, vergist zich schromelijk. Inzake verspilling van de overheidsuitgaven dalen wij van de 17de (in 2002) naar de 50ste plaats (in 2005). Onze belastingdiensten bekleden qua efficiëntie de 115de plaats op 117. Alleen Benin en Brazilië doen nog slechter.

Verbeteringen in de marge zullen niet leiden tot een fundamentele oplossing. Integendeel, kleine ingrepen strooien zand in de ogen zodat de werkelijke uitdaging eventjes wordt onderdrukt. Radicale ingrepen zijn nodig, onder meer inzake de lasten op arbeid, de flexibiliteit van de lonen, de regulering van de arbeidsmarkt en de efficiëntie van de overheidsadministratie. Zonder dergelijke ingrepen zal de nv België nog meer marktaandeel verliezen en zal de sociale welvaartsstaat niet langer sociaal en ook niet langer welvaartsstaat kunnen blijven.

De overheid kan dergelijke ingrepen niet alleen realiseren. Ze heeft daarbij de steun nodig van de sociale partners en de hele bevolking. Als we verwijzen naar voorbeelden van landen die het de jongste tien jaar bijzonder goed doen, vernoemen we steevast Ierland en Finland. Nochtans was Ierland een arm land bij de toetreding tot de Europese Unie, met emigratie van hun geschoolde arbeidskrachten. Finland dan weer kende een diepe economische crisis door het ineenstorten van de grote buur: het Russische imperium. Bovenstaande cijfers zijn dan ook helemaal niet bedoeld om aan de klaagmuur te staan. Ze tonen alleen aan dat de situatie ernstig is en dat ingrepen in de marge weinig zinvol zijn.

We hebben een sense of urgency nodig, zodat fundamentele ingrepen mogelijk worden. Al moeten we hier misschien verwijzen naar het recente boek van gewezen Barcotopman Hugo Vandamme en journalist Karel Cambien: Wat baten kaars en bril, als de uil toch niet zien wil ...

Rudy Aernoudt   is secretaris-generaal van het Vlaams Departement voor Economie, Wetenschap en Innovatie
en voormalig kabinetschef van Vlaams vicepremier Fientje Moerman,


The Path To Sustainable Growth
Lessons From 20 Years Growth Differentials In Europe
Martin De Vlieghere and Paul Vreymans

Abstract:    While the rest of the world is booming, Europe lags behind. Europe's performance is weak in spite of high productivity and knowledge, high level of development and good labour ethics. Growth is also remarkably dissimular among regions. France, Germany and Italy are stagnating, and so do Denmark, Sweden and Finland. All gained less than 44% prosperity over the last 20 years. The Irish economy grew 4 times faster, gaining 169% wealth over the same period. In half a generation Ireland so metamorphosed into Europe's second richest country creating jobs for all.
 
" Big government " is the main cause of Europe's weak performance. The oversized Public Sector lacks productivity and is undoing the entire productivity gains of the Private Sector, eradicating all of its outstanding performance and productiveness. Europe could improve its overall performance by copying the Irish success formulas: Scaling down Public Spending, downsizing bureaucracy, and shifting the tax burden from income on consumption. This book demonstrates why the Lisbon Agenda and decades of Keynesian inflationist demand stimulation have failed. It devellops an alternative and workable supply-side strategy as well as effective cures for a humane and financially sustainable development.
 
This book reads as a   step-by-step manual for economic recovery.   It is a data-reference for students and politicians interested in growth, wellfare and in social modelling.   It is a  classic  for  economists concerned about Big Government,  poor public sector productivity  and for parents worrying about  their declining standard of living and their children's future.
big government
 
Big Public Spending
means poor Growth.

Slow Growth
results in Poverty.


These
are the key findings from our research
confirming the results of earlier studies such as this
which compared the growth differentials of 30 OECD countries
over 45 years  
( over 1000 data-pairs !!! )           

Suggestions and help welcome - Please give us a link on your webpage
            
 .